Posts tonen met het label Cito. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cito. Alle posts tonen

vrijdag 3 maart 2017

Column. Nix.

Ik wil het met u hebben over het water van de inspecteur maar eerst dit: ik lees het boek De Nix van Nathan Hill. Er is veel over te doen en zelfs Claudia de Breij beveelt het aan. Naarmate het boek vordert betrap ik me erop dat ik al die verwikkelingen rond ene Faye en de door haar al op jonge leeftijd gedumpte zoon wel wat langdradig vind. Pff..nog zeker 300 bladzijden. Nou kan ik uitstekend vuistdikke boeken lezen zonder ook maar een verzuchting te slaken dus al dat gedraal  geeft wel te denken. Toch stop ik niet. Ik ben er van overtuigd dat dit verhaal mij elk moment in zijn greep zal krijgen. Per slot heeft Claudia het gezegd. Maar het duurt maar en duurt maar en mijn hekel aan die ongrijpbare Faye en haar suffe zoon neemt steeds  grotere  vormen aan. Terwijl  ik wat lusteloos heen en weer veeg over mijn scherm bedenk  ik me dat het altijd moeilijk is om  te bepalen wat een goed moment is om ergens mee te stoppen. Wanneer weet je iets zeker? Wanneer stop je met een conflict, een baan, een vriendschappelijk contact. Kortom…wanneer stop je met het leveren van een inspanning? Die keuzes moet je steeds opnieuw maken. Overal. Ook in dit vak. Heeft de extra spellingsbegeleiding nog wel zin of pest ik Thomas er alleen maar mee. Voegt het nog iets toe om Sharon bij elk vak aan de instructietafel te zetten of wordt ze daar alleen maar onzekerder van. Maak ik er elke gymles een punt van om sommige angstige leerlingen over hindernissen heen te helpen of accepteer ik op een bepaald moment hun onvermogen. Sta ik de toon waarop ik aangesproken word door mijnheer A. nog langer toe of treed ik eens goed op. Steeds opnieuw moet je dit soort afwegingen maken. Soms na lang piekeren en dubben. Soms intuïtief of met de moed der wanhoop. Hetgeen mij bij het water van de inspecteur brengt. Bij zijn laatste bezoek vertelde hij dat hij omtrent het een of ander iets aan zijn water voelde. Het kon het niet hard maken maar zijn water vertelde hem iets. Dat verbaasde mij. Het verontrustte mij ook. Ik dacht altijd dat inspecteurs op het gebied van stoppen of doorgaan een makkelijk baantje hadden. Al die overzichtelijke statistieken waar ze gebruik van maken, al die rode, blauwe, oranje, pimpelpaarse lijnen. Al die zekerheden waarmee ze resoluut de school binnen komen stappen. Het moet een zegen zijn om altijd te weten welke kant het op moet. Ga hier rechtsaf. Doodlopende weg. STOP!  Ga terug! Niet omkeren. Wat moet het rustgevend zijn om precies te weten wanneer je pluimen moet geven of waarschuwingen uit moet delen. Excellent! Voldoende! Zwak! Zeer zwak! Kom daar eens om bij al die tobbende, peinzende, piekerende onderwijzers. Ehm...zou het misschien beter zijn als we bij Begrijpend Lezen nog meer inzetten op de leesstrategieën. Kan het zijn dat Cito Rekenen M6 ineens een stuk moeilijker is dan de E5. Te talig wellicht? Hebben andere scholen dit soort schommelingen ook? We moeten echt meer aan boekpromotie denk ik. Deze leesresultaten zijn zo laag. Zucht. Steun. Kreun. En dan komt de inspecteur doodleuk met: ik voel aan mijn water dat… Kan niet hoor. Dat water is het gebied van de krabbelaars voor de klas. Inspecteurs horen daar geen last van te hebben. We moeten in dit tijdsgewricht niet alles op de kop willen zetten. Afijn. Ik weet inmiddels  zeker dat ik nu echt moet stoppen met De Nix.  Alles ergert mij inmiddels aan dit boek. Ik ben op een punt dat het me helemaal nix meer kan schelen waarom het leven van Faye jaren geleden op on hold gezet is en ik hoop dat die volslagen karikaturale studente die inerte zoon eens flink te grazen neemt. Ik zal het echter niet meer meemaken. Sorry Claudia.

