Posts tonen met het label uitstapjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitstapjes. Alle posts tonen

maandag 7 april 2014

Verantwoordelijk

Het is tamelijk ongewoon dat een kind de nacht doorbrengt in een park. Toch ging het in al de hectiek rond de tijdelijk verdwenen leerling in Amsterdam niet direct om de leerling zelf. De schokgolf concentreerde zich voornamelijk rond de school van deze jongen en de leerkracht die geen actie ondernam toen de jongen die ochtend niet op school verscheen. Ik heb veel aan deze arme collega gedacht. Ik had haar kunnen zijn. Niet vanwege een onverantwoordelijke inslag maar gewoon omdat het kan gebeuren. Net zoals ook haar het ongetwijfeld zomaar is gebeurd. Het kan immers op alle scholen gebeuren. Er zijn leerlingen die vaak ziek zijn en niet altijd opnieuw ziek gemeld worden, er zijn ouders en collega’s die per ongeluk vergeten een ziekmelding door te geven, er zijn akkefietjes die maken dat je de dag niet rustig en weloverwogen kunt starten. Het is eigenlijk een wonder dat er altijd zo veel goed gaat. Maar soms dus niet. En dan kan het zo maar gebeuren dat het hele land pardoes over je heen valt. Dat is een vreesaanjagende gedachte. Ik begrijp eigenlijk niet waarom men zo naïef is om te denken dat dit niet kan of mag gebeuren. Het is te simpel om de schuld bij de leerkracht neer te leggen en vervolgens over te gaan tot de orde van de dag. Er is soms geen orde van de dag. Het leven is niet zo eenvoudig. Iedereen heeft de plicht om het risico zo klein mogelijk te houden maar uitsluiten kun je niks. Toeval bestaat. Er zijn, zo heb ik ervaren, echter wel grote verschillen in hoe je de druk als verantwoordelijke leerkracht ervaart. Zelf heb ik in de loop van de tijd een aversie ontwikkeld tegen alle uitstapjes die zich buiten het schoolgebouw afspelen. Ik vind de verantwoordelijkheid in de school al zwaar genoeg. Ik weet nog goed hoe ik als dertigjarige leerkracht bij een kampeerboerderij aankwam met 30 leerlingen en een viertal ouders en dacht: waarom denkt men in hemelsnaam dat ik dit kan? Hoe weet men zo zeker dat deze kinderen allemaal gezond en wel weer terugkeren in de moederschoot? Ook uitstapjes op de fiets breng ik vaak in een staat van bewustzijnsvernauwing door. En natuurlijk ging er zo nu en dan iets mis of bijna mis. De plattegrond van de stad, de directe omgeving van kampeerboerderijen en pretparken staan vol met zwarte markeringen: hier dreigde Ewald bijna onder een scooter te komen, hier reed Aydin met een enorme vaart het talud af, hier viel Marleen uit het stapelbed, daar roeiden Tim en Thomas expres een andere kant op. Allemaal gebeurtenissen die onvoorzien waren. Al houd ik tien toespraken, regel ik alles dicht, dreig ik met deportatie of zware afwasdiensten, er gebeurt altijd wel wat. Twee jaar geleden: met twee klassen vertrekken we naar Summercamp Heino. Bij aankomst blijkt dat de slaapvertrekken nog niet klaar zijn en moet ik plotseling improviseren. Ik pak twee stapels met speurtochten uit mijn tas: de ene speurtocht speelt zich op het terrein af, de ander buiten het terrein en kan dus alleen onder begeleiding plaatsvinden. Terwijl de leerlingen om mij heen drommen, constateer ik dat er iemand op mijn leesbril is gaan zitten. Ik lees niet goed wat er op de boekjes staat en geef de leerlingen de verkeerde boekjes mee. Vervolgens heb ik een uur lang niks meer aan mijn leven. Terwijl ik door de weilanden van Heino fiets en naarstig speur naar de laatste twee verdwaalde leerlingen denk ik opnieuw: ik wil deze verantwoordelijkheid helemaal niet. Stel dat ik ze niet terug vind dan valt, afgezien van een enorm zelfverwijt, ook nog eens het hele land over mij heen. Toch zijn er collega’s die zingend in de bus, op de fiets of in de boot stappen dus het ligt ook beslist aan mij.

