Ik zou het allang eens over het Lerarenregister moeten hebben op deze plaats. En over Onderwijs2032. Het enige dat ik tot nu toe gedaan heb is de vogel Bisbisbis op de bedenkers afsturen. Dat is wat summier alsmede wat weinig inhoudelijk en genuanceerd. Maar dat heeft een reden. Het zit zo: ik ben onlangs volkomen verweesd achter gebleven op school. Zat ik een jaar geleden nog tussen een grote groep leeftijdsgenoten, nu zit ik kalm te verkommeren in mijn eentje. Ze zijn weg, de eind vijftigers, de zestigers. Foetsie. Er zijn jonge collega's voor in de plaats gekomen. 23 jaar, 28 jaar ...hier en daar loopt nog een veertiger en een prille deeltijd vijftiger maar verder ben ik alleen. Het is gek maar ineens zie ik de grijze haren, de rimpels en die afzichtelijke plooien in mijn hals ook beter als ik in de spiegel kijk. En ik klink hol en een beetje meelijwekkend met mijn verhalen over vroeger toen we nog dit en dat en zus-en-me-zo deden. Ha, dat waren nog eens tijden, dik ik aan, toen lieten we ons niet door al die hele en halve opperhoofden alle kanten op sturen. Ik zie ze rekenen de lieverds...want aardig zijn ze...mijn nieuwe collega's met hun jonge enthousiasme en hun frisse energie, ik zie ze dus rekenen, was het nu net voor of na de oorlog? De koude oorlog, roep ik dan, ik ben van de koude oorlog, maar dat helpt niet veel. Het was gewoon lang geleden, heel lang geleden. Dus besluit ik ze dan maar eens met de neus op de feiten te drukken, zoals we dat vroeger deden, gewoon koude feiten: hebben jullie wel eens naar dat lerarenregister gekeken, vroeg ik langs mijn neus weg. Gewoon gekeken, beetje scrollen en zo, kijken of het je wat lijkt. Nee dat hadden ze niet. Nou dat moeten jullie dan maar eens snel doen, drong ik aan met de snerpende stem van buurman Boordevol (die ze natuurlijk ook nergens van kennen want die verscheen op tv in de jaren zestig). Maar dat deden ze niet. Niemand. Je moet echt kijken hoor, riep ik opruiend, je moet straks ontzettend veel verplicht doen wat je anders misschien vrijwillig gedaan had. Dus verzet je! Het kan nu nog. Je hebt er de rest van je loopbaan mee te maken. Maar er gebeurde niks. Want verzet... zooo jaren zeventig. Anti dit en anti dat… suf hoor. Ze waren veel te druk voor verzet. De rapporten moeten klaar. De schriften nagekeken. Niemand kwam ook maar een beetje in beweging. Dan moet iedereen het zelf maar weten, dacht ik terwijl ik bezadigd oud en wijs achterover ging hangen. Er moet toch een keer een eind komen aan mijn loopbaan en als ik op de regering moet wachten dan gebeurt dat nooit. Ik kan er wel mee leven om in 2026 ontslagen te worden want registreren…ik peins er niet over. En zo kwam het dat ik besloot ook de discussie rond onderwijs2032 aan mij voorbij te laten gaan. In andere tijden zou ik me kwaad gemaakt hebben over weer zo’n loos plan. Op Twitter vielen veel twitteraars over elkaar heen van verontwaardiging over het al dat niet opnieuw ontbreken van draagvlak voor deze zoveelste blauwdruk voor beter onderwijs maar ik dacht alleen: dood. In 2032 ben ik dood of op zijn minst zieltogend. En dat is ook goed hoor. Iedereen gaat een keer dood. Maar om nu mijn gezonde, fitte jaren door te brengen met mopperen over een plan dat ik niet meer mee zal maken.....ik had er geen zin in. Liever breng ik mijn laatste jaren voor de klas door met leuke lessen, aantrekkelijke projecten en cursussen die ik geheel en al vanuit intrinsieke motivatie wil volgen. Ik behoor nu tot de generatie die verdwijnt, kalm verkommerend, spiegels vermijdend.
vrijdag 17 maart 2017
vrijdag 3 maart 2017
Column. Nix.