zaterdag 4 april 2015

Column. Goed Beter Best

Ooit was het vergelijken van leerlingen en hun leerresultaten een pedagogische doodzonde. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw moest je er echt niet mee aankomen. Ieder kind was namelijk speciaal. Ook leraren werden niet beoordeeld of vergeleken met elkaar. Het hoofd der school gaf zelf les en had om die reden geen tijd om zijn personeel te beoordelen. Zo nu en dan kwam er een inspecteur op bezoek maar zijn bevindingen waren arbitrair en hadden amper consequenties. Nu wemelt het van de beoordelingsinstrumenten: van de Citotoetsen en methodetoetsen bij leerlingen, de beoordelingsinstrumenten voor leraren tot de audits van allerlei instanties in de hele school. De inspectie valt niet zomaar meer binnen maar kondigt haar komst uitgebreid aan. Als het niet in orde is, dan komt de inspectie terug, en nog eens, en nog eens. De interne begeleider komt kijken, de directeur komt inventariseren. En alles wordt geboekstaafd tot het eind der tijden. Kortom het is een drukte van belang daar op de drempel van de klas. Vergelijken, beoordelen, de maat nemen, deze zaken lijken een ding gemeen te hebben: het is nooit genoeg. Het gaat niet om een C-score bij Cito, nee het gaat om een hoge of lage C-score, of wacht…die categorieën zeggen onvoldoende, laten we er Romeinse cijfers van maken, dan weten we meer. Het gaat niet om een vruchtbaar gesprek tussen directeur en leraar waarin ze de tijd nemen om elkaar eens uitgebreid te spreken over de meest wezenlijke dingen op school, nee het gaat om het invullen en plichtmatig afwerken van lange lijsten competenties. Niet alleen de ouders, ook de leerlingen zijn steeds beter gaan kijken waarin zij zich onderscheiden ten opzichte van elkaar. Wat heb je immers aan een A-score als vijf andere leerlingen in de klas ook zo’n score hebben? Dus bestuderen ze de grafieken die meegegeven worden bij het rapport heel zorgvuldig: kijk haha, ik heb hier een hogere A dan jij! De hamvraag is natuurlijk: wordt het er allemaal beter van? Ik denk van niet. De huidige situatie in de Verenigde Staten maakt akelig duidelijk dat het meten van resultaten geen natuurlijk einde kent met als gevolg dat men op de public schools alleen nog twee dingen doet: toetsen en oefenen voor de toets. Het koppelen van de resultaten van de leerlingen aan de inspanningen van hun leerkrachten leidt daar inmiddels tot schrijnende want volslagen onterechte ontslagrondes en veel burn-outs. Niemand wil in de Verenigde Staten inmiddels nog leraar worden. Het harteloze systeem heeft de hele beroepsgroep vogelvrij verklaard. Die kant kan het hier ook zomaar opgaan. Goede leraren moeten het vooral hebben van hun intrinsieke motivatie, hun speelsheid en hun vermogen om snel en goed waar te nemen en te anticiperen. Op achterdocht gestoelde controles zorgen ervoor dat zij eerder slechter presteren dan (nog) beter, terwijl leraren wiens hart niet echt bij hun vak ligt geen haar beter gaan presteren door al deze bemoeizucht. Ze zijn namelijk vaak te druk met solliciteren naar een andere (hogere) functie, zo eentje waarbij ze zelf iedereen de maat kunnen nemen. De wereld heeft niet alleen toppresteerders nodig. Waarom zouden we alleen mensen willen opleiden die A-tjes vergelijken of met enorm veel bijles diep gefrustreerd en beroofd van alle lol in leren een hoge C-score bereiken? De wereld heeft ook kunstenaars, dichters, schrijvers nodig en –waarom ook niet-luiaards, dromers en lanterfanten. Er moeten auto’s gerepareerd worden en gebouwen schoongemaakt. Al dat toetsen, al dat vergelijken, al dat goed-beter-best gedoe leidt tot een diepe frustratie bij kinderen: het constante gevoel niet goed genoeg te zijn. Ik kan dit niet juf! We hadden gewoon gelijk in de vorige eeuw: vergelijken is een pedagogische doodzonde. Kinderen kunnen namelijk niet mislukken. Een systeem kan dat wel.

zaterdag 7 februari 2015

Column. Klaar juf!

Tijdens de Citotoets Begrijpend Lezen staart Tim aandachtig naar het plafond. Ik volg zijn blik maar zie niets bijzonders. Als hij even later weer in mijn blikveld opdoemt, zie ik dat hij al even aandachtig naar zijn schoenen staart. Is er iets, vraag ik. Tim schrikt op. Nee hoor. Even later zie ik hem naar de deur sloffen, als hij op de gang aankomt kijkt hij aandachtig om zich heen. Hij is duidelijk op zoek naar enige afleiding. Ik loop naar de gang. Wat is er toch met je? Tim zucht. Ik heb geen zin om al die lange verhalen van die toets te lezen, antwoordt hij schuldbewust. Als ik terug naar mijn bureau loop legt Thomas zijn toets neer. Klaar juf! Ik kijk hem ongelovig aan. Zo snel? Ik vond het makkelijk, zegt hij. Thomas heeft de laatste weken alles op alles gezet om toegelaten te worden tot de groep meerbegaafden op school. Dat wil zeggen: hij heeft voornamelijk mij belaagd met vragen wanneer het zo ver was. Het duurde even voor ik hem doordrongen had van het feit dat er goede toets uitslagen aan zo’n besluit ten grondslag liggen. Het eerste deel van de Begrijpend Leestoets had hij goed gemaakt. Zijn rekenresultaten zagen er ook behoorlijk uit. Nu alleen dit tweede deel nog. Hij weet dus hoeveel er van af hangt. Wacht, ik kijk het wel even na, zeg ik tegen hem. Het wemelt van de fouten. Ik laat het hem zien. Te snel gewerkt, vraag ik. Oeps, zegt hij schalks, ik had geen zin om al die teksten te lezen, ik ben gewoon meteen met de vragen begonnen. Ik kan dit antwoord niet geloven, zucht ik. Anna komt op me af. Doortje zit al heel lang op het toilet, fluistert ze. Als ik poolshoogte neem, zie ik dat ze op de grond bij de wasbak zit. Naast haar zit Fatima die kennelijk ook haar lokaal ontvlucht is. Ik trek mijn wenkbrauwen op. Ik vind die toets moeilijk, zegt Doortje. En jij Fatima? Wij doen de Cito rekentoets, antwoordt ze, die is zooooo lang! En nu hebben jullie het maar opgegeven? Fatima en Doortje grijnzen. Aangeslagen loop ik terug naar mijn lokaal. Het is een (te groot) aantal leerlingen niet gegeven hobbels te nemen. Elke keer als ik met dit soort praktijken geconfronteerd word, balanceer ik op het snijvlak van begrip en ergernis. Ja, het zijn misselijk lange teksten bij Begrijpend Lezen. Nee, het valt niet mee als je bijna iedere dag verlengde instructie krijgt om ineens zelfstandig zo’n -op de gemiddelde leerling afgestelde- toets te moeten maken. Maar daar staat tegenover dat je je toch wel kan inspannen. Je bent tien en je geeft het al op? Ik kan daar slecht tegen. Derek zet streepjes bij de Cito rekentoets. Een hele lange rij. Je snapt niet één som, constateer ik. Hij schudt zijn hoofd. Maar waar is je uitrekenblaadje? Hij kijkt om zich heem. Oeps…op de grond gevallen. Het hoeft niet uit het hoofd, het kan vaak ook niet uit het hoofd, zeg ik, je moet in stappen rekenen en de antwoorden tussendoor opschrijven. Maar dat is zoveel werk, steunt Derek. In deze voornamelijk uit jongens bestaande groep viert de gemakzucht wel vaker hoogtij. Bij de gewone rekenlessen wil een grote groep niets liever dan bij de plusgroep horen en alleen de ‘oranje’ sommen maken. Daar zijn er maar weinig van, dus voor je het weet ben je klaar. Denken ze. Het probleem is dat deze sommen moeilijk zijn. Je moet er goed over nadenken en ook hierbij de tussenantwoorden opschrijven. Dus staan ze regelmatig teleurgesteld naast me. Ik ben klaar juf maar helaas heb ik alles fout. Pak je uitrekenblaadje er eens bij, dan zullen we samen kijken hoe dat komt. Eh…wat zegt u juf?

zaterdag 22 februari 2014

Maat

Mijn achternichtje is vijf. Ze vertelt niet vaak iets over school als ze thuis komt. Vandaag wel. Ze is namelijk boos. Ze heeft de hele ochtend achter een tafeltje moeten zitten in het speellokaal, zegt ze. Ze moest steeds maar lijntjes trekken en rondjes zetten. Zooooo stom! Bah. En weet je wat het ergste was? Dat ze maar heel even naar buiten mocht en daarna weer heel lang lijntjes moest trekken en rondjes moest zetten. Niks aan. Op Twitter vertelt TeacherReality dat het met haar vijfjarigen in de Verenigde Staten al niet anders gaat: i gave a formal assessment bubble to my Kindergartners. One 5 year old yelled, “This test is soooo long!” Then she circled the wrong answer. Ook aan sommige van mijn 11-jarigen kan ik duidelijk merken dat ik teveel van ze vraag: Juf, ik kan dit niet, staat er met grote wanhopige letters op het antwoordblad van de Cito-rekentoets dat Jamira aan mij overhandigt. Het is waar. Jamira kan dit niet. Ze volgt tijdens de rekenlessen de klassikale instructie en verwerkt vervolgens het geleerde in het Maatschrift. Ze maakt haar rekentoetsen ook op dat niveau. Deze werkboeken en toetsen hebben niet voor niets het woord ‘maat’ in de titel. Cito-toetsen houden –en dit is theoretisch ook verdedigbaar- geen rekening met maatwerk. Op praktisch niveau leidt het echter tot wanhoop. Jamira krijgt plotseling een ratjetoe aan sommen voor zich waar ze geen wijs uit kan worden. Zelfs de sommen die ze doorgaans goed maakt, doet ze nu fout. Er hangt een dikke wolk om haar hoofd. Ook Maartje bakt er plotseling helemaal niets van. Bij haar is er echter geen sprake van paniek. Eerder van gelatenheid. Met haar hand onder haar hoofd zet ze het ene na het andere streepje op haar antwoordblad. Maar dit is gewoon een aftreksom, zeg ik verbaasd, die hebben we vorige week nog uitgebreid behandeld. Je moet ‘lenen bij de buren’. Weet je nog wel? O ja, Maartje schiet overeind. Dat is ook zo. Ze begint driftig op haar uitrekenblad te rekenen. Kim is onzeker. Ik zie haar steeds aarzelend in mijn richting kijken. Dan komt ze eraan geslopen. Ik denk dat ik weet hoe deze som moet juf maar ik weet het niet zeker. Ze legt razendsnel uit wat ze denkt. Het is niet juist. In de verste verte niet. Ik aarzel. Als ik hier aan begin staat er zo een hele rij leerlingen achter haar en dat kan natuurlijk helemaal niet. Maar Kim kijkt zo smekend dat ik een aantal tips geef. Ze kijkt me radeloos aan. Ze snapt het niet. Het spijt me meisje, besluit ik al zuchtend. Met gebogen schouders loopt Kim terug naar haar plaats. De rekentoets in deze klas is dit jaar een heus bloedbad. Na invoering van de resultaten in het leerlingvolgsysteem, knallen de rode en oranje kleuren beschuldigend van het scherm. De groep bestaat voornamelijk uit tobbende en wanhopige meisjes die zich steunend door elke rekenles slaan. Snap jij het? Nee, ik ook niet. Juhuf!! Het absolute dieptepunt aan toets-ellende vindt plaats tijdens de Citotoets Begrijpend Lezen. Ellenlange verhalen, volgepropte boekjes …en nog een tekst….en nog een tekst…Gruwelvragen zoals: wat is het meest waar van de volgende beweringen? Welke titel hoort het best bij het verhaal? Antwoorden die allemaal op elkaar lijken. Ik heb het notabene soms zelf niet eens goed. En waartoe leidt dit alles? Dat ik opnieuw vaststel wat ik eigenlijk op andere manieren al te weten ben gekomen: hier is iemand vooruit gegaan, daar is iemand achteruit gekacheld. Breuken, kommagetallen alsmede werkwoordvervoegingen en verwijswoorden worden nog niet goed beheerst. Ik weet het, de leerlingen weten het, hun ouders weten het maar het leerlingvolgsysteem schijnt nooit iets te weten. Het schranst maar door. Het is vooral dit systeem dat geen maat meer heeft.

maandag 16 september 2013

Onherbergzaam

Is het zo warm genoeg, vraagt Rutger terwijl hij een zware emmer met sop voor mijn voeten zet. Ik steek mijn hand in het water en knik. Precies goed zo. Rutger sleept de emmer naar het keukentje in het lokaal en begint heel precies de kastjes uit te soppen. Als hij halverwege is draait hij zich grijnzend om. Ik doe dit thuis nooit! Dus ik moet maar niet aan je moeder vertellen hoe goed je dit kunt? Nee juf, doe dat maar niet. Sanne en Lotte zijn de kast achter mij aan het schoonmaken. Het tempo is nogal sloom want ze vinden het reuze interessant wat ze allemaal tegenkomen. Kijk juf, hier op deze foto was u nog jong! Wanneer was dat? Ver in de vorige eeuw, vraag maar niet verder. Overal om me heen wordt er geruimd en gesopt. De leerlingen vinden het heerlijk, zo’n opruimdagje. Ik niet. Ik tuur naar mijn computerscherm waar ik de laatste zaken in het leerlingvolgsysteem ParnasSys probeer te zetten. Het systeem is niet voor niets naar een ruig en onherbergzaam bergmassief genoemd, denk ik narrig, als ik voor de zoveelste keer de weg probeer te vinden. Er is op dit gebied nog geen schooljaar hetzelfde van me gevraagd. De veranderingen buitelen over elkaar heen. De een na de andere oekaze van de regionale Weer Samen Naar School afdeling -het is me een raadsel waarom dit niet landelijk geregeld is- wordt via de Interne Begeleider pardoes op mijn bordje gegooid. Het georganiseerd wantrouwen neemt een steeds grotere vlucht. Leerlingenvolgsystemen zijn een ‘Rupsje Nooitgenoeg’ geworden. Het begon ooit eens met het vastleggen van de Citoscores, daarna moesten de resultaten van de methodetoetsen ingevoerd worden, vervolgens werden er datamuren verlangd om de gegevens van beiden te combineren. Uit de datamuren kwamen groepsplannen voort die liefdeloos in min-, basis en plus- groepen onderverdeeld hoorden te worden. Hierna leek de rust even terug te keren. Totdat iemand te binnen schoot dat met de oprukkende ouderparticipatie ouders die de ontwikkelingen van hun kind wilden volgen ook bij de gegevens van andere leerlingen konden komen. Dus dienden we alles individueel in te voeren. Niet veel later kwamen er weer nieuwe richtlijnen: voordat je ook maar iets invoert dien je eerst te evalueren op grond van dle-scores. En zo gaat het maar door…elke nieuwe richtlijn leidt tot nieuwe onvolkomenheden en elke nieuwe onvolkomenheid leidt weer tot nieuwe richtlijnen. Er zijn geen leidinggevenden die aan de rem trekken en aangezien inspraak in het onderwijs volkomen in onbruik is geraakt zit er maar weinig anders op dan je steeds opnieuw kreunend en steunend in de spelonken van ParnasSys te wagen. Waar zet ik deze notitie neer? Waar haal ik de dle-scores vandaan? Hoe vind ik mijn weg naar de handelingsprogramma’s van het vorig schooljaar? Ondertussen is het tijd geworden om ParnasSys af te sluiten, de emmers op te laten ruimen en het laatste half uur van de middag de groep die volgend schooljaar bij mij in de klas zal zitten te ontvangen. Het is een vriendelijk kennismaking. Ik vertel over het Verkeersexamen, de lessen Engels en nog zo wat nieuwe dingen in groep 7 en pak de laatste 5 minuten mijn gitaar: we gaan natuurlijk ook zingen, kondig ik aan. Dan zet ik een lied in. Halverwege het lied valt mijn oog op Sanne. Ze is zojuist uit het lokaal van groep 8 teruggekeerd en staat voor het raam van de deur met de armen over elkaar en een gezicht als een oorwurm. Sanne was dol op de zangles dit jaar en heeft al een paar keer aangekondigd dat ze dat het meest gaat missen als ze niet meer bij mij in de klas zit. Als ik klaar ben met zingen trekt ze boos de deur open en loopt stampvoetend op me af: het leek wel of je vreemd ging juf!

zondag 24 juni 2012

Over en uit.

Ze hebben het tot maart volgehouden, Sarah en Michelle. Daarna was het plotseling over. In het begin verbaasde het me zeer. Zag ik nou echt goed dat Sarah een briefje aan haar buurvrouw doorschoof terwijl ik ze bij de rekeninstructie uitputtend over de kubieke decimeter en de vierkante centimeter onderhield? Nou ja, misschien lag het aan die kubieke decimeter. Tot op de dag van verdaag vervullen opdrachten in het rekenboek die daarmee samenhangen mij met weerzin – al dat gedoe met nullen en komma’s, wat moet een mens ermee- dus wie ben ik om hen iets kwalijk te nemen. De volgende dag schuiven er echter ook briefjes tijdens de uitleg van gewone huis-tuin-en-keuken sommen voorbij. Ik spreek ze stevig toe. Even lijkt het alsof ze mijn woorden serieus nemen maar even later zie ik hun aandacht al weer afdwalen. Een paar dagen later begrijp ik wat er werkelijk aan de hand is: Sarah en Michelle zijn afgehaakt. Ze hebben het opgegeven. Ze zijn er klaar mee. Rekenen is gewoon te moeilijk, over tot de orde van de dag. In het begin van het jaar waren ze allebei nog vast van plan de moeilijkheden onder de knie te krijgen. De resultaten vielen onverminderd tegen maar hun inzet bleef op peil. Ik prees ze de hemel in, legde alles steeds opnieuw uit en zorgde dat ze niet teveel moeilijkheden tegelijk op hun bordje kregen. Maar steeds opnieuw verdween de instructie in een bodemloos gat in hun hoofd. Ze wisten het zelf ook. Ik vergeet het steeds, zuchtte Sarah dan. Net begreep ik het nog, steunde Michelle droevig. En nu is het voorbij. Het leven gaat verder zonder rekenen. Ook hun ouders hebben er vrede mee. De enige die zich er niet bij neer kan leggen ben ik. Het voelt als een nederlaag. Luister nu. Als ik het nu nog eens uitleg? Let nou toch op, verdorie! Met Randy is het al net zo gesteld. Al gaat het bij hem niet alleen om rekenen. Ook bij spelling, topo en aardrijkskunde haalt hij nog maar zelden een goed resultaat. Hij weet het. Ik zie bij het afnemen van toetsen aan zijn hele lichaamshouding dat hij doordrongen is van het feit dat hij opnieuw een slecht resultaat zal halen. Hij hangt wat, zucht wat, draait wat op zijn stoel. Hij sloft naar de wc, vraagt fluisterend of hij misschien koffie voor me moet halen. Het is een toets Nils. Ja maar u heeft toch vast wel zin in koffie? Tijdens de reguliere lessen wordt het werk op zijn niveau aangepast maar zolang de (Cito-)toetsen onverminderd op hetzelfde niveau worden aangeboden weet hij dat hij het klassengemiddelde bij lange niet haalt. Leonie zucht al net zo hard. Zij heeft zoveel problemen met rekenen dat zij de Cito-toetsen op het niveau van groep vijf maakt. Maar ook dan is ze de kluts regelmatig kwijt. Ik heb zo’n buikpijn, klaagt ze dan. Leonie gaat binnenkort naar groep 8. Ik was benieuwd hoe het Cito dacht over leerlingen die bij rekenen nog niet op groep 6 niveau presteren. Moeten ze dan toch meedoen aan dit onderdeel bij de landelijke Cito-toets? Ik kreeg een ellenlange mail zonder een echt antwoord terug. Voor Leonie moeten we kennelijk zelf op zoek naar een procedure waar ze geen buikpijn van krijgt. Werken op diverse instructieniveaus is –terecht- een onvoorwaardelijke eis van de onderwijsinspectie, afrekenen op een gemiddeld eindniveau is –helaas- net zo’n onvoorwaardelijke verlangen. Die twee zaken bijten elkaar. Dat weet iedereen. Aan ons de taak om tussen deze twee uitersten een weg te vinden die het minst schade aanricht aan de kinderziel van Michelle, Sarah, Randy en Leonie. Gelukkig weten sommige kinderen wel raad met deze spagaat: ze geven het op en gaan leukere dingen doen met hun leven: briefjes schrijven bijvoorbeeld.

zaterdag 12 november 2011

Meten is zweten

Bij het verwerken van de toetsgegevens van rekenen in het leerlingenvolgsysteem is het niet mogelijk om alles in een keer te overzien. Het scherm is te klein of de pagina te groot. Om die reden ben ik om de haverklap de kluts kwijt. Waar ben ik nu? Bij som 2 van Adinda of bij som 6 van Willem? O gut, vijf sommen terug heb ik een hokje overgeslagen. Wissen dan maar weer. Het is de vierde keer dat ik een deel van de resultaten wissen moet. Mijn humeur gaat met sprongen achteruit. Het went nooit echt om al deze uitgebreide administratieve handelingen te verrichten. Met taal is het allemaal nog een graadje erger. Het wemelt van de woorddictee’s, werkwoordendictee’s, thematoetsen en signaleringsdictee’s. Naast deze maandelijks terugkerende administratie voer ik twee keer per jaar een groot aantal Citotoetsen in en ook op sociaal-emotioneel gebied worden leerlingen tegenwoordig uitgebreid gevolgd. Meten is zweten. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik ondanks al dit monnikenwerk niet zo heel veel meer weet over de prestaties van mijn leerlingen dan pakweg tien jaar geleden. Het grote verschil tussen toen en nu is dat er nu een heel regiment over mijn schouders meekijkt en interpreteert en oordeelt. Er is maar een teneur: omhoog met die resultaten, omhoog, omhoog! Meten is weten. Nog meer meten is nog meer weten. Alles meten is alles weten. Maar is dat wel waar? Naarmate het belang van de resultaten groter wordt, wordt de wijze waarop de resultaten tot stand komen ongetwijfeld diffuser. Het getuigt heden ten dage van ware doodsverachting om toetsen plompverloren op de tafels van de leerlingen te leggen. Om die reden wordt overal op scholen het een en ander voorbereid en doorgesproken met de leerlingen. In de ene klas wordt extra geoefend, in de andere extra structuur geboden. Weet je nog hoe het zat met het uitrekenen van de oppervlakte? Zie je daar aan de wand die spellingskaart hangen! Het gaat steeds minder om echte resultaten en steeds meer om gewenste. Is dit bedrog? Nee, het is hooguit een hellend vlak. Een hellend vlak dat echter zo maar van het een op het andere moment in bedrog kan overgaan. Er staan immers belangen op het spel die niet alleen het welbevinden van de leerling dienen. Het gaat er helaas in tijden waarin iedereen de maat genomen wordt vooral om hoe sterk je in je schoenen staat. Wie ziet er nou niet tegenop om plaats te nemen in een vergaderkamertje waar de toetsresultaten van je groep roodgekleurd op het White Board geprojecteerd staan. Tjee, hoe kan dat nu Tjeerd. Enig idee wat je er aan zou kunnen doen? Kijk, in groep 3 was er nog weinig aan de hand, hoe kan dit nu zo ineens Maria? In de Verenigde Staten, waar het belang dat aan toetsgegevens wordt gehecht tot zulke ridicule hoogten is gestegen dat men zich in iedere klas alleen nog maar een slag in de rondte oefent voor de lees- spel- en rekentoetsen zag men zich gedwongen de resultaten op bedrog te onderzoeken. En wat bleek…de zaak werd hier en daar grotelijks belazerd. Je kunt zo’n uitkomst gewoon voorspellen. Het is niet goed te praten maar wel te begrijpen. Slechte resultaten leiden in de Verenigde Staten inmiddels tot het sluiten van scholen en het ontslag van leerkrachten. Het is echt niet uit te sluiten dat dat hier in de toekomst ook gebeurt. Op mijn bureau ligt inmiddels een halve meter aan taaltoetsen te wachten op invoering. De opbrengst van een week. Geen tijd. Geen zin. Ik ben inmiddels gewoon door gegaan met het volgende hoofdstuk in het taalboek. Natuurlijk is dat niet erg. Slechte spellers worden heus niet zomaar ineens goede spellers. Behalve als ze de resultaten naar hun hand weten te zetten natuurlijk.

zaterdag 29 januari 2011

Meten


In plaats van klautertoestellen staan er in de maanden januari en juni tafeltjes in de kleine gymzaal. Achter die tafeltjes maken vier- en vijfjarigen met bungelende beentjes en rood gekleurde wangetjes onder leiding van de klassenassistent een Cito-toets. Meten is weten, zo praat de huidige generatie onderwijsministers, inspecteurs en beleidsmakers elkaar na. Ook in mijn klas staan deze maand de tafels vaak in slagorde opgesteld. Dat lijkt lekker rustig maar dat is het niet. Sean en Sjoerd zijn dyslectisch en moeten de teksten voorgelezen krijgen. Jochem is autistisch en kan maar zo van het een op het andere moment de kluts kwijt raken. Ook de andere leerlingen tonen regelmatig tekenen van lichte wanhoop of erger: adembenemende achteloosheid. De wanhopigen zitten ongepast vaak met hun vinger omhoog. Het is een toets Daan! Maar ik snap het niet juf. Weet je zeker dat je klaar bent Annelien? Ja hoor juf. Als alle toetsen gemaakt zijn en de leerlingen opgelucht overgaan tot de orde van de dag is het mijn beurt om licht wanhopig te worden. Alle toetsresultaten moeten in het leerlingvolgsysteem ingevoerd worden. De getallen dansen op het laatst voor mijn ogen. Elke keer dat ik even heen en weer moet scrollen met de muis ben ik de draad  kwijt. Waar ben ik nou gebleven? Wat word ik hier ook al weer geacht te doen? O jasses, ik vul de gegevens van Maartje bij Jochem in. Allemachtig wat heeft die Anna zitten prutsen bij deze toets. Ook word ik regelmatig bevangen door een licht gevoel van droefenis alsmede een plotseling verlangen om uit te kijken naar een andere bron van inkomsten. Wordt het nog wel wat met die leerlingen van mij? Ergo: kan ik het eigenlijk wel, dat lesgeven? Ik kan die vraag maar beter niet hardop stellen. Voor je het weet holt Nederland weer als een blinde kip achter de ontwikkelingen in Amerika aan. Op 14 augustus 2010 verscheen er in de Los Angeles Times een artikel onder de titel Who’s teaching L.A.’s kids?  Er zijn klassen, zo schrijven de journalisten Felch, Song en Smith, die in hetzelfde gebouw gehuisvest zijn, die dezelfde achtergrond delen, dezelfde lessen volgen en op precies hetzelfde moment bij hetzelfde hoofdstuk in het boek aankomen maar waarbij, als er getoetst wordt, plotseling blijkt dat de ene klas veel meer geleerd heeft dan de andere. Deze resultaten, zo redeneren Felch e.a., hebben dan ook niets met de klassengrootte, de leerlingen of hun ouders te maken: het zijn de leerkrachten die het verschil maken. Most districts act as though one teacher is as good as another. As a result, the most effective teachers often go unrecognized, the keys to their success rarely studied. Ineffective teachers often face no consequences and get no extra help. En dus besloot the Los Angeles Times een database te ontwikkelen waar de toegevoegde waarde van iedere leerkracht in Los Angeles en omstreken in openbaar gemaakt werd. Een initiatief dat de steun kreeg van de federale autoriteiten. Twee maanden later springt onderwijzer Rigoberto Ruelas in een ravijn. Ruelas was verbonden aan een school in een probleemwijk. Zijn collega’s omschrijven hem als zeer toegewijd. Elke dag gaf hij voor- en na schooltijd bijles aan zijn leerlingen, ook maakte hij regelmatig uitstapjes met ze naar het strand. Zijn score in de database luidde echter: less effective than average. Ruelass werd volgens zijn familie, collega’s en vrienden ernstig depressief en maakte een eind aan zijn leven. Niet alles van waarde is meetbaar. Meten kan ook gewetenloos zijn. Het idee dat de toegevoegde waarde van leerkrachten louter op grond van toetsresultaten vastgesteld kan worden is te zot voor woorden. Het houdt geen rekening met het feit dat je tijdens de toetsafname de resultaten behoorlijk kunt beïnvloeden. Iets wat natuurlijk vanzelf gaat gebeuren als de bestaanszekerheid van onderwijzers van die uitkomsten afhankelijk wordt.

29 januari 2011 Het Onderwijsblad.