maandag 4 november 2013
Gedoe
Het leek zo’n goed idee. Toch pakte het totaal verkeerd uit. Ik had onderschat hoe ongelijk de vriendschap tussen Tara en Denise was. Tara is slechtziend. Denise helpt haar met alles: met het zoeken van haar boeken, haar pennen, haar schriften. Ze wijst de juiste bladzijden aan in het boek en schiet te hulp als er iets van de tafel van Tara valt. Er valt om de haverklap iets van de tafel van Tara dus Denise heeft er een dagtaak aan. Ook in de gymzaal blijft ze in de buurt van Tara om alle obstakels te benoemen: pas op een bank, pas op een mat! Denk eraan, er loopt hier een scheidslijn, daar mag je niet over! Denise doet dit graag. Ze vindt het leuk en ook wel een beetje belangrijk. Ze neemt haar taak heel serieus. Op een dag regelde ik dat Tara zangeres van de schoolband zou worden. Tara kan goed zingen en het leek me goed voor haar zelfvertrouwen. Ik had niet aan Denise gedacht. Dat was niet slim. Naast lief en zorgzaam is Denise ook impulsief en snel van slag. Zij wilde ineens ook zangeres van de schoolband worden of desnoods drummer. Ja zelfs een triangel zou al genoeg zijn, als ze maar mee kon doen. En, zo fulmineerde ze terwijl ze met een rood hoofd voor mijn bureau stond, had Tara soms geen hulp nodig met het lezen van de teksten en het vinden van de microfoon? Het podium is hoog hoor juf, voor je het weet valt ze eraf! Ik knikte, ik begreep haar teleurstelling wel. Maar voor ik ook maar een oplossing gevonden had, bleek de geest uit de fles. Er rees een tegenstander van formaat op: Tara. Ja, zo was er dus niks meer aan hè? Denise hoefde toch niet overal bij. Ze was haar kindermeisje niet. Die schoolband was van haar en als Denise daar ook bij kwam hoefde het niet meer van haar. Punt. Mokkend schoof Tara haar tafel van die van Denise weg. Ze kon de hulp van Denise missen als kiespijn, beet ze Denise toe. Denise bedacht zich geen tel en keerde haar rug naar haar toe. Vanaf dat moment vielen er boeken, pennen en schriften op de grond die daar bleven liggen. Niemand bleek de alertheid en de behulpzaamheid van Denise te kunnen evenaren. Ik ook niet. Regelmatig zag ik Tara tasten naar haar rekenboek of over de vloer kruipen op zoek naar haar pen. Denise keek niet op of om. Als ze het per ongeluk zag snoof ze diep. Dat had Tara er nu van. Buiten schooltijd ging de strijd onverdroten verder. Op het dieptepunt van de verwikkelingen stormde er een moeder van een kleuter mijn klas binnen met een luizentas in haar hand. De tas was over de reling naar beneden gesmeten en had haar kind op een haar na geraakt. Als ik de tas van haar overneem zie ik het naamkaartje van Denise er aan bungelen. Ik loop naar Tara. Heb jij die tas over de reling gesmeten, vraag ik. Tara kijkt me verbolgen aan: u weet toch dat ik boos ben op Denise, antwoordt ze. En dan doe je zulke gevaarlijke dingen? Tara haalt haar schouders op. Blijf maar binnen in de pauze, zeg ik boos. Na een uur komt Tara bij me. Ik wil het eigenlijk wel goed maken. Maar ik niet, ik niet, roept Denise door de klas. Jullie hebben vandaag nog om het in orde te maken, gebied ik narrig. Daarna werk ik aan geen enkele oplossing meer mee. Het is even stil. Dan knikt Denise. De dametjes verdwijnen naar de gang. Als ik na een kwartiertje poolshoogte kom nemen liggen ze gierend van de lach over de tafel. Naar binnen, gebaar ik. Maar we zijn nog niet klaar. O jawel, antwoord ik grimmig. O jawel.