Ik wil het met u hebben over het water van de inspecteur maar eerst dit: ik lees het boek De Nix van Nathan Hill. Er is veel over te doen en zelfs Claudia de Breij beveelt het aan. Naarmate het boek vordert betrap ik me erop dat ik al die verwikkelingen rond ene Faye en de door haar al op jonge leeftijd gedumpte zoon wel wat langdradig vind. Pff..nog zeker 300 bladzijden. Nou kan ik uitstekend vuistdikke boeken lezen zonder ook maar een verzuchting te slaken dus al dat gedraal geeft wel te denken. Toch stop ik niet. Ik ben er van overtuigd dat dit verhaal mij elk moment in zijn greep zal krijgen. Per slot heeft Claudia het gezegd. Maar het duurt maar en duurt maar en mijn hekel aan die ongrijpbare Faye en haar suffe zoon neemt steeds grotere vormen aan. Terwijl ik wat lusteloos heen en weer veeg over mijn scherm bedenk ik me dat het altijd moeilijk is om te bepalen wat een goed moment is om ergens mee te stoppen. Wanneer weet je iets zeker? Wanneer stop je met een conflict, een baan, een vriendschappelijk contact. Kortom…wanneer stop je met het leveren van een inspanning? Die keuzes moet je steeds opnieuw maken. Overal. Ook in dit vak. Heeft de extra spellingsbegeleiding nog wel zin of pest ik Thomas er alleen maar mee. Voegt het nog iets toe om Sharon bij elk vak aan de instructietafel te zetten of wordt ze daar alleen maar onzekerder van. Maak ik er elke gymles een punt van om sommige angstige leerlingen over hindernissen heen te helpen of accepteer ik op een bepaald moment hun onvermogen. Sta ik de toon waarop ik aangesproken word door mijnheer A. nog langer toe of treed ik eens goed op. Steeds opnieuw moet je dit soort afwegingen maken. Soms na lang piekeren en dubben. Soms intuïtief of met de moed der wanhoop. Hetgeen mij bij het water van de inspecteur brengt. Bij zijn laatste bezoek vertelde hij dat hij omtrent het een of ander iets aan zijn water voelde. Het kon het niet hard maken maar zijn water vertelde hem iets. Dat verbaasde mij. Het verontrustte mij ook. Ik dacht altijd dat inspecteurs op het gebied van stoppen of doorgaan een makkelijk baantje hadden. Al die overzichtelijke statistieken waar ze gebruik van maken, al die rode, blauwe, oranje, pimpelpaarse lijnen. Al die zekerheden waarmee ze resoluut de school binnen komen stappen. Het moet een zegen zijn om altijd te weten welke kant het op moet. Ga hier rechtsaf. Doodlopende weg. STOP! Ga terug! Niet omkeren. Wat moet het rustgevend zijn om precies te weten wanneer je pluimen moet geven of waarschuwingen uit moet delen. Excellent! Voldoende! Zwak! Zeer zwak! Kom daar eens om bij al die tobbende, peinzende, piekerende onderwijzers. Ehm...zou het misschien beter zijn als we bij Begrijpend Lezen nog meer inzetten op de leesstrategieën. Kan het zijn dat Cito Rekenen M6 ineens een stuk moeilijker is dan de E5. Te talig wellicht? Hebben andere scholen dit soort schommelingen ook? We moeten echt meer aan boekpromotie denk ik. Deze leesresultaten zijn zo laag. Zucht. Steun. Kreun. En dan komt de inspecteur doodleuk met: ik voel aan mijn water dat… Kan niet hoor. Dat water is het gebied van de krabbelaars voor de klas. Inspecteurs horen daar geen last van te hebben. We moeten in dit tijdsgewricht niet alles op de kop willen zetten. Afijn. Ik weet inmiddels zeker dat ik nu echt moet stoppen met De Nix. Alles ergert mij inmiddels aan dit boek. Ik ben op een punt dat het me helemaal nix meer kan schelen waarom het leven van Faye jaren geleden op on hold gezet is en ik hoop dat die volslagen karikaturale studente die inerte zoon eens flink te grazen neemt. Ik zal het echter niet meer meemaken. Sorry Claudia.
