zaterdag 20 mei 2017

Column. Stille wateren.

Ties vertelt niet snel uit zichzelf een verhaal. Niet tegen de klas en niet tegen mij. Meestal neemt hij zijn moeder mee om het woord te doen. Als zijn moeder hem aanspoort om het zelf te vertellen aarzelt hij vaak lang. Het is dan ook een aangename verrassing als hij tijdens een wandelingetje van school naar een sporthal ineens naast me komt lopen en het woord neemt. Weet u dat ik vannacht om vier uur al naar Schiphol ga? Voor ik het weet vertelt hij ademloos over zijn plannen voor de vakantie. Het maakt niet uit dat ik intussen de groep twee keer een weg over laat steken en een keer flink tot de orde roep wegens gevaarlijk gedrag. Hij praat gewoon door. Na de vakantie blijkt dat deze woordenstroom beslist geen eenmalige actie was. Om half negen precies staat hij naast me om de klas te vertellen wat hij allemaal meegemaakt heeft. Hij is niet het enige stille water dat plotseling begint te stromen. Kathelijne is zo’n beetje het meest onopvallende meisje in de klas. Ze zal niet gauw toegeven dat ze het een en ander niet goed heeft begrepen, liever staart ze eindeloos in haar boek in de hoop op een wonder. Als ik echter een poppenkast in de ruimte naast het lokaal neerzet maak ik kennis met een hele andere kant van haar. Ineens staat ze in de pauze voor me met de vraag of zij binnen mag blijven om een verhaal in te oefenen. Ze heeft al iemand uitgekozen. Ik vind het goed. Na een week oefenen vraagt ze of de hele klas kan komen kijken. De hele klas, vraag ik verbaasd. Ja hoor, de hele klas. Als we binnen komen heeft ze alles klaar gezet. We kunnen zo gaan zitten. En dan begint het. Na een halve minuut zie ik het publiek verbaasde blikken uitwisselen. Wie zit daar in die poppenkast? Is dat Kathelijne? Ook ik kan het niet geloven en sluip zachtjes naderbij om een blik achter de poppenkast te kunnen werpen. Daar zit een onherkenbare Kathelijne vier poppen tegelijk te bespelen zonder de stemmetjes ook maar een keer door elkaar te halen. Het is topamusement. Topamusement is ook het woord dat de inhoud van de spreekbeurten van Ariane samenvat. Ariane is een heel rustig kind. Ze redt zichzelf goed, komt op de juiste momenten met een vraag en heeft altijd haar werk in orde. Totdat ze het tijd vindt om een spreekbeurt of een boekbespreking te geven. Dat doet ze zo graag dat ze zich vaak vrijwillig opgeeft. Als ze eenmaal op de hoge kruk voor de klas geklauterd is, ontpopt zich een groot verteller. Op precies het juiste moment springen de afbeeldingen die haar verhaal ondersteunen op het Digibord tevoorschijn. Ze kijkt niet eens achterom om te kijken of het wel goed gaat. Aimabel, goed geïnformeerd, boeiend, ze zou zo op achtjarige leeftijd een TED talk kunnen geven. En dan is Sacha er nog. Om Sacha maak ik me wel eens zorgen. Zo stil, zo tobberig met sommige lessen, zo in zichzelf gekeerd. Als ik vraag hoe het gaat, gaat het echter altijd goed. Sacha vraagt nooit aandacht behalve om te vragen of ze een klusje voor me mag doen. Die vraag heeft  een directe relatie met haar vriendelijke aard maar ook met het uitstellen van de grote klus waar ze mee bezig is. Op een dag zit ik ter voorbereiding van de muziekles zachtjes op mijn gitaar te spelen. Sacha legt een tekening op mijn bureau en kijkt me aan. Voor u, zegt ze lief, dan draait ze zich om en maakt zomaar uit het niets een sierlijk en blij dansje. 

vrijdag 5 mei 2017

Column. Werkdruk.

Er is veel te doen over de werkdruk in het onderwijs. Dat is niet voor het eerst. Eigenlijk begon het al in de jaren tachtig en negentig toen onderwijs vooral heel leuk moest zijn. Dat leidde tot schoolrommelmarkten op zaterdag, veel sportactiviteiten op woensdagmiddagen en veel aandacht voor workshops, disco’s, slaapfeestjes op school. De eerste jaren van deze eeuw kwam daar een reactie op toen scholen met missies, visies en onderwijsconcepten in de weer moesten om vooral onderscheidend te zijn. Hetgeen natuurlijk niet iedere school even goed afging. Onderscheid leidt als vanzelf tot winnaars en verliezers. De verliezers kwamen in de loop van de tijd hevig onder vuur te liggen toen de inspectie steeds hoger ging inzetten op de opbrengsten. Kortom: de werkdruk in het onderwijs heeft een directe relatie met een doordrammende samenleving en een steeds massaler leger aan beste stuurlui. Er is getracht de laatste jaren iets te doen aan die niet aflatende druk op leraren. Zo werden er taakuren ingesteld die ervoor moesten zorgen dat de taken eerlijk verdeeld werden zodat niemand boven een gestelde norm uitkwam. Dat hielp maar even. Als bleek dat er op deze wijze zaken bleven liggen die het bestuursleger van belang vond, ging het aantal uren dat voor een taak vastgesteld was rustig naar beneden. Op de pabo waar ik een tijdje werkte gingen deze uren zelfs brutaal door de helft. Ook moet je over een tamelijk pittig –wat zeurpieterig- karakter beschikken om steeds maar te roepen dat je aan je taks zit. Exit taakbeleid. Minder werken dan? Ik ken behoorlijk wat collega’s die daar uiteindelijk maar voor kozen. Ook als ze geen kinderen hadden. Tegenwoordig is 0,8 fte zelfs het nieuwe 1,0. Een ontwikkeling die te schandelijk is voor woorden. Bapo opnemen op je oude dag? In twee jaar tijd is er van mijn groot- bapo alleen de woensdagochtend over gebleven. Ik had eerst, inclusief de inmiddels afgeschafte ADV, anderhalve werkdag vrij. Minder sturen op de opbrengsten? De inspectie heeft aangegeven, op last van een meerderheid in de Tweede Kamer, een andere weg in te slaan. Dit geldt alleen voor scholen bij wie de opbrengsten in orde bevonden zijn. De focus van de inspectie is ook meer naar de besturen verschoven. De inspecteur of het bestuur in de klas…het maakt voor de werkdruk geen verschil. Dan Passend Onderwijs. De moeder aller werkdrukvermeerderaars. Niet alleen qua werk in de klas, ook qua besprekingen en administratie. Het is vrijwel niet mogelijk invloed uit te oefenen op deze logge, autocratische instantie. De directie dan?  Is die misschien gevoelig voor de stortvloed aan directieven die op de hoofden van hun personeel neerdwarrelt? O zeker. Maar hoe invoelend een directeur misschien wel mee willen denken, iemand die zelf niet meer voor de klas staat heeft altijd andere prioriteiten, wensen en verlangens. Verlangens die hij of zij kenbaar maakt op momenten dat jij al een hele dag voor de klas hebt gestaan.  De samenleving zelf dan? Overal vind je immers begrip voor de positie van de hedendaagse leraar…bij journalisten, bij ouders, bij politici. Allemaal nep, vrees ik. Er hoeft maar een misstand aan het licht te komen, pesten, sexting, meidenvenijn of de gratis lesprogramma’s zeilen de school binnen. Los op! Regel deze week nog! Nee collega’s, ik ben bang dat we alleen elkaar hebben. Maar dan moeten we wel even iets afspreken. In vervolg geen gezucht meer van: gaat Laura nu al naar huis? Doet Klaas wel genoeg? Wil Jannie al weer niet zus of zo? En ook geen opofferingsgezindheid meer aan de dag leggen: ach, dan doe ik dat wel. Geef niet hoor. Ik vind dat leuk. We trekken vanaf nu een lijn en die volgen we verbeten tegen alle druk in: dit is belangrijk dit schooljaar en dat niet. En we weten van geen wijken.

vrijdag 14 april 2017

Column. Weekheid.

Tygo is boos. Hij drukt zijn spiksplinternieuwe skateboard tegen zijn borst en vraagt voor de derde keer: waarom niet? Ik zucht. Omdat dat nu eenmaal een regel is hier op school. Geen wieltjes op het plein. Maar waarom dan juf? Je kunt vallen, je kunt tegen iemand op rijden, licht ik toe. Ja maar, ik kan het heel goed juf! Eerlijk gezegd doet dat er niet toe, zeg ik, de regel geldt voor iedereen. Ik ken Tygo niet als een dwars jongetje, dus ik ben er vrij zeker van dat hij mijn aarzeling bespeurd heeft. Mijn aarzeling of het wel in de haak is wat ik hier verdedig. Ik heb al mijn hele loopbaan een hekel aan al die veiligheidsvoorschriften voor kinderen. Het gaat tegen mijn natuur in en verloochent alles wat ik als vanzelf leerde toen ik klein was. Niet veel later bewonder ik het zakmes dat Jochem uit groep 8 aan mij laat zien. Het is een geweldig exemplaar. Ik zou er zo voor naar de winkel snellen. Wat een mogelijkheden! Naast mij hoor ik een collega naar adem happen. Het is een mes, zegt ze, hij heeft een mes mee naar school genomen! Het is een aardige jongen, zeg ik terwijl ik Jochem over zijn bol strijk, ik denk niet dat hij er vandaag iemand mee neersteekt. Dan loop ik geërgerd verder. Al die overdreven regelzucht heeft er onderhand voor gezorgd dat ik met mijn leesbril van +3 nog het druppeltje bloed niet kan zien waar veel van mijn leerlingen geschrokken mee aan komen lopen. Kijk, juf, bloed! Geknakte enkeltjes leiden regelmatig tot wekenlange uitval bij de gymnastieklessen. Om maar niet te spreken over al die tamelijk onbenullige verwondingen waarmee sommige ouders onmiddellijk de dokter frequenteren en de hele samenleving op kosten jagen. Mijn eigen jeugd lijkt door al die overdreven zorg een duistere episode uit een ver verleden. Ja ik viel. Hard en bloederig. Ook reed ik op mijn wieltjes wel eens tegen iemand aan. Ik sloeg over de kop met mijn fiets, viel keihard uit de ringen, kon weken niet goed zitten vanwege een gekneusd staartbeentje. Niemand vond dat noemenswaardig erg voor me. Niemand stelde maatregelen voor om een en ander veiliger te maken. Erger: ik was vaak compleet uit beeld bij mijn moeder. Ik kon al wel uren dood of op zijn minst verdwenen zijn voor  haar een licht op ging. En was het nou zo veilig in het dorp waar ik opgroeide? Welnee. Ouders zijn angstvalliger geworden. En dus leraren ook. Maar ik heb de strijd tegen deze angstvalligheid allang verloren: bomen klimmen, uit het wandrek zwaaien, het leren maken van een salto, het is uit mijn lessen verdwenen. De angst regeert. Elke leerling die boos het schoolplein afloopt is in gedachten meteen verongelukt of  voorgoed verdwenen. Elke hevige smak op het plein zorgt voor het opnieuw bekijken van de veiligheidsregels. En wat krijg je ervan: watjes, huilebalken, kinderen die voor alles bang zijn, die risico’s niet goed leren inschatten. Die niet leren hoe hoog of hoe diep iets is en dus ernstiger verwond kunnen worden dan wanneer ze naar hartenlust hadden kunnen oefenen. Vooral op harde ondergrond. Er is nu zelfs een landelijke campagne nodig om al deze weekheid te keren. Expertisecentrum VeiligheidNL heeft aan de bel getrokken en er voor gepleit het weer precies te doen zoals het vroeger ging: laat kinderen rennen, skaten en in bomen klimmen. Hou eens op met dit gepamper. Fantastisch initiatief! Ik ga weer onmiddellijk over die bomen, skaten en zakmessen beginnen op school. Onlangs had ik mijzelf buiten gesloten en zag ik me genoodzaakt over een tamelijk hoog hek te klimmen. Tot mijn plezier wist mijn lichaam nog precies hoe je dat snel en goed moet doen. Kijk, dat heb je nou aan een jeugd zoals de mijne!