zondag 29 september 2013
Veiligheid
Ergens onderweg is het mis gegaan met me. Ongewild ben ik besmet geraakt. Anders kan ik niet verklaren waarom ik zo ingespannen oplet of het tweetal kinderen, dat zo onbekommerd in de bergbeek speelt, niets overkomt. Ik ken ze niet en ze zijn bepaald niet alleen, hun moeder zit pal achter mij en leest een boek. Eigenlijk zou ik degene moeten zijn die leest maar dat lukt me niet. De stroom is sterk, het water is -ondanks het snikhete weer- ijzig koud en de kinderen voor mij spelen een woest en impulsief spel. Het is een leuk spel, als ik ook tien geweest zou zijn zou ik graag meegedaan hebben. Deze overweging doet mij plotseling beseffen dat ik al een tijdje niet meer de oude ben. Het ‘veiligheids’ virus heeft ook mij in de greep gekregen heeft. Ik heb daar de pest over in. Ik vond mijn oude opvatting beter: klim in de hoogste boom, rijd als het even kan zonder handen aan het stuur, sta rustig achterop de bagagedrager van je vriendje en spring over de breedste sloot die je vinden kan. Leer durven, leer risico’s inschatten, leer uitdagingen aangaan en wees niet flauw als het eens mis gaat. Jarenlang twijfelde ik geen tel aan de juistheid van deze opvatting, tot de veiligheidstroepen hun opwachting maakten. Complete speeltoestellen werden ontmanteld, stenen tegels werden vervangen door rubberen equivalenten en het aantal verboden buitelden over elkaar heen: niet skaten zonder beschermers, niet klimmen in de bomen en natuurlijk al helemaal niet op het dak van het fietsenhok, nee ook niet als de bal daar ligt. Ja, dat is jammer van die bal. Op het veld van mijn huidige school staat een controversiële boom. Of eigenlijk is het een boompje. Ik zou er als kind mijn neus voor opgehaald hebben. Je moet wel heel erg je best doen om iets te verwonden als je er uitvalt. Mijn collega’s en ik kunnen het onderling maar niet eens worden of er nu wel of niet in die boom geklommen mag worden. Tot nu toe wint het ja-team maar dat duurt niet lang meer want het ja-team bestaat voornamelijk uit oudere leerkrachten en die sterven natuurlijk een keer uit. Ook ouders komen regelmatig verbaasd verhaal halen: ehh…ik wil me nergens mee bemoeien maar ze klimmen daarginds in een boom! Ja, dat mag mevrouw. Mag dat? En als ze dan vallen? Dan staan ze weer op, antwoord ik monter. Maar dit antwoord valt steeds minder goed. Het lijkt eerder te getuigen van onverschilligheid dan van een diep doordacht pedagogisch concept. Dus heb ik me kennelijk in de loop van de jaren aangepast aan deze veiligheidsterreur en zit ik nu op deze prachtige plek in de bergen te letten op de kinderen van een ander. Kinderen die zich prima redden en geen tel echt in gevaar komen. Een uur later slaat de vrouw achter mij haar boek dicht, roept haar kinderen en verdwijnt. Even later strijkt er een ander gezin neer. Ook deze moeder let geen tel op haar kroost. Maar dit is anders. Deze kinderen kunnen zich niet redden. Deze kinderen schatten de risico’s van de bulderende bergbeek niet goed in. Ze glijden uit, verdwijnen onder water, komen even later happend naar adem weer boven. Voor ik het weet kijk ik weer ingespannen mee. Het gaat snel mis. Een van de jongetjes wordt meegesleurd en nog maar net op tijd gered door een omstander. Moeder roept een bedankje en gaat weer verder met haar gesprek. Dan weet ik weer dat er een groot verschil is tussen vrijheid die je langzaam maar zeker leert te veroveren zoals bij de eerste moeder en de laissez faire houding van de tweede. Vroeger wist ik dat verschil feilloos te benoemen en er ook naar te handelen Nu vind ik de weg naar dat uitgangspunt maar moeizaam terug.