vrijdag 10 februari 2017
Column. Favoriet
Op vrijdagmiddag komt Jasmine blij het lokaal in. Ik ben er weer juf! Ze zet een doos met snoepjes op mijn bureau. Voor bij de film, zegt ze stralend. Jasmine is sinds maandagochtend ziek geweest. Halverwege de citotoets Rekenen was ze vertrokken. Halsoverkop. Tjonge dat is goed getimed, denk ik onwillekeurig. Even later schaam ik mij voor die gedachte. Zou een kind van acht tot zo’n actie in staat zijn? Ik ben erg blij dat ik er weer ben juf, ik verheug me erg op de film! De film is een beloning. Een beloning omdat er een eind is gekomen aan al die citotoetsen. Het is ook een beloning voor mezelf. Dit deel zit er immers ook voor mij op. Januari is geen favoriete maand van mij. Het intensief toetsen van leerlingen hoort inmiddels onmiskenbaar bij dit vak maar vormt desalniettemin geen hoogtepunt in mijn leven. Vooral in een combinatieklas is het een logistieke nachtmerrie. Het bureau ligt in de toetsweken bezaaid met lijstjes: Rekentoets Tim niet af. Begrijpend Lezen: Anna deel 1 niet af, Yvette deel 2. Spelling Sem: onduidelijk ingevuld. Britt: in de war geraakt bij tweede deel. Uitzoeken! Caitlin: rekentoets E4 bij Interne Begeleider maken: niet vergeten! Christa: meer tijd nemen bij de Avi-toets. En ja…er zou een verbod op ziek worden moeten zijn in deze weken. Echt ziek, half ziek, ingebeeld ziek. Kan even niet mensen. Stuur die kinderen naar school. Anders komt er nooit een eind aan dit gedoe. Nu ik er zo over nadenk: februari is eigenlijk ook geen favoriete maand van mij. In die maand rollen de uitslagen van de citotoetsen uit het kopieerapparaat en raak ik er van overtuigd dat ik mijn diploma ooit eens naast een prullenbak moet hebben gevonden. Jee, wat een tegenvaller bij rekenen in groep 6. Tjonge wat heeft Britt een slechte uitslagen. Somberheid troef. Tot ik een analyse maak van alle gegevens en zie dat er niet zoveel nieuws is onder de zon. De rekentoets in groep 6 zet vrijwel elk jaar een vrije val in, later in het jaar trekt dat weer bij. Bij Spelling zijn sommige leerlingen zo doordrongen van het feit dat ze de spellingscategorieën moeten toepassen dat het gedrochtelijke antwoorden als reddden, gehaaktte en reuiken oplevert. Zo sneu. Bij Begrijpend Lezen in groep 5 wordt er waarschijnlijk ineens teveel gevraagd van achtjarigen die op zoek moeten naar antwoorden op akelige vragen als: wat kan in regel 3 het best op de opengevallen plaats staan of welke titel is het meest geschikt boven het verhaal. De Woordenschat toets is helemaal een draak omdat er at random naar woordbetekenissen wordt gevraagd. Ik geef zeker twee woordenschatlessen per week aan mijn leerlingen, alleen zijn het net deze woorden niet. Zijn er scholen die deze woorden inoefenen? Ik kan het bijna begrijpen. Bijna….want als je eenmaal begint de voorwaarden waaronder toetsen gemaakt worden te verzachten dan is het eind zoek. Voor je het weet lees je de teksten voor bij Begrijpend Lezen en even later ook de vragen, benoem je de onderhavige spellingscategorie bij de spellingstoetsen uitgebreid en loop je rond bij de rekentoetsen om terloops even op een rekenstrategietje hier en daar te wijzen. Er zijn veel manieren om een en ander te beïnvloeden en de verleiding is groot vanwege alle aandacht die de inspectie heeft voor deze resultaten maar het beste is toch echt om je verre van dit soort praktijken te houden en eventuele bloedbaden in de uitslagen maar voor lief te nemen. Februari eindigt doorgaans in een waar pandemonium vanwege de 24 groepsplannen en 26 tienminutengesprekken die voortkomen uit al dit toetsen. Maar als het allemaal voorbij is breekt maart aan. Maart is een favoriete maand van mij.