zondag 9 juni 2013

Teamuitjes

Het is de koudste 23 mei in meer dan 100 jaar en ik zoek samen met mijn collega’s een bal onder de rododendrons in het park. We zijn aan het klootschieten. Ik heb dat nog nooit eerder gedaan en het ziet er ook niet naar uit dat ik het ooit weer zal doen. Klootschieten is iets voor teamuitjes en familie uitstapjes. Evenals Pitch en Put, paarden mennen en georganiseerde stadswandelingen. Activiteiten die je een beetje op zijn elfendertigst uitvoert en waarbij je veel verscholen blikken op je horloge werpt. Zijn we er al? Duurt het nog lang? Het is niet per se ongezellig maar het is toch altijd weer een mooi moment als het afgelopen is. Dit keer is het echter wel heel erg koud. Een paar graden boven nul. Het bedrijf dat dit uitstapje georganiseerd heeft, wil van geen annulering of andere datum weten. Een raadsel omdat alles zich buiten afspeelt. Ook de barbecue tot mijn afgrijzen. Terwijl de hagel op mijn regelmuts klettert zoek ik dapper voor de zoveelste keer naar die vermaledijde kloot. Eerlijk gezegd was ik behoorlijk opgelucht dat we dit gezapige spel zouden spelen. Het gebied waar we liepen kent ook een klimbos en in gedachten zag ik mij al bibberend die touwladders opklimmen. Een halve eeuw geleden zou dat een fluitje van een cent zijn geweest maar nu is het een hachelijke onderneming. Het zou niet het eerste teamuitje zijn geweest dat met een gang naar het ziekenhuis eindigt. Jaren terug bracht ik halverwege de dag een collega naar huis die onwel was geworden. Tijdens de rit verslechterde zijn conditie zo erg snel dat we ons genoodzaakt zagen een motoragent aan te houden. In vliegende vaart scheurden we vervolgens door de stad naar het ziekenhuis. Het liep uiteindelijk goed af maar het waren akelige uren. Ook collega’s van andere scholen reppen van enge gebeurtenissen bij teamuitjes: rug gebroken bij een val van het paard, hersenschudding na een glijpartij in het zwembad, achillespees geknapt bij een wat al te jeugdig uitgevoerde sprong. Gezien de sterke vergrijzing van het onderwijspersoneel zou het echt het beste zijn als we alleen nog een high tea organiseren, een avondje naar het theater gaan, een korte wandeling langs het strand maken of een copieus diner verorberen. Toch zijn al deze uitstapjes te verkiezen boven de uitstapjes die in het teken van teambuilding staan. Wat heb ik daar toch altijd een hekel aan gehad. De zijige taal van de cursusleiders, de opdrachten waarbij we elkaar letterlijk over hindernissen moesten helpen, de loze beloftes van mensen die enigszins onder vuur kwamen te liggen, het feit dat mensen überhaupt onder vuur kwamen te liggen. Bah. Bah. Bah. Het was in de tijd dat men ervan overtuigd was dat neuzen eenzelfde kant op moesten staan. Een kant die meestal arbitrair en willekeurig was en niet zoveel met de lespraktijk te maken had. Er werden door cursusleiders veel nobele inleidingen gehouden over kritiek geven en ontvangen, over ik-boodschappen, over feiten en belevingen maar als er dan vervolgens een emotionele beerput openging vol veronderstellingen, meningen en afrekeningen dan zaten ze er krachteloos bij: het is goed dat het gezegd wordt. Laten we nu kijken hoe we er samen weer uit kunnen komen! Maar we kwamen natuurlijk samen nergens meer uit. Er waren wonden geslagen die er voorheen nog niet waren. Ze etterden nog jaren na. Niemand was er beter van geworden. Het team niet, de leiding niet en de leerlingen al helemaal niet. Nee, laat me dan maar lekker klootschieten, in de kou barbecueën en paarden mennen. Alleen in een tuktuk zal niemand me niet meer vinden. We zaten er met zijn drieën in, vanwege een blessure van een van ons. De rest reed op Solexen door het zonnige Drentse landschap. We verdwaalden.