vrijdag 31 maart 2017

Column. Lolletje

Ze praat zo zachtjes dat ik mij onwillekeurig steeds verder naar haar toe buig. Ze springen soms zo maar op mijn rug bij de kapstok, vertelt ze, en soms denk ik dat ze me uitlachen want dan kijken ze zo lacherig. Haar wangen zijn donkerrood geworden tijdens deze ontboezeming. Liever had ze het niet verteld maar ik had flink aangedrongen. Wie doen dat?  Anne noemt vier namen. Ik loop het plein op en roep Tim bij me. Ik wil even met je praten over Anne.  Ik weet het al, ik weet het al, roept hij meteen, ik zag dat Sam op haar rug sprong en dat ze dat niet leuk vond. Dat doet hij ook bij mij maar mij maakt het nooit uit. O, en weet u juf… Sharon vond het gisteren leuk dat Anne een onvoldoende voor haar spelling had. De beschuldigingen buitelen over elkaar heen. Hij hijgt ervan. Ik laat even een stilte vallen. Jouw naam is ook gevallen, zeg ik dan. Tim kijkt me wanhopig aan. Mijn naam? Ik doe echt niks hoor. Maar weet u wat? Ik zal haar wel helpen in het vervolg. Is dat goed juf, vindt u dat een goed idee? Hij durft me niet goed aan te kijken. Ik knik. Dan zoek ik Sharon op. Het gaat over Anne, zeg ik. Nou dat verbaast Sharon niks. Ja, ze lacht wel eens om  Anne maar ach, ze lacht ook wel eens om anderen en anderen lachen ook wel eens om haar. Het hoort er gewoon bij. Het is voor de grap. Weet u wat het is juf, zegt ze samenzweerderig, Anne kan eerlijk gezegd nergens tegen. Ze is meteen bang of een beetje boos. Maar goed, ik houd er wel mee op hoor. Geen probleem juf. Ook de derde aangeklaagde, Thomas, weet zeker dat Anne zelf een hoofdrol speelt in het veroorzaken van haar leed. Dan doen we gewoon even een lolletje bij elkaar juf en dan kijkt ze meteen heel erg bang en zo. Terwijl het niks voorstelt. Zegt ze ook ‘stop’, vraag ik langs mijn neus weg. Thomas kijkt peinzend voor zich uit. Ja, nu u het vraagt… maar, relativeert hij, dat zegt ze veel te snel, we zijn nog maar net begonnen en dan zegt zij alweer stop. En vind je dat een reden om gewoon door te gaan, informeer ik. Nu moet Thomas nog langer nadenken. Ehm, nee eigenlijk niet, besluit hij plechtig. In de verte komt Daria met ferme pas op me aflopen. U wilt mij zeker ook spreken juf? Ze zet nog net haar handen niet in haar zij als ze voor me staat. Je hebt begrepen waar het over gaat Daria? Ja, het gaat over Anne maar dat ligt toch allemaal echt aan Anne zelf hoor juf. Ze kan echt niks hebben, ze is meteen in tranen. Maar waarom houd je daar dan geen rekening mee, vraag ik. Omdat…omdat… Daria staat even op het verkeerde been. Ja waarom eigenlijk niet? Dan haalt ze diep adem en kijkt me plotseling met een hele andere blik in haar ogen aan. Omdat het zo gemakkelijk is juf. Dan kan ik het gewoon niet laten. Maar ik ga ermee stoppen hoor, voegt ze er onmiddellijk aan toe. We beloven het, he jongens? Ze sloffen bij me weg.  Even later zie ik ze samen overleggen. Tien minuten na schooltijd komt Anne de klas in. Het viertal loopt om haar heen alsof ze een kroongetuige is die streng bewaakt moet worden. O, daar is je tas Anne! Zal ik ‘um voor je dragen…nee, laat mij het maar doen. Daria zoekt mijn blik. We beschermen haar nu juf, zegt ze stralend. Dat is mooi, zeg ik. Als ze weg zijn vraag ik me nog een tijdje af tegen wie of wat ze haar eigenlijk beschermen.

vrijdag 17 maart 2017

Column. Ontsla me maar

Ik zou het allang eens over het Lerarenregister moeten hebben op deze plaats. En over Onderwijs2032. Het enige dat ik tot nu toe gedaan heb is de vogel Bisbisbis op de bedenkers afsturen. Dat is wat summier alsmede wat weinig inhoudelijk en genuanceerd. Maar dat heeft een reden. Het zit zo: ik ben onlangs volkomen verweesd achter gebleven op school. Zat ik een jaar geleden nog tussen een grote groep leeftijdsgenoten, nu zit ik kalm te verkommeren in mijn eentje. Ze zijn weg, de eind vijftigers, de zestigers. Foetsie. Er zijn jonge collega's voor in de plaats gekomen. 23 jaar, 28 jaar ...hier en daar loopt nog een veertiger en een prille deeltijd vijftiger maar verder ben ik alleen. Het is gek maar ineens zie ik de grijze haren, de rimpels en die afzichtelijke plooien in mijn hals ook beter als ik in de spiegel kijk. En ik klink hol en een beetje meelijwekkend met mijn verhalen over vroeger toen we nog dit en dat en zus-en-me-zo deden. Ha, dat waren nog eens tijden, dik ik aan, toen lieten we ons niet door al die hele en halve opperhoofden alle kanten op sturen. Ik zie ze rekenen de lieverds...want aardig zijn ze...mijn nieuwe collega's met hun jonge enthousiasme en hun frisse energie, ik zie ze dus rekenen, was het nu net voor of na de oorlog? De koude oorlog, roep ik dan, ik ben van de koude oorlog, maar dat helpt niet veel. Het was gewoon lang geleden, heel lang geleden. Dus besluit ik ze dan maar eens met de neus op de feiten te drukken, zoals we dat vroeger deden, gewoon koude feiten: hebben jullie wel eens naar dat lerarenregister gekeken, vroeg ik langs mijn neus weg. Gewoon gekeken, beetje scrollen en zo, kijken of het je wat lijkt. Nee dat hadden ze niet. Nou dat moeten jullie dan maar eens snel doen, drong ik aan met de snerpende stem van buurman Boordevol (die ze natuurlijk ook nergens van kennen want die verscheen op tv  in de jaren zestig). Maar dat deden ze niet. Niemand. Je moet echt kijken hoor, riep ik opruiend, je moet straks ontzettend veel verplicht doen wat je anders misschien vrijwillig gedaan had. Dus verzet je! Het kan nu nog. Je hebt er de rest van je loopbaan mee te maken. Maar er gebeurde niks. Want verzet... zooo jaren zeventig. Anti dit en anti dat… suf hoor. Ze waren veel te druk voor verzet. De rapporten moeten klaar. De schriften nagekeken. Niemand kwam ook maar een beetje in beweging. Dan moet iedereen het zelf maar weten, dacht ik terwijl ik bezadigd oud en wijs achterover ging hangen. Er moet toch een keer een eind komen aan mijn loopbaan en als ik op de regering moet wachten dan gebeurt dat nooit. Ik kan er wel mee leven om in 2026 ontslagen te worden want registreren…ik peins er niet over. En zo kwam het dat ik besloot ook de discussie rond onderwijs2032 aan mij voorbij te laten gaan. In andere tijden zou ik me kwaad gemaakt hebben over weer zo’n loos plan. Op Twitter vielen veel twitteraars over elkaar heen van verontwaardiging over het al dat niet opnieuw ontbreken van draagvlak voor deze zoveelste blauwdruk voor beter onderwijs maar ik dacht alleen: dood. In 2032 ben ik dood of op zijn minst zieltogend. En dat is ook goed hoor. Iedereen gaat een keer dood. Maar om nu mijn gezonde, fitte jaren door te brengen met mopperen over een plan dat ik niet meer mee zal maken.....ik had er geen zin in. Liever breng ik mijn laatste jaren voor de klas door met leuke lessen, aantrekkelijke projecten en cursussen die ik geheel en al vanuit intrinsieke motivatie wil volgen. Ik behoor nu tot de generatie die verdwijnt, kalm verkommerend, spiegels vermijdend. 

vrijdag 3 maart 2017

Column. Nix.

Ik wil het met u hebben over het water van de inspecteur maar eerst dit: ik lees het boek De Nix van Nathan Hill. Er is veel over te doen en zelfs Claudia de Breij beveelt het aan. Naarmate het boek vordert betrap ik me erop dat ik al die verwikkelingen rond ene Faye en de door haar al op jonge leeftijd gedumpte zoon wel wat langdradig vind. Pff..nog zeker 300 bladzijden. Nou kan ik uitstekend vuistdikke boeken lezen zonder ook maar een verzuchting te slaken dus al dat gedraal  geeft wel te denken. Toch stop ik niet. Ik ben er van overtuigd dat dit verhaal mij elk moment in zijn greep zal krijgen. Per slot heeft Claudia het gezegd. Maar het duurt maar en duurt maar en mijn hekel aan die ongrijpbare Faye en haar suffe zoon neemt steeds  grotere  vormen aan. Terwijl  ik wat lusteloos heen en weer veeg over mijn scherm bedenk  ik me dat het altijd moeilijk is om  te bepalen wat een goed moment is om ergens mee te stoppen. Wanneer weet je iets zeker? Wanneer stop je met een conflict, een baan, een vriendschappelijk contact. Kortom…wanneer stop je met het leveren van een inspanning? Die keuzes moet je steeds opnieuw maken. Overal. Ook in dit vak. Heeft de extra spellingsbegeleiding nog wel zin of pest ik Thomas er alleen maar mee. Voegt het nog iets toe om Sharon bij elk vak aan de instructietafel te zetten of wordt ze daar alleen maar onzekerder van. Maak ik er elke gymles een punt van om sommige angstige leerlingen over hindernissen heen te helpen of accepteer ik op een bepaald moment hun onvermogen. Sta ik de toon waarop ik aangesproken word door mijnheer A. nog langer toe of treed ik eens goed op. Steeds opnieuw moet je dit soort afwegingen maken. Soms na lang piekeren en dubben. Soms intuïtief of met de moed der wanhoop. Hetgeen mij bij het water van de inspecteur brengt. Bij zijn laatste bezoek vertelde hij dat hij omtrent het een of ander iets aan zijn water voelde. Het kon het niet hard maken maar zijn water vertelde hem iets. Dat verbaasde mij. Het verontrustte mij ook. Ik dacht altijd dat inspecteurs op het gebied van stoppen of doorgaan een makkelijk baantje hadden. Al die overzichtelijke statistieken waar ze gebruik van maken, al die rode, blauwe, oranje, pimpelpaarse lijnen. Al die zekerheden waarmee ze resoluut de school binnen komen stappen. Het moet een zegen zijn om altijd te weten welke kant het op moet. Ga hier rechtsaf. Doodlopende weg. STOP!  Ga terug! Niet omkeren. Wat moet het rustgevend zijn om precies te weten wanneer je pluimen moet geven of waarschuwingen uit moet delen. Excellent! Voldoende! Zwak! Zeer zwak! Kom daar eens om bij al die tobbende, peinzende, piekerende onderwijzers. Ehm...zou het misschien beter zijn als we bij Begrijpend Lezen nog meer inzetten op de leesstrategieën. Kan het zijn dat Cito Rekenen M6 ineens een stuk moeilijker is dan de E5. Te talig wellicht? Hebben andere scholen dit soort schommelingen ook? We moeten echt meer aan boekpromotie denk ik. Deze leesresultaten zijn zo laag. Zucht. Steun. Kreun. En dan komt de inspecteur doodleuk met: ik voel aan mijn water dat… Kan niet hoor. Dat water is het gebied van de krabbelaars voor de klas. Inspecteurs horen daar geen last van te hebben. We moeten in dit tijdsgewricht niet alles op de kop willen zetten. Afijn. Ik weet inmiddels  zeker dat ik nu echt moet stoppen met De Nix.  Alles ergert mij inmiddels aan dit boek. Ik ben op een punt dat het me helemaal nix meer kan schelen waarom het leven van Faye jaren geleden op on hold gezet is en ik hoop dat die volslagen karikaturale studente die inerte zoon eens flink te grazen neemt. Ik zal het echter niet meer meemaken. Sorry Claudia.

vrijdag 10 februari 2017

Column. Favoriet

Op vrijdagmiddag komt Jasmine blij het lokaal in. Ik ben er weer juf! Ze zet een doos met snoepjes op mijn bureau. Voor bij de film, zegt ze stralend.  Jasmine is sinds maandagochtend ziek geweest. Halverwege de citotoets Rekenen was ze vertrokken. Halsoverkop. Tjonge dat is goed getimed, denk ik onwillekeurig. Even later schaam ik mij voor die gedachte. Zou een kind van acht tot zo’n actie in staat zijn? Ik ben erg blij dat ik er weer ben juf, ik verheug me erg op de film! De film is een beloning. Een beloning omdat er een eind is gekomen aan al die citotoetsen. Het is ook een beloning voor mezelf. Dit deel zit er immers ook voor mij op. Januari is geen favoriete maand van mij. Het intensief toetsen van leerlingen hoort inmiddels onmiskenbaar bij dit vak maar vormt desalniettemin geen hoogtepunt in mijn leven. Vooral in een combinatieklas is het een logistieke nachtmerrie. Het bureau ligt in de toetsweken bezaaid met lijstjes: Rekentoets Tim niet af. Begrijpend Lezen: Anna deel 1 niet af, Yvette deel 2. Spelling Sem: onduidelijk ingevuld. Britt: in de war geraakt bij tweede deel. Uitzoeken! Caitlin: rekentoets E4 bij Interne Begeleider maken: niet vergeten!  Christa: meer tijd nemen bij de Avi-toets. En ja…er zou een verbod op ziek worden moeten zijn in deze weken. Echt ziek, half ziek, ingebeeld ziek. Kan even niet mensen. Stuur die kinderen naar school. Anders komt er nooit een eind aan dit gedoe. Nu ik er zo over nadenk: februari is eigenlijk ook geen favoriete maand van mij. In die maand rollen de uitslagen van de citotoetsen uit het kopieerapparaat en raak ik er van overtuigd dat ik mijn diploma ooit eens naast een prullenbak moet hebben gevonden.  Jee, wat een tegenvaller bij rekenen in groep 6. Tjonge wat heeft Britt een slechte uitslagen. Somberheid troef. Tot ik een analyse maak van alle gegevens en zie dat er niet zoveel nieuws is onder de zon. De rekentoets in groep 6 zet vrijwel elk jaar een vrije val in, later in het jaar trekt dat weer bij. Bij Spelling zijn sommige leerlingen zo doordrongen van het feit dat ze de spellingscategorieën moeten toepassen dat het gedrochtelijke antwoorden als reddden, gehaaktte en reuiken oplevert. Zo sneu. Bij Begrijpend Lezen in groep 5 wordt er waarschijnlijk ineens teveel gevraagd van achtjarigen die op zoek moeten naar antwoorden op akelige vragen als: wat kan in regel 3 het best op de opengevallen plaats staan of welke titel is het meest geschikt boven het verhaal. De Woordenschat toets is helemaal een draak omdat er at random naar woordbetekenissen wordt gevraagd. Ik geef zeker twee woordenschatlessen per week aan mijn leerlingen, alleen zijn het net deze woorden niet. Zijn er scholen die deze woorden inoefenen? Ik kan het bijna begrijpen. Bijna….want als je eenmaal begint de voorwaarden waaronder toetsen gemaakt worden te verzachten dan is het eind zoek. Voor je het weet lees je de teksten voor bij Begrijpend Lezen en even later ook de vragen, benoem je de onderhavige spellingscategorie bij de spellingstoetsen uitgebreid en loop je rond bij de rekentoetsen om terloops even op een rekenstrategietje hier en daar te wijzen.  Er zijn veel manieren om een en ander te beïnvloeden en de verleiding is groot vanwege alle aandacht die de inspectie heeft voor deze resultaten maar het beste is toch echt om je verre van dit soort praktijken te houden en eventuele bloedbaden in de uitslagen maar voor lief te nemen. Februari eindigt doorgaans in een waar pandemonium vanwege de 24 groepsplannen en 26 tienminutengesprekken die voortkomen uit al dit toetsen.  Maar als het allemaal voorbij is breekt maart aan. Maart is een favoriete maand van mij.