vrijdag 27 januari 2017
Column. Koffie.
Soms moeten we op school even op zoek naar de kluts. Dat is verklaarbaar want onze oude directeur is vertrokken, de nieuwe laat nog even op zich wachten en de interim-directeur heeft maar een beperkt aantal dagen tot haar beschikking om ons de weg te wijzen. En dan kan het maar zo zijn dat we ineens die weg even kwijt zijn. Zo kunnen we bijvoorbeeld de meter niet op laten nemen omdat niemand weet waar die meter zit. We hebben weliswaar nog wat vruchteloos heen en weer gesjokt en hier en daar wat deuren geopend maar de meter is niet getraceerd. Ook hebben we al eens op het allerlaatste moment en met een noodvaart de containers aan de weg gezet en met angst en beven afgewacht of ze wel meegenomen zouden worden omdat de deksels vrijwel rechtovereind stonden. En de koffie is steeds op. Dat is nog wel het ergste van een bestaan zonder vaste directeur. De dag beginnen zonder koffie. Nooit geweten dat een directeur daar ook zorg voor draagt. Ook roept er wel eens een collega dat er nu toch snel vergaderd moet worden. Vaak zijn dat jongere collega’s. Zij hebben geen idee hoe heerlijk zo’n nagenoeg vergaderloos tijdperk is en hoe weinig dit voorkomt in het bestaan van de gemiddelde onderwijzer. Moeten we niet eens bespreken…zullen we dan aanstaande dinsdag eens een keer…is er al nagedacht over… . en dan moet er dus een beslissing genomen worden. Alsmede een agenda worden opgesteld. En dan stokt de besluitvorming. Dan volgt er een voorstel tot het nemen van een beslissing of een voorzet tot een voorstel over het nemen van een beslissing. En daar blijft het bij. Kunnen we niet beter wachten, zo urgent is het toch niet, klinkt het vervolgens. Ja, ik kan niet op z’n korte termijn hoor, ik moet met mijn oude moedertje naar de dokter. Ik heb een bespreking, die staat al weken in mijn agenda. Ik heb geen oppas. Exit voorstel tot vergadering. Naarmate we langer op ons zelf aangewezen zijn, raken er meer klutsen zoek. Weet iemand hoe het met de inschrijving van het schaken zit? Neuh. Gaat die ene scholing nog door? Kweenie. Heb je mevrouw de Wit tekeer horen gaan tegen de invaller? Moet daar niet iets aan gebeuren. Is daar al iets mee gebeurd. Gebeurt er nog wat eigenlijk? Ja, dat weet ik niet. Ik geloof dat er een gesprek gepland staat. Iedereen ontwikkelt zo haar eigen prioriteiten over wat er moet gebeuren en hoe het moet gebeuren. Juhufff! De conciërge wil dit niet in de container zetten omdat het nog heel goed naar de Kringloop kan. Ok, laat hij het er maar naar toe brengen dan. Juhuff, de conciërge zegt dat hij op de fiets is. Ok, dan zit er niks anders op dan dat hij het in de container zet. Juhuff, het staat nog steeds niet in de container. Kunnen jullie het er zelf inzetten? Ja hoor, dat doen we! Juhuff, de conciërge loopt heel erg te mopperen hoor. Ok, dan doe ik het zelf wel even. Is er nu al eens uitgezocht wie steeds die fietsen vernielt in het fietsenhok? Nee, zo eenvoudig is dat niet. Maar er moet echt wat gebeuren want dit keer was het notabene mijn eigen fiets. Ja dat kan echt niet. De fietsen van de kinderen, dat is tot daar aan toe maar die van ons…Zullen we camera’s plaatsen? Ach joh, waar wil je dat van betalen. En toch, en toch…er gaat verbazingwekkend veel goed. De kinderboekenweek, de sterrenparades, het sinterklaasfeest, het kerstfeest, ze staan allemaal als een huis. Rapporten, verwijzingsgesprekken, tienminutengesprekken, zorgtrajecten, probleemloos wordt alles geregeld en uitgevoerd. Alleen die koffie….ik kan niet wachten tot we een nieuwe directeur hebben.