zondag 24 maart 2013

Tochtjes maken

Hoewel ik vind dat alles is toegestaan om er onderuit te komen: smoezen, ziekmeldingen en afmeldingen in verband met te weinig assistentie van ouders, ga ik regelmatig toch op pad met mijn leerlingen. Per slot wacht er aan het eind van de tocht iets leuks, iets zinvols of iets dat gewoon moet: het Verkeersexamen of een creatieve activiteit waar ik al jaren niets meer over te zeggen heb in het plaatselijke kunstencentrum. Ik wil ook niet al te kinderachtig zijn op dit gebied, ik gun de leerlingen zo’n uitstapje maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik in de loop van de jaren gewend ben geraakt aan het fenomeen. Het valt namelijk nooit mee. Dat ligt niet aan de leerlingen. Die hebben allang begrepen dat ik absolute gehoorzaamheid van ze verlang en dat er treurige gebeurtenissen in het verschiet liggen als hun volgzaamheid ook maar een tel wijkt. Vooral het aankomende Verkeersexamen is een prachtig wapen in groep 7. Gezakt, knetter ik regelmatig als ik achteromkijkend een onrechtmatigheid waarneem en het stuur van mijn dertig jaar oude racefiets recht probeer te houden(is die fiets van u, vroegen mijn leerlingen destijds bewonderend, is die fiets van u, vragen ze nu grinnikend). Dus rijden er robots achter mij die het dolkomisch vinden om op exact het juiste moment tegelijk hun hand uit te steken of over hun schouder naar achteren te kijken. Mijn bevelen echoën door de buurt: voorrang geven aan rechts, ..rang geven aan rechts…. aan rechts! Denk aan de voetganger…de voetganger…ganger. Nee, het ligt niet aan hen, het ligt aan de overige verkeersdeelnemers. Die staan er namelijk op om die lange, in gele hesjes gehesen, sliert kinderen doorlopend in gevaar te brengen. Vooral middelbare scholieren vinden niets zo vernederend als achter een groep basisschool leerlingen aan fietsen. Dus halen ze ons in. Dat kan niet altijd op fietspaden waar het verkeer je tegemoet komt rijden. Dat kan al helemaal niet als je ook nog perse met zijn drieën naast elkaar wilt blijven fietsen. Dus word er gegild en geschreeuwd (door de leerlingen) en gevloekt en getierd ( door de scholieren en door mij), zwalkt de fietsende rij leerlingen van links naar rechts, berm in, stoep op en sta ik doodsangsten uit. Maar ook een enkele ogenschijnlijk hele normale huisvrouw, twee kinderen in een kinderzitje, boodschappentassen aan het stuur, kan het zo maar in haar hoofd halen om de rij te passeren. Kijk daar komt ze aan. De rij is lang, niet iedereen heeft door dat ze er langs wil, niet iedereen kan haar er bij tegemoetkomend verkeer zo maar tussen laten. Ze begint te schelden. De leerlingen schelden vrolijk terug. Als we moeten stoppen voor verkeer dat van rechts komt, ziet ze haar kans schoon. Met een enorme vaart komt ze langszij zetten om vervolgens net voor de optrekkende auto van rechts langs te schieten. Ook sommige meefietsende ouders kunnen onbedoeld chaos veroorzaken. Ook van hen verwacht ik absolute gehoorzaamheid maar die houding is niet iedereen op het lijf geschreven. Nadat we samen de klas een drukke verkeersweg over geholpen hebben springt de moeder van Tim op de fiets en roept: ik rijd nu wel even voorop. Doe jij maar rustig aan! Ik wil nog iets zeggen maar de meeste leerlingen zijn al opgestapt. De moeder van Tim fietst veel te hard. Het kost de leerlingen moeite haar bij te houden. Er nadert een voorrangsfietspad. De groep fietst harder en harder. Ik schreeuw bevelen. Niemand hoort iets. Er komt een scooter van rechts. Het is een middelbare scholier. Hij overweegt geen seconde om in te houden als hij de paniekerige sliert leerlingen ziet en mist Thomas op een haar. De volgende keer verzin ik weer een smoes als er een tochtje aan komt.