maandag 16 september 2013
Onherbergzaam
Is het zo warm genoeg, vraagt Rutger terwijl hij een zware emmer met sop voor mijn voeten zet. Ik steek mijn hand in het water en knik. Precies goed zo. Rutger sleept de emmer naar het keukentje in het lokaal en begint heel precies de kastjes uit te soppen. Als hij halverwege is draait hij zich grijnzend om. Ik doe dit thuis nooit! Dus ik moet maar niet aan je moeder vertellen hoe goed je dit kunt? Nee juf, doe dat maar niet. Sanne en Lotte zijn de kast achter mij aan het schoonmaken. Het tempo is nogal sloom want ze vinden het reuze interessant wat ze allemaal tegenkomen. Kijk juf, hier op deze foto was u nog jong! Wanneer was dat? Ver in de vorige eeuw, vraag maar niet verder. Overal om me heen wordt er geruimd en gesopt. De leerlingen vinden het heerlijk, zo’n opruimdagje. Ik niet. Ik tuur naar mijn computerscherm waar ik de laatste zaken in het leerlingvolgsysteem ParnasSys probeer te zetten. Het systeem is niet voor niets naar een ruig en onherbergzaam bergmassief genoemd, denk ik narrig, als ik voor de zoveelste keer de weg probeer te vinden. Er is op dit gebied nog geen schooljaar hetzelfde van me gevraagd. De veranderingen buitelen over elkaar heen. De een na de andere oekaze van de regionale Weer Samen Naar School afdeling -het is me een raadsel waarom dit niet landelijk geregeld is- wordt via de Interne Begeleider pardoes op mijn bordje gegooid. Het georganiseerd wantrouwen neemt een steeds grotere vlucht. Leerlingenvolgsystemen zijn een ‘Rupsje Nooitgenoeg’ geworden. Het begon ooit eens met het vastleggen van de Citoscores, daarna moesten de resultaten van de methodetoetsen ingevoerd worden, vervolgens werden er datamuren verlangd om de gegevens van beiden te combineren. Uit de datamuren kwamen groepsplannen voort die liefdeloos in min-, basis en plus- groepen onderverdeeld hoorden te worden. Hierna leek de rust even terug te keren. Totdat iemand te binnen schoot dat met de oprukkende ouderparticipatie ouders die de ontwikkelingen van hun kind wilden volgen ook bij de gegevens van andere leerlingen konden komen. Dus dienden we alles individueel in te voeren. Niet veel later kwamen er weer nieuwe richtlijnen: voordat je ook maar iets invoert dien je eerst te evalueren op grond van dle-scores. En zo gaat het maar door…elke nieuwe richtlijn leidt tot nieuwe onvolkomenheden en elke nieuwe onvolkomenheid leidt weer tot nieuwe richtlijnen. Er zijn geen leidinggevenden die aan de rem trekken en aangezien inspraak in het onderwijs volkomen in onbruik is geraakt zit er maar weinig anders op dan je steeds opnieuw kreunend en steunend in de spelonken van ParnasSys te wagen. Waar zet ik deze notitie neer? Waar haal ik de dle-scores vandaan? Hoe vind ik mijn weg naar de handelingsprogramma’s van het vorig schooljaar? Ondertussen is het tijd geworden om ParnasSys af te sluiten, de emmers op te laten ruimen en het laatste half uur van de middag de groep die volgend schooljaar bij mij in de klas zal zitten te ontvangen. Het is een vriendelijk kennismaking. Ik vertel over het Verkeersexamen, de lessen Engels en nog zo wat nieuwe dingen in groep 7 en pak de laatste 5 minuten mijn gitaar: we gaan natuurlijk ook zingen, kondig ik aan. Dan zet ik een lied in. Halverwege het lied valt mijn oog op Sanne. Ze is zojuist uit het lokaal van groep 8 teruggekeerd en staat voor het raam van de deur met de armen over elkaar en een gezicht als een oorwurm. Sanne was dol op de zangles dit jaar en heeft al een paar keer aangekondigd dat ze dat het meest gaat missen als ze niet meer bij mij in de klas zit. Als ik klaar ben met zingen trekt ze boos de deur open en loopt stampvoetend op me af: het leek wel of je vreemd ging juf!
maandag 24 juni 2013
Column. Techniek
Sinds een aantal jaren voer ik het bewind over een drietal techniekkasten. Het zijn mooie kasten. Ze zijn tot de nok toe gevuld met uitdagende, inventieve opdrachten voor 4- tot 12-jarigen. Toch is het geen onverdeeld genoegen om ermee te werken. Dat komt vooral omdat er altijd wel iets zoek is: een piepklein essentieel radertje van een legoconstructie, vormpjes om zeep mee te maken, een maatbekertje, een strippentang. Hoezo kun je de lift van de knikkerbaan niet omhoog krijgen? Omdat het mechaniek zoek is juf. Maar hoe kan dat nou zoek zijn? Ja, het zat niet meer in de doos. Maar dat kan helemaal niet, ik heb alles nagekeken, er is geen hoek in deze hal die ik niet gecontroleerd heb! Toch is het er niet, wat moeten we nou doen, juf? Ruim die knikkerbaan maar weer op. Ik bestel wel een nieuwe lift. Ik stampvoet nog net niet als ik wegloop. Als ik zou willen kan ik na elke techniekronde wel een nieuwe bestelling plaatsen. Zelfs bij een schrikbewind - is alles terug- heb je onder de stoel gekeken- heb je de lijst met materialen gecontroleerd- blijkt er toch altijd wel iets onherroepelijk verloren te zijn gegaan. Een van de leukste opdrachten, zowel in de kast van de middenbouw als in de kast van de bovenbouw, betreft het metselen van een huis. De specie bestaat echter uit bakmeel. Als de huizen weer afgebroken worden en de steentjes gewassen zijn blijft er altijd wel een beetje meel aan plakken. In het begin had ik nog niet door wat voor een effect het terugleggen van deze steentjes in de kast had. Als ik na zes weken de deur opende om de volgende techniekronde voor te bereiden sloeg er een enorme stank uit de kasten. Er zat niets anders op om de steentjes buiten de kast te bewaren. Alwaar ze natuurlijk regelmatig zoek raken. Dat geldt ook voor de schattige troffeltjes die bij deze opdracht horen en die- het kan bijna niet anders-het pand regelmatig op illegale wijze verlaten. Er zijn nergens troffels juf! Plak dan maar met je vingers. Ja, maar dan wordt het niet mooi glad. Kan me niets schelen. Plakken! Mijn doorgaans goede humeur is op techniekmiddagen vaak net zo ver te zoeken als de troffeltjes, de mechaniekjes, de vijlen en de vormpjes. De opdrachten die bij de techniekdozen horen verschillen behoorlijk in moeilijkheidsgraad en tijd. We krijgen het niet af, jammert de ene groep. We hebben dit nu al drie keer achter elkaar gedaan, moppert een andere. De leerlingen van de middenbouw kunnen de opdrachten niet zelfstandig maken. Het allerbeste zou zijn als ze begeleid werden door volwassenen. Maar er is anno 2013 vrijwel geen hulpouder meer voor dit soort activiteiten te vinden. Daarom worden er leerlingen van hogere groepen ingezet. Zelfs de meest sociale en organisatorisch goed toegeruste leerlingen vinden dit een hele klus. Ze vinden het lastig om alle leerlingen goed te betrekken bij de opdracht en optreden tegen lastig gedrag is vaak helemaal een brug te ver. Die kleintjes moeten hen natuurlijk wel aardig vinden. Regelmatig tref ik een bovenbouw leerling aan die de opdracht in zijn eentje uitvoert terwijl de leerlingen die hij begeleiden moet elders in het pand om onduidelijk redenen een achtervolging hebben ingezet. Waar is je groepje Daan? Eh…Toch zijn er momenten waarop alles klopt: overal in de school werken groepjes aandachtig aan hun opdracht, er is niets kwijt, er is niemand vervelend. Wat is dat werken met techniekkasten toch leuk, leerzaam en gezellig, roep ik enthousiast tegen een collega. Dan buitelen er ineens vier leerlingen uit groep vijf het handenarbeidlokaal uit. Ik stuur ze terug en loop mee naar binnen. Daar zit Tara uit groep 8 moedeloos op een stoel. Alle zaagjes van de figuurzagen zijn zojuist gebroken.
zondag 9 juni 2013
Teamuitjes
Het is de koudste 23 mei in meer dan 100 jaar en ik zoek samen met mijn collega’s een bal onder de rododendrons in het park. We zijn aan het klootschieten. Ik heb dat nog nooit eerder gedaan en het ziet er ook niet naar uit dat ik het ooit weer zal doen. Klootschieten is iets voor teamuitjes en familie uitstapjes. Evenals Pitch en Put, paarden mennen en georganiseerde stadswandelingen. Activiteiten die je een beetje op zijn elfendertigst uitvoert en waarbij je veel verscholen blikken op je horloge werpt. Zijn we er al? Duurt het nog lang? Het is niet per se ongezellig maar het is toch altijd weer een mooi moment als het afgelopen is. Dit keer is het echter wel heel erg koud. Een paar graden boven nul. Het bedrijf dat dit uitstapje georganiseerd heeft, wil van geen annulering of andere datum weten. Een raadsel omdat alles zich buiten afspeelt. Ook de barbecue tot mijn afgrijzen. Terwijl de hagel op mijn regelmuts klettert zoek ik dapper voor de zoveelste keer naar die vermaledijde kloot. Eerlijk gezegd was ik behoorlijk opgelucht dat we dit gezapige spel zouden spelen. Het gebied waar we liepen kent ook een klimbos en in gedachten zag ik mij al bibberend die touwladders opklimmen. Een halve eeuw geleden zou dat een fluitje van een cent zijn geweest maar nu is het een hachelijke onderneming. Het zou niet het eerste teamuitje zijn geweest dat met een gang naar het ziekenhuis eindigt. Jaren terug bracht ik halverwege de dag een collega naar huis die onwel was geworden. Tijdens de rit verslechterde zijn conditie zo erg snel dat we ons genoodzaakt zagen een motoragent aan te houden. In vliegende vaart scheurden we vervolgens door de stad naar het ziekenhuis. Het liep uiteindelijk goed af maar het waren akelige uren. Ook collega’s van andere scholen reppen van enge gebeurtenissen bij teamuitjes: rug gebroken bij een val van het paard, hersenschudding na een glijpartij in het zwembad, achillespees geknapt bij een wat al te jeugdig uitgevoerde sprong. Gezien de sterke vergrijzing van het onderwijspersoneel zou het echt het beste zijn als we alleen nog een high tea organiseren, een avondje naar het theater gaan, een korte wandeling langs het strand maken of een copieus diner verorberen. Toch zijn al deze uitstapjes te verkiezen boven de uitstapjes die in het teken van teambuilding staan. Wat heb ik daar toch altijd een hekel aan gehad. De zijige taal van de cursusleiders, de opdrachten waarbij we elkaar letterlijk over hindernissen moesten helpen, de loze beloftes van mensen die enigszins onder vuur kwamen te liggen, het feit dat mensen überhaupt onder vuur kwamen te liggen. Bah. Bah. Bah. Het was in de tijd dat men ervan overtuigd was dat neuzen eenzelfde kant op moesten staan. Een kant die meestal arbitrair en willekeurig was en niet zoveel met de lespraktijk te maken had. Er werden door cursusleiders veel nobele inleidingen gehouden over kritiek geven en ontvangen, over ik-boodschappen, over feiten en belevingen maar als er dan vervolgens een emotionele beerput openging vol veronderstellingen, meningen en afrekeningen dan zaten ze er krachteloos bij: het is goed dat het gezegd wordt. Laten we nu kijken hoe we er samen weer uit kunnen komen! Maar we kwamen natuurlijk samen nergens meer uit. Er waren wonden geslagen die er voorheen nog niet waren. Ze etterden nog jaren na. Niemand was er beter van geworden. Het team niet, de leiding niet en de leerlingen al helemaal niet. Nee, laat me dan maar lekker klootschieten, in de kou barbecueën en paarden mennen. Alleen in een tuktuk zal niemand me niet meer vinden. We zaten er met zijn drieën in, vanwege een blessure van een van ons. De rest reed op Solexen door het zonnige Drentse landschap. We verdwaalden.
maandag 27 mei 2013
Circus
De ‘war on teachers’ woedt in de Verenigde Staten onverminderd voort. Het hijgerig verzamelen van zoveel mogelijk data vergiftigt het onderwijsklimaat nu al zeven jaar op rij. En het wordt erger. De een na de andere ‘public’ school wordt gesloten, steeds meer kinderen worden met bussen naar scholen vervoerd die op hun beurt ook weer elk moment gesloten kunnen worden. Een testresultaat dat een half procentje onder de norm uitkomt kan al voldoende reden zijn om een goed functionerende directeur te vervangen. Rücksichtsloos, in naam van de vooruitgang, het bedrijfsleven en de toekomst. Een onderwijs CEO uit Indiana vertelt: dit {schoolgebouw} is een bedrijf. Mensen verdienen hier hun inkomen. Als die mensen het goed doen moeten ze meer zaken krijgen, als ze het slecht doen moeten ze eruit! We moeten beter en beter worden. Daarom moeten we testen en testen, dit is de juiste weg! Vooral die juiste weg zegt veel over het welhaast sektarische denken dat in de VS in het onderwijs heeft postgevat. Deze destructieve mix van nieuwe zakelijkheid en vermeend idealisme knakt de een na de andere collega aan de andere kant van de oceaan. Op ‘Teachers Appreciation Day’ schrijft Angie Sullivan: ik huil. Ik huil omdat mijn beroep kapot gemaakt is en dat er niets van waarde voor kinderen voor in de plaats komt. Ik weet niet wanneer de heksenjacht op de slechte leerkracht is begonnen maar ik weet wel dat het een kwelling is geworden voor iedereen. Ook weet ik niet waarom het een sport geworden is om lesgevende vrouwen zo diep te kwetsen en waar de overtuiging vandaan komt dat testen hetzelfde zou zijn als lesgeven. Zou er misschien eens iemand iets kunnen vragen aan de leerkrachten zelf? Aan de vakbonden? Laten de besturen voor de verandering eens leiders met een onderwijskundige achtergrond inhuren in plaats van zakenmensen met een hekel aan vakbonden. Mark Naison, professor aan de Fordham universiteit is grimmiger: I will not forget or forgive those who destroy what i love, schrijft hij. De vrijheid die Naison decennia terug ervoer in zijn lespraktijk is totaal verloren gegaan. Wat er voor in de plaats is gekomen is zijn ‘outcome assessments’ en ‘scripted learning’, uitgevoerd door laagbetaalde docenten zonder baangarantie. ‘Creative teaching is impossible in most American public schools’, besluit hij moedeloos. Op het blog van Diane Ravitch, waar ik al deze informatie gevonden heb, klinkt de een na de andere hartenkreet op. Assessing ourselves to death! Save this profession before it is too late! Do I work for students or data? You must not internalize the blame. Now is the time for non-cooperation. Will my school die? Testing frenzy continues unabated. I hate what is happening to our schools. We cannot measure what we treasure. Het meest idiote verhaal over de testgekte komt van de hand van een ouder die vertelt dat haar zoon in het ziekenhuis klaar lag om geopereerd te worden aan zijn hoofd toen er een leerkracht, die in dienst was van het ziekenhuis, op bezoek kwam met formulieren in haar hand. Het was tijd voor zijn volgende test, meldde ze opgewekt. Het kan dan ook niet anders of leerkrachten verlaten en masse het onderwijs. Ook als dat betekent dat ze geen inkomen meer hebben. Een onderwijzeres schrijft: ik heb besloten het onderwijs te verlaten. Ik heb altijd graag lesgegeven maar het is voorbij. De enorme hoeveelheid papierwerk, het gebrek aan steun en financiële middelen van zowel het bestuur als van de regering wordt elk jaar groter. Maybe i will go back to the classroom one day, but for now i sorely need a break from the circus education has become. Gelukkig zijn er ook krachten die de testmachinerie kunnen stoppen. De Angry Moms of Texas slaagden erin. Diane Ravitch hoopt op veel Angry Moms. Yes you can, roept ze strijdvaardig.
maandag 13 mei 2013
Korte lontjes
Tussen het lokaal van groep 6 en 7 zit een tussenhok. Een oase van rust voor leerlingen die graag alleen werken of die een repetitie moeten inhalen. Dit jaar is het ook een toevluchtsoord voor jongetjes met korte lontjes. Ze zijn al naar binnen gestormd voor ik door heb dat er tijdens de pauze iets mis is gegaan. Waar is Daan? In het hok, juf. Waarom? Hij heeft verloren met voetbal. Aha, is dat het hele verhaal? Nee, een aantal van ons vond het nogal leuk dat hij verloor. En wat deden ze toen? Een liedje zingen. Geen leuk liedje zeker? Nee, geen leuk liedje, zal ik hem voor u uit het hok halen? Welnee, hij komt er vanzelf een keer uit. Het kortste lontje is dat van Milan. Een klein beroep op zijn verantwoordelijkheid, een terechte vraag over iets wat hij nagelaten heeft en alles aan het kleine mannetje explodeert met grote kracht. Hier vliegt een stoel opzij, daar wordt een in de weg liggend been geraakt en hup...daar schuift de deur met een zwiep over de geleiders en verdwijnt hij het hok in. Zijn medeleerlingen zijn er zo aan gewend geraakt dat ze vaak niet eens meer op of om kijken. Was dat Milan? Ja juf. Wat gebeurde er dan? O niks, iets met een pen die hij niet kon vinden. Als ik na een paar minuten de deur open schuif zit daar een doodongelukkig jongetje. Wat was dat nou? Ik kan er niets aan doen juf. Het gebeurt gewoon. Ook Jason voelt zich snel tekort gedaan. Dat slaat nergens op want hij bevindt zich meestal in het centrum van de macht. Hij heerst met straffe hand en bepaalt doorgaans de regels van elk zelfbedacht vechtspel. De belangrijkste regel die hij heeft ingesteld luidt: dat wat mij is toegestaan is daarom een ander nog niet vergund. Dreunen uitdelen is prima - geintje juf – dreunen ontvangen een misdaad van formaat. De tranen knallen uit zijn ogen als hij met zijn worstelaarspas op mij af komt lopen op het plein. Ik doe hem wat hoor, ik doe die Marcel wat! De vermeende dader heeft geen idee heeft wat er fout gegaan is en komt wat schuchter op me af lopen als ik hem roep. Je gooit me keihard op de grond, briest Jason, je speelt het spel gewoon veel te hard! Marcel heft zijn armen verbaasd in de lucht en zegt met ongeloof in zijn stem: ik doe precies hetzelfde als jij doet! Niet waar, ik doe het niet zo hard, schreeuwt Jason. Achter hem klinkt hoongelach. Jason heeft op school maar een meerdere als het op bullebakken aankomt: Derrik. Deze leerling uit groep 8 is net even groter en sterker dan hij. Hij kent Jasons zwakke punten als geen ander en komt als een duiveltje uit een doosje geschoten als Jason zich van zijn allerkleinste kant laat zien. En dus schakelt Jason zijn moeder in. ’s Middags komt ze al mee naar school om de ‘boel op het plein in de gaten te houden’. Het is geen onredelijke vrouw, ze is echt in de veronderstelling dat Jason bang is voor Derrik. De schrik staat haar in de ogen als ze verhaalt over de angst van haar zoon. Jason speelt zijn rol kennelijk goed. Maar ook Derrik is niet voor de poes op dit gebied: hij neemt zijn vader mee. De grote gemeenschappelijke deler bij alle jongetjes met korte lontjes is waarschijnlijk gelegen in de onvoorwaardelijkheid waarmee ze hun ouders kunnen mobiliseren als het even niet helemaal loopt zoals ze willen. Als de rust is weergekeerd en ik mijn klas binnenloop zie ik nog net de schuifdeur van het tussenhok dichtgaan. Wie is het deze keer, vraag ik terwijl ik rustig achter mijn bureau ga zitten. De leerlingen kijken zoekend om zich heen. Tja….
Abonneren op:
Posts (Atom)