vrijdag 13 januari 2017
Column Welbehagen.
Er is weinig vrede op aarde in het hok waar een aantal meisjes uit groep vijf een zelfbedacht kerstlied inoefent. Kutkind, klinkt het achter de deur, luister dan ook eens! Je bent de baas niet, krijst het kutkind. Hou eens op met dat geschreeuw, schreeuwt een derde. Schreeuw zelf niet zo, klinkt het gelijktijdig. Ik hoor het al wel, zeg ik terwijl ik de deur openschuif, dit gaat echt het raarste optreden van het kerstfeest worden. Vijf rode kwade hoofdjes draaien in mijn richting. Ja en weet u hoe dat komt, juf? Mirthe doet een stap naar voren. Ze willen allemaal de baas zijn. Je bedoelt dat jij eigenlijk de baas bent, vat ik samen terwijl ik vermoeid op een kussen zijg. Ja, eh nee, ja eigenlijk wel! Want ik heb het namelijk verzonnen juf! Oooo, niet waar, dat van die koeien is mijn idee, knettert Tessa. Nietes! Welles! Kom maar gewoon weer naar de klas, zo gaat het niet, zeg ik terwijl ik mezelf weer overeind hijs. Verslagen sjokken ze achter me aan. Kunnen we echt niet nog een keer …juhuff…een keertje …puliese…? Ik zucht en knik. Natuurlijk geef ik ze nog een kans. Het is per slot van rekening bijna kerstvakantie. Ze zijn moe. Ik ben ook moe. En als je moe bent doe je soms raar. Dan ontbreekt het je domweg aan welbehagen. Niks aan te doen. Het is dan ook om die reden dat ik mezelf een uur later tierend aantref bij het instuderen van een kerstlied met de hele klas. Het oefenen van de Engelse tekst van Jingle Bells is met 8-jarigen een heel wat lastiger zaak dan het voorheen was met 11- jarigen. Het klinkt heel aandoenlijk wat ik hoor maar het lijkt nergens op. Het ‘misfortune’ van miss Fanny Bright begint haar sporen ook bij mij achter te laten, ik word steeds narriger als ik de uitspraak verbeter. Net als ik besluit om de merkwaardige uitspraak maar te laten voor wat het is en me op de melodie en de instrumenten te richten, constateer ik dat de helft van groep 6 niet meedoet. Jullie lijken net een stel karpers in een vijver, bries ik onredelijk, waarom komt er geen geluid uit jullie mond. (Stop, zegt een stem in mijn hoofd, stop nu maar.) Nou kom op, waarom staan jullie daar wat naar lucht te happen? (Wat verwacht je nou dat ze zeggen, toe zing eens door). De stilte is oorverdovend. Ook bij degenen die net nog vrolijk meezongen. Wil je dat we daar voor aap staan, donderdagavond? (Top vraag hoor.) Ze schudden hun hoofd. Nou kom op, zeg ik schuldbewust en dus een stuk milder. Doe alsjeblieft mee. Ik neem mijn gitaar opnieuw op schoot. Ik weet best waarom ze niet mee zingen. Ik vergeet het helaas steeds. Lang niet alle kinderen vinden liedjes zingen leuk. Dat is een groot misverstand bij een juf die denkt dat ze het muziekonderwijs moet redden en met haar verpletterende alt feilloos alle noten treft. Wat als er alleen gebrom opstijgt uit de plek waar bij haar al die leuke wijsjes opklinken. Wat