zaterdag 9 juni 2012

Verkeersles

Zeker twintig klasgenootjes zijn haar voorgegaan op de fiets. De meesten hebben zich keurig aan alle aanwijzingen gehouden: eerst achterom kijken, hand uitsteken en dan voorsorteren als je het voorrangsfietspad nadert. Toch ziet Sharon kans geen van deze handelingen uit te voeren. Als ze het teken krijgt om te laten zien dat ze de regels heeft begrepen, brengt ze haar fiets wiebelig in beweging, kijkt niet over haar schouder naar achteren en rijdt, zonder voor te sorteren, zonder ook maar en blik naar links of rechts te werpen recht op het fietspad af. Collega L. en ik schreeuwen ons tegelijkertijd de longen uit het lijf. Sharon laat zich echter niet uit het veld slaan door ons gebrul, uit haar lichaamshouding blijkt dat zij ook de razend drukke verkeersweg die zich achter het fietspad bevindt op dezelfde wijze denkt te kunnen nemen: met blind vertrouwen in de voorzienigheid. Mijn hart klopt in mijn keel. Ik twijfel ineens aan mijn vermogen om haar vandaag in leven te houden. Als ik Sharon eindelijk tot stilstand heb geschreeuwd, kijkt ze me verbaasd aan. Haar houding verandert in een seconde van roekeloos in apathisch. Doe ik het niet goed? Zegt u het dan maar hoor juf. Kan het nu? Nee, nu dan wel? Neem zelf een beslissing, roep ik. Kijk goed. Ga niet als je twijfelt. Sharon blijft echter naar mij kijken. Je moet naar links kijken, zeg ik. Sharon kijkt braaf naar links en dan weer naar mij. Ik ben er van overtuigd dat ze niet echt iets waarneemt. Ondertussen heeft Sarah zich al in beweging gezet om de oversteek te wagen. Sarah is Turks maar in Nederland geboren en opgegroeid. Ze kan echter amper fietsen. Ze doet ontzettend haar best maar het verkeersknooppunt is gewoon te complex voor haar. Fietspad links, schreeuw ik. Ze kijkt gehoorzaam naar links. Fietspad rechts, schreeuw ik. Denkt u dat ik kan gaan, vraagt ze onzeker. Wat denk je zelf, vraag ik uitnodigend. Sarah haalt besluiteloos haar schouders op. Ik weet het niet juf. Ja maar lieverd, ik sta hier de volgende keer echt niet als jij de weg over moet. Ha, ha, nee juf, dat weet ik. Ik slaak een zucht van verlichting als ze aan de overkant is. Er zijn ook leerlingen die de route van het verkeersexamen veel geoefend hebben met hun ouders. Tim hoef ik om die reden niets meer te vertellen. Ik heb hier al al vier keer met mijn ouders gereden, zegt hij als ik op het punt sta om hem een aanwijzing te geven. Ik klap mijn mond braaf dicht. Als hij echter bij de derde hindernis opnieuw vergeet zijn hand uit te steken en andermaal zelfverzekerd in mijn richting roept dat hij hier al voor de vijfde keer rijdt kan ik het niet laten: zolang je je hand vergeet uit te steken moet je misschien ook nog maar een zesde keer gaan oefenen! Tim rijdt met een rood hoofd verder. Ik ben nooit op mijn best met dit soort uitstapjes, denk ik berouwvol als ik naar zijn verdwijnende rug kijk. Dit reflectieve moment duurt echter maar kort want Mickey komt eraan gescheurd. Ik ken deze weg want ik woon hier, roept hij enthousiast terwijl hij aanstalten maakt nog net voor een aanstormende auto langs te schieten. Mijn terechtwijzing weerkaatst door de hele buurt. Gelukkig doen de meeste leerlingen het heel goed. Soms zelfs te goed. Zo doet Daan bijvoorbeeld heldhaftige pogingen om zijn hand uit te steken en tegelijkertijd zijn fiets in beweging te zetten. De poging eindigt in de berm. Ik help hem overeind. Nog even en we zijn weer op school, denk ik opgelucht. Dat is een plek waar mijn zonnige aard veel beter tot zijn recht kom dan hier op straat.