zondag 27 mei 2012

Zelfwerkzaamheid.

Ik licht de keuzekaarten toe die bij de geschiedenismethode horen. Het thema is: ontdekkingsreizen. Je kunt een onderzoek doen naar tropisch fruit, vertel ik. Je zoekt dan uit hoe het verbouwd wordt, waar het verbouwd wordt en daarna maak je daar een presentatie van. Je kunt ook een onderzoek doen naar de verspreiding van Europese talen over de wereld. Een andere opdracht bestaat uit het namaken van een boot uit de tijd van de ontdekkingsreizen, dat kan zowel ruimtelijk als in het platte vlak, je moet je daarbij wel bedenken dat...en zo ga ik door tot ik wel vijftien verschillende opdrachtkaarten heb toegelicht. De een nog uitdagender en leuker dan de ander. Het is niet de eerste keer dat we dit doen. Het is ook niet de eerste keer dat ik uitgebreid op de voorwaarden in ga waar zelfwerkzame opdrachten aan moeten voldoen. Toch is het mij droef te moede als ik een inventarisatie op het bord maak: meer dan de helft van de klas wil een boot maken. Sommige kinderen hebben zelfs al snel een schets gemaakt in de hoop dat zij op deze wijze eerder tot de uitverkorenen behoren. De een wappert met de stoomboot van sinterklaas, de ander houdt een tekening van een wrak sloepje omhoog. Ik klik het digibord uit en been driftig naar mijn bureau. Ik stop ermee, zeg ik narrig, de meesten van jullie kiezen voor de makkelijkste weg. Er zijn zoveel leuke opdrachten en dan willen jullie allemaal tegelijk een mal bootje plakken. Bah! Als we ’s middags opnieuw kiezen durft vrijwel niemand meer te opteren voor de boot. Alleen Sasha maar die heeft haar wens goed voorbereid en een tekening van een Spaans galjoen van het internet geplukt. Bedoelt u zoiets juf? Ik kan aan satéprikkers, karton en doek komen. Toch valt het me op dat ik wederom in looppas langs de groepen moet om het niveau van de opdrachten omhoog te krikken. Ook met dit bovengemiddelde en werkwillige stel leerlingen valt het niet mee om de opdrachten uit de verf te laten komen. Het doet me denken aan de moeizame wijze waarop de lessen bij aardrijkskunde vaak verlopen. Steeds opnieuw staan er kinderen voor mijn neus die het antwoord op een vraag niet kunnen vinden in het boek zelfs al staat het pal voor hun neus. Ik herhaal dan maar weer eens dat in 95 procent van de gevallen de antwoorden gewoon in de tekst staan maar elke keer staan er leerlingen voor mijn neus die mij plechtig verzekeren dat zij de uitzondering op deze regel nu echt gevonden hebben: we kunnen het niet vinden juf. Het staat er niet in. Ook de atlas raadplegen is een reuze vermoeiend proces voor velen. Het register? Wat is dat ook al weer juf? Diepe rimpel. O ja! Even kijken, nee, het staat er niet tussen juf. Echt niet. Kijk maar…o…oeps…toch wel. Sorry juf. Dank u wel juf. Het werktempo ligt bij sommigen adembenemend laag, al zet ik steeds markeringsstreepjes om de voortgang in de gaten te houden. Bij de leerlingen die wel snel gaan is het zaak om te controleren of ze niet steeds doodleuk streepjes hebben gezet waar antwoorden horen te staan. We wisten het niet juf en u was zo druk bezig. Soms verlang ik terug naar de tijd waarin alles op mijn voorwaarden verliep. Het tempo, de inhoud, de aangestuurde naspeuringen. Stil, rustig, klassikaal. Maar dat stimuleert de zelfwerkzaamheid niet. Dus slalom ik tussen de tafeltjes, priem ik eindeloos mijn vinger in registers, wijs ik obligate antwoorden op obligate vragen aan en schud ik regelmatig met mijn hoofd over de zoveel vermorste tijd. Zelfwerkzaamheid is een mooi ding. Er worden prachtige doelen mee nagestreefd. Ik ben dan ook heel erg voor. Behalve in de praktijk.

zondag 22 april 2012

Krachtenveld

Geschrokken loop ik naar Sam. Je moet wel achter die kast blijven staan, wijs ik autoritair. Zojuist is Sarah uit mijn groep ondersteboven achter de springkast terecht gekomen. Ik slaak een zucht van verlichting als ze grijnzend opduikt. O ja, o ja, grijnst Sam, sportleraar in opleiding, schaapachtig. Even later brul ik al weer net zo hard als Steven een aanloop neemt. Iedereen kan zien dat Steven niet omhoog zal komen op die springplank en met kast en al naar voren zal vallen. Sam niet. Hij staat te grappen met zijn vriend Marc, die samen met hem stage loopt. Alles aan de lichamen van Sam en Marc zit mee: flexibel, lenig, goed getraind. Ze zijn zeventien en kunnen zich nog slecht inleven in de moeilijkheden die sommige kinderen ondervinden in het nemen van hindernissen. Kom op joh! Ah, dat kan je wel joh! Ah, niet al te bang zijn, het valt best mee. Dus wil Steven zich niet laten kennen en doet ook Sarah, die meestal haar hoofd schudt en op de bank gaat zitten als het lastig wordt, manmoedige pogingen om over die vermaledijde kast te komen. Om vervolgens te constateren dat ze er alleen voor staan. Boem. Oeps. O jee. O meisje toch.. Heb je je zeer gedaan? Liefdevol buigt Sam zich over het slachtoffer heen. De komst van Sam en Marc heeft een verrassende uitwerking in alle groepen die ze begeleiden. Het brengt elementen in kinderen naar boven die ik eerder niet zag. Zo is Michelle uit groep 5 helemaal idolaat van Sam. Ze rent met een rood hoofd en als een kip zonder kop achter hem aan. Elke les opnieuw komt ze als eerste uit de kleedkamer rennen. Pak me dan! Pak me dan! Je kunt me toch niet krijgen! Houd daar eens mee op, roepen haar leerkracht en ik dan in koor. Maar ze houdt niet op. Wat kan haar die hoofdschuddende oude vrouwen schelen. Sam, daar gaat het om, leuke stoere Sam, pak me dan. Koert uit groep zes is een Sam in het klein. Hij is in zijn groep de stoerste, de snelste, de beste. Die rol is natuurlijk niet vol te houden als Marc en Sam besluiten om mee te spelen met een balspel. Vooral Sam schiet als een schicht door de zaal. Hij doet net alsof hij op zulke momenten hun gelijke is. Hij heeft nog niet voldoende leren schakelen in zijn rol als begeleider. Dus moppert Koert, ontregelt hij het spel en besluit hij regelmatig om dan maar niet meer mee te doen. Het kon niet anders of het moest mis gaan tussen die twee. De oorzaak van de onmin zal wel altijd schimmig blijven. Het is nooit duidelijk geworden of het s-woord ooit gevallen is. Voelde Koert zich een sukkel of heeft Sam daadwerkelijk gezegd dat hij een sukkel is. We weten het niet. Wat we wel weten is dat het akkefietje escaleerde in een gevecht tussen Sam enerzijds en de ouders van Koert, die hun zoon op zijn woord geloofden, anderzijds. De ouders eisten onverwijlde verwijdering van beide stagiairs. Het kostte moeite om hen duidelijk te maken dat zij daar geen beslissingsrecht over hadden. Ook de moeder van Suzan uit groep 4 eiste dat haar dochter niet langer les van Sam en Marc kreeg toen ze een blauwe plek ontwaarde op het been van haar kind. Ze speelde het hoog op. Het is een merkwaardig krachtenveld dat ontstaat als er ineens een brok testosteron en vrolijke manmoedigheid door de gymlessen waart. Zijn we vergeten dat het bestaat? Moeten we kinderen er voor behoeden? Zelf denk ik dat het een uitstekende aanvulling in de voorbereiding op het echte leven. Het neemt echter niet weg dat zowel Sam als Marc nog heel wat moeten leren: achter die kast jongens en snel een beetje!

zondag 25 maart 2012

Keurkorps

De beheerder van de vestiging van Mc Donalds reageert als een kruidenier uit de jaren vijftig. Of wij als de wiedeweerga onze auto elders willen parkeren. Met al die door stakers in beslag genomen parkeerplaatsen lopen zij deze dag wellicht klanten mis. Even later zien de medewerkers van deze vestiging geen kans om mij en mijn stakende collega’s op tijd van koffie te voorzien. Machine te traag, drukte te groot, Gevolg: misgelopen klanten. Het is het enige smetje op een verder vlekkeloos verlopen dag. Vroeger was staken een prestatie. Je moest er uithoudings- en incasseringsvermogen voor hebben. Al die lange tochten door verlaten straten, de winderige stadions, de drassige grasvelden, het was bikkelen. Nu is het een ontspannen uitje. Een warme bus, een prachtig stadion, een aangenaam programma. Leve de vooruitgang. Op deze wijze wil ik elke week wel in een bus stappen. Ik ben een gehoorzaam vakbondslid. Ik vind dat mijn mening er altijd in hoge mate toe doet behalve als er opgeroepen wordt om te staken. Dan schakel ik onmiddellijk al mijn meningen gelijk aan die van de vakbond en laat mij in de hoedanigheid van ‘telvee’ verslepen. Mijn karakter is niet nobel genoeg om dit middel te schuwen en ik ook ben ik -in tegenstelling tot sommige anderen- nooit ‘te druk’ om niet te gaan. Druk zijn is een keuze. Dus roep mij op tot actie en ik meld mij per ommegaande met petje, sjaal en spandoek. Nu het staken in het huidige tijdsgewricht geen prestatie meer is -zelfs de besturen knepen in sommige gevallen een oogje toe- is het deel uit maken van een schoolteam dat wel degelijk. De monniken hebben tegenwoordig geen gelijke kappen meer. Er is ongelijkheid ontstaan in status en salaris tussen leerkrachten die exact hetzelfde opleidingsniveau hebben en dezelfde dagelijkse praktijk delen. Die ongelijkheid wordt veroorzaakt door het belonen van bepaalde coördinerende taken zoals ICT, IB e.a. Eerst werden de uitvoerders van deze taken vrij geroosterd, daarna werden zij beloond met een behoorlijk aantal taakuren, vervolgens werd er immuniteit bij afvloeiing verleend en sinds kort wordt men ook nog voor deze taak extra betaald: de lb-schaal deed zijn intrede. Vier keer beloond worden voor precies dezelfde taak, kom daar eens om bij een ander beroep. Ik vind het een hele prestatie van alle collega’s die niet tot dit keurkorps behoren dat ze hun lb-collega’s niet en masse over de reling kieperen. Vooral omdat het soms tot merkwaardige zaken leidt. Zo kun je als 60-jarige onderwijzeres met bijna veertig jaar ervaring nog rustig onvrijwillig afvloeien omdat al die jonkies met hun jeugdige elan tot dit speciale korps zijn toegetreden. En het keurkorps blijft natuurlijk zitten waar het zit want het zit daar goed. Nou gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat ik zelf ook gelijker dan mijn gelijken ben geworden. Ik wilde nadat de coördinerende taak die ik al een tijdje met plezier uitvoer, een lb-functie was geworden, deze klus niet kwijt. Ik wilde niet weer gedwongen worden om op oude wijze mijn taakuren bij elkaar te sprokkelen met kerstcommissies (vermoeiend), lopathons(vermoeiender) en avondvierdaagsen(dodelijk vermoeiend). Ik wilde op mijn oude dag ook niet opnieuw onderaan de afvloeiingslijst komen te staan en als men mij per se financieel wil belonen…nou vooruit ...dan moet dat maar. Maar in de kern van de zaak is het een vreemde situatie. Alleen al om die reden zat ik dinsdag 6 maart vooraan in de bus om een verdere voortschrijding van deze tweedeling,in de vorm van een prestatiebeloning, tegen te gaan. Ik dank al mijn la-collega’s voor hun geduld met mij en mijn fellow lb-ers, ik beloof dat ik echt niet boos zal worden als ik op een goede dag pardoes gejonast word. Ik heb het er per slot van rekening zelf naar gemaakt.

zaterdag 25 februari 2012

Mobieltjes

Het is doodstil in de klas. Elke keer als ik van mijn nakijkwerk opkijk, zie ik dat iedereen flink doorwerkt. Dan zoekt Sander nadrukkelijk mijn blik. Hij wijst zo onopvallend mogelijk in de richting van een aantal leerlingen in zijn buurt. Ik volg zijn vinger en zie dat de blik van twee leerlingen niet op hun werk maar op een punt onder hun tafel gericht is. Ze checken hun mobiele telefoon. Niet klikken Sander, fluister ik. Klikken is echter een onaangenaam doch probaat hulpmiddel voor een juf. Dus…vijf minuten later loop ik naar ze toe. Lever maar in, gebied ik, kwart over drie kun je de telefoon weer ophalen. Doortje en Wensley kijken me geschokt aan. O help, tot kwart over drie zonder telefoon, redden ze dat? De ogen van Doortje volgen haar geliefde apparaat tot in de la van het bureau. Om kwart voor 12 komt ze bezorgd vragen of die telefoon daar echt wel veilig ligt. Ik snap deze leerlingen wel. Ik kan eerlijk gezegd zelf ook niet goed zonder telefoon. Mailtjes, tweets, status-updates van Facebook, mijn vingers jeuken als ik een zachte bliep uit mijn telefoon hoor komen. Het is zo verleidelijk, o zo verleidelijk om even snel te kijken. Natuurlijk gaat dat met de leerlingen net zo. Maar ik kan niet al te veel begrip tonen want voor je het weet wordt er geen rekenles meer afgemaakt. Ook zit ik er niet echt op te wachten om mijzelf schuimbekkend of diep wanhopig aan te treffen op You Tube. Op de een of andere manier verwacht ik niet dat ik van mijn beste kant gefilmd word als mijn leerlingen mij stiekem filmen. Geen filmpjes in de trant van: kijk hier vertelt onze geliefde leider spannend over de Vikingen en hier ontrafelt zij op meesterlijke wijze de geheimen van de samengestelde breuk. Nee, ze filmen me ongetwijfeld alleen maar als Daan mijn geduld weer eens tot het uiterste tart of wanneer ik Jochem tot de orde roep als hij ontploft vanwege een kleinigheidje. De komst van mobiele telefoons op de basisschool heeft tot veel opmerkelijke situaties geleid. Zo heb ik tijdens het beslechten van een akkefietje al twee keer een mobieltje in handen gedrukt gekregen van een leerling die kans had gezien even haar moeder te bellen over de onderhavige kwestie. Hier juf, mijn moeder wil ook even wat zeggen. Ook stond er al eens een vader op de stoep terwijl de stofwolken van een vechtpartij waar zijn zoon aan deel genomen had, nog maar net opgetrokken waren. Waar komt u zo snel vandaan mijnheer? Mijn zoon mag mij bellen als er iets is, antwoordde hij bars. Ook in kleedkamers en op schoolpleinen is de opmars van de mobiele telefoon geen onverdeeld genoegen. Denk eraan dat je niemand fotografeert of filmt zonder toestemming, roep ik om de haverklap. Maar het lijkt tot veel kinderen maar matig door te dringen dat zoiets niet kan. En niet alleen tot kinderen. Vrijwel meteen nadat de telefoon van Nadja -leerling uit een andere groep- in beslag genomen is omdat ze haar vriendinnen in de kleedkamer gefilmd heeft, stormt haar vader de school binnen om op hoge toon de telefoon terug te eisen. Alle argumenten die aangevoerd worden om de rechtmatigheid van deze daad te verdedigen worden snuivend weggewimpeld. Hier met die telefoon en snel! Het kan niet anders of er komen binnenkort kluisjes in ieder klaslokaal waar de mobieltjes in opgeborgen worden. Het is jammer maar er zit waarschijnlijk niets anders op. Ik vraag me wel af hoe het dan met mij moet. Hoe ver mag je als leerkracht boven de wet staan? Toch wel een beetje hoop ik. Alleen om mijn privé-mail te checken natuurlijk. Per slot kan er een belangrijke mededeling binnenkomen.

zaterdag 14 januari 2012

Vizier

Peinzend staar ik naar de groepsindeling die ik gemaakt heb voor het uitstapje naar de bioscoop. Wie ben ik nou vergeten? Ik tel maar 30 namen en ik heb er toch echt 32 leerlingen. Na een paar minuten heb ik nog steeds geen idee. Luister even, zeg ik tegen de klas, ik noem jullie namen op en aan het eind wil ik graag horen wie ik niet genoemd heb. Als ik klaar ben steken Arjan en Achmed hun vingers op. Als ik weer ga zitten merk ik dat ik me schaam. Ik vergeet Arjan en Achmed wel vaker. Ze zijn zo goed als onzichtbaar in deze groep. Als beloning voor al hun goede gedrag vergeet ik om de haverklap hun hele bestaan. Het is niet de eerste keer dat ik me schaam voor mijn falende opmerkzaamheid. Toen ik een surprise voor Arjan had moeten maken was me geen enkel onderwerp te binnen geschoten. Waar kenmerkte deze knaap zich nou door? Iets met voetballen? Nee, ik zag hem nooit op het veld. Iets met muziek? Nee, Arjan was zo ongeveer de enige leerling in de klas die niet van zingen hield. Een passie voor het een of ander? Er schoot me niks te binnen. Uiteindelijk had ik iets obligaats in elkaar geknutseld en me voorgenomen om hem wat beter in het vizier te houden. Vervolgens was ik hem weer vergeten. Nou ja, vergeten…wat me wel was opgevallen was dat Arjan mij net zo min in het vizier hield als ik hem. Met enige regelmaat constateerde ik dat hij - nadat ik een opdracht uitgebreid toegelicht had- verbaasd opveerde uit zijn stoel. Moeten we iets doen, hoorde ik hem dan fluisteren. Soms kwam hij het ook vragen. Ik heb niet goed gehoord wat u zei juf, zei hij dan doodleuk. Heb je nou echt twintig minuten lang niet gehoord waar ik het over had Arjan, vroeg ik dan narrig. Ja juf, eh nee juf, eh sorry juf. Nu ik er goed over nadacht, zag Arjan mij eigenlijk net zo weinig staan als ik hem zag zitten. Achmed daarentegen zie ik heel goed staan. Ik struikel wel tien keer per dag over hem. Na elke instructie schiet hij als een pijl naar voren om mij nog iets persoonlijks mee te delen over de les. Een associatie met dit, een herinnering aan dat, een aanvulling op het aan de orde gestelde. Achmed valt eigenlijk, nu ik goed over nadenk, helemaal niet zo goed over het hoofd te zien. Waarom vergeet ik hem dan toch zo vaak? Waarschijnlijk omdat ook hij zich niet door iets persoonlijks, iets authentieks in mijn geheugen gegrift heeft. Iets met voetballen? Hij voetbalt niet. Iets met muziek, iets met techniek? Niks. Veel jongetjes in deze klas zijn helemaal in de ban van alle Star Wars films, alleen Achmed geeft er niks om. Er is niets waardoor hij opvalt, niet in positieve, niet in negatieve zin. In een klas met 32 leerlingen moet je kennelijk met iets speciaals hebben om het geheugen van de juf een handje te helpen. Mandy is bijvoorbeeld net zo rustig als Achmed en Arjan maar ze tekent werkelijk indrukwekkend goed. Anna is een heel onopvallend en rustig meisje maar haar onhebbelijke vader valt niet over het hoofd te zien. Achmed en Arjan hebben niets van dit alles. Daarom slaat mijn brein hun aanwezigheid in de hectiek van alle dag niet goed op. Om ze wel goed te zien zitten moet ik ze in gedachten kennelijk wat bijzonderheden mee geven. Maar wat? Misschien moet ik gewoon proberen te onthouden dat ik ze altijd opnieuw vergeet.

zaterdag 26 november 2011

Preventief

Er zijn ouders die hardnekkig blijven geloven dat al het leed dat hun kinderen overkomt, voorkomen had kunnen worden als leerkrachten maar op tijd ingegrepen hadden. Dat is een misvatting. Al bevestig je tientallen camera’s en installeer je in de gangen en bij de garderobe op iedere hoek een toezichthouder, er ziet altijd iemand kans om snel te grijnzen, te sissen, te duwen of anderszins een medeleerling te ontregelen. Als er tenminste opzet in het spel is. De meeste akkefietjes tussen leerlingen ontstaan plotseling: er knalt plotseling een bal tegen het hoofd van een leerling, iemand duwt net even te hard tegen een schouder bij het pakken van de jas. Elke dag spelen zich op elke school dit soort taferelen af. Het hoort bij het schoolleven. Je kunt het niet voor zijn. Toch blijven er ouders die menen dat het echt mogelijk is dit allemaal te voorkomen: leerkrachten moeten beter opletten, op tijd in de buurt zijn en niet zulke softe sancties toepassen. Hoe deze ouders toch altijd zo precies weten hoe de vork in de steel zit en wie er schuldig is (de ander) en wie er niet schuldig is (het eigen kind) is me een raadsel maar hun verklaringen staan als een huis en hun oordeel is ongemeen streng: nog even en ze zoeken een andere school. Nou is er op dit gebied niets nieuws onder de zon. Vroeger ging het niet anders. Toen ik 11 was speelde ik veel met mijn buurmeisjes. Dat liep wel eens uit de hand. Hun moeder kwam dan steevast naar buiten en eiste op hoge toon een verklaring omtrent deze ruzies. De verklaring die mijn buurmeisjes gaven vertoonde geen enkele overeenkomst met de werkelijkheid. Ze logen alles bij elkaar. Het gevolg was dat ik een strenge reprimande van mijn buurvrouw kreeg die ik verbolgen aanhoorde. Op een dag had ik er genoeg van en vroeg ik, nadat ik weer eens de wind van voren had gekregen, aan het oudste buurmeisje waarom ze toch altijd zo loog over wat er gebeurd was. Ze schoot in de lach en zei: omdat mijn moeder het gelooft natuurlijk! En zo is het. Dat is precies wat kinderen van ouders die naar school stuiven weten: mijn ouders geloven wat ik zeg. Het grote verschil met vroeger is dat heden ten dage bij het woord ‘klacht’ iedere onderwijzer, directeur en schoolbestuurder terstond een hartverzakking krijgt. Op het geestesoog ontrolt zich in rap tempo een nachtmerrieachtig visioen: geroddel bij het hek, vertrekkende ouders, krantenkoppen, klachtencommissies. Om die reden krijgen klagers veel meer ruimte dan ze eigenlijk verdienen. Alle inspanningen zijn er opgericht om de onvrede zo snel mogelijk te beteugelen. Is het zo goed? Bent u tevreden met deze oplossing? Heel fijn! Is alles thuis verder goed? Ook met uw oude moedertje? Mooi! Kom gerust langs als er nog eens wat is. Het nieuwste verschijnsel dat zijn intrede heeft gedaan om eventuele klagers verregaand tegemoet te komen is het ‘actief pleinwacht lopen’ van leerkrachten. Op deze wijze hoopt men precies op tijd te zijn als zich iets onaangenaams dreigt voor te doen. Het is een merkwaardig gezicht: plotsklaps staat de juf niet meer op de zichtbare plek waar zij altijd staat maar doemt ze ergens op waar kinderen het niet verwachten of waar leerlingen die assistentie nodig hebben haar met geen mogelijkheid kunnen vinden. Helpt het? Welnee. Er is altijd wel een hoek waar de juf net niet loopt, er speelt zich altijd wel een ruzietje af terwijl de meester zich net omgedraaid heeft. Het kan niet anders of iedere leerkracht krijgt binnenkort een kwadrant van het plein ter beschikking om toezicht over te houden. Daarna zullen er wachttorens opdoemen, compleet met verrekijkers en megafoons. Zolang men denkt dat klagers hoe dan ook tegemoet gekomen moeten worden is immers alles mogelijk.

zaterdag 12 november 2011

Meten is zweten

Bij het verwerken van de toetsgegevens van rekenen in het leerlingenvolgsysteem is het niet mogelijk om alles in een keer te overzien. Het scherm is te klein of de pagina te groot. Om die reden ben ik om de haverklap de kluts kwijt. Waar ben ik nu? Bij som 2 van Adinda of bij som 6 van Willem? O gut, vijf sommen terug heb ik een hokje overgeslagen. Wissen dan maar weer. Het is de vierde keer dat ik een deel van de resultaten wissen moet. Mijn humeur gaat met sprongen achteruit. Het went nooit echt om al deze uitgebreide administratieve handelingen te verrichten. Met taal is het allemaal nog een graadje erger. Het wemelt van de woorddictee’s, werkwoordendictee’s, thematoetsen en signaleringsdictee’s. Naast deze maandelijks terugkerende administratie voer ik twee keer per jaar een groot aantal Citotoetsen in en ook op sociaal-emotioneel gebied worden leerlingen tegenwoordig uitgebreid gevolgd. Meten is zweten. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik ondanks al dit monnikenwerk niet zo heel veel meer weet over de prestaties van mijn leerlingen dan pakweg tien jaar geleden. Het grote verschil tussen toen en nu is dat er nu een heel regiment over mijn schouders meekijkt en interpreteert en oordeelt. Er is maar een teneur: omhoog met die resultaten, omhoog, omhoog! Meten is weten. Nog meer meten is nog meer weten. Alles meten is alles weten. Maar is dat wel waar? Naarmate het belang van de resultaten groter wordt, wordt de wijze waarop de resultaten tot stand komen ongetwijfeld diffuser. Het getuigt heden ten dage van ware doodsverachting om toetsen plompverloren op de tafels van de leerlingen te leggen. Om die reden wordt overal op scholen het een en ander voorbereid en doorgesproken met de leerlingen. In de ene klas wordt extra geoefend, in de andere extra structuur geboden. Weet je nog hoe het zat met het uitrekenen van de oppervlakte? Zie je daar aan de wand die spellingskaart hangen! Het gaat steeds minder om echte resultaten en steeds meer om gewenste. Is dit bedrog? Nee, het is hooguit een hellend vlak. Een hellend vlak dat echter zo maar van het een op het andere moment in bedrog kan overgaan. Er staan immers belangen op het spel die niet alleen het welbevinden van de leerling dienen. Het gaat er helaas in tijden waarin iedereen de maat genomen wordt vooral om hoe sterk je in je schoenen staat. Wie ziet er nou niet tegenop om plaats te nemen in een vergaderkamertje waar de toetsresultaten van je groep roodgekleurd op het White Board geprojecteerd staan. Tjee, hoe kan dat nu Tjeerd. Enig idee wat je er aan zou kunnen doen? Kijk, in groep 3 was er nog weinig aan de hand, hoe kan dit nu zo ineens Maria? In de Verenigde Staten, waar het belang dat aan toetsgegevens wordt gehecht tot zulke ridicule hoogten is gestegen dat men zich in iedere klas alleen nog maar een slag in de rondte oefent voor de lees- spel- en rekentoetsen zag men zich gedwongen de resultaten op bedrog te onderzoeken. En wat bleek…de zaak werd hier en daar grotelijks belazerd. Je kunt zo’n uitkomst gewoon voorspellen. Het is niet goed te praten maar wel te begrijpen. Slechte resultaten leiden in de Verenigde Staten inmiddels tot het sluiten van scholen en het ontslag van leerkrachten. Het is echt niet uit te sluiten dat dat hier in de toekomst ook gebeurt. Op mijn bureau ligt inmiddels een halve meter aan taaltoetsen te wachten op invoering. De opbrengst van een week. Geen tijd. Geen zin. Ik ben inmiddels gewoon door gegaan met het volgende hoofdstuk in het taalboek. Natuurlijk is dat niet erg. Slechte spellers worden heus niet zomaar ineens goede spellers. Behalve als ze de resultaten naar hun hand weten te zetten natuurlijk.