als je er steeds net naast zit met je toon terwijl je zo je best doet en degene die naast je zit bevreemd naar je kijkt? Natuurlijk deel je dan niet in de lol. Als de melodie aardig klinkt wordt het tijd voor de instrumenten. Het heeft heel wat voeten in de aarde voordat iedereen een instrument gepakt heeft want de keuze kent een strenge hiërarchie. Bovenaan staat alles waarop hard geslagen kan worden, onderaan staan de belletjes en de ritmestokjes. Een paar jongens zien op deze wijze kans het hele lied kapot te hameren. Er komt geen belletje bovenuit. Voor de derde keer verlies ik mijn geduld. Er was veel oorlog bij het instuderen van ons zelfgemaakte kerstlied, vertelt Myrthe het publiek bij het officiële optreden,maar nu is er weer vrede tussen ons. Ook Jingle Bells klinkt daarna heel lief en eendrachtig. En zo eindigt alles toch nog in welbehagen.
vrijdag 16 december 2016
Column. Bubbel.
Sinds ik in de nacht van 8 op 9 november om 3 uur even een blik op mijn telefoon wierp om te kijken hoe Hillary Clinton er voor stond is er iets sombers in mij geslopen. Er lijkt zich iets duisters te ontwikkelen in de wereld. Het helpt niet om de krant te lezen of de televisie aan te zetten. Daar worden de ontwikkelingen op het wereldtoneel al net zo somber geduid. Het helpt wel om mijn klas binnen te lopen en de leerlingen te verwelkomen. Het is net alsof ik een andere bubbel binnen stap. Een aanpalend universum. Het is er licht en vrolijk. Er klateren watervallen. Er liggen lieve briefjes op mijn bureau, er klemmen zich armpjes om mijn middel en overal klinken vriendelijke begroetingen. Goedemorgen juf! Als ik de dag open met een kort klassengesprek buitelen de enthousiaste vertellingen over elkaar heen. Cas is naar Dinoworld geweest. Tjerk heeft een geweldig leuk boek gevonden. Mag hij het laten zien? Maartje showt trots haar nieuwe kleren. Anne is naar de film de GVR geweest. De lol en de levenslust knallen er van af. Als ik in de pauze mijn iPad openklap lees ik dat Stephen Hawking de wereld waarschuwt dat we ons op het gevaarlijkste moment in de geschiedenis van de mensheid bevinden. Ik klap de iPad resoluut dicht. Het kan vast geen kwaad om voordat de Apocalyps zich aandient nog even een les over de vierkante meter eruit te gooien. En al snel hangen er uitgelaten leerlingen op de kop in de wc, de keuken en de zandbak teneinde de oppervlakte van deze ruimtes zo nauwkeurig mogelijk te kunnen opmeten. Als de kinderen het klaslokaal verlaten, keer ik terug in die andere bubbel. ‘Er komt oorlog in 2020, reken maar na’ schrijft De Volkskrant naar aanleiding van een boek dat voormalig commandant Ingo Piepers schreef. In dit boek voorspelt Piepers de komende wereldoorlog door natuurkundige theorieën over chaos op de geschiedenis toe te passen. Oef. Het lijkt allemaal zo logisch als ik het artikel lees dat ik niet kan wachten om weer naar mijn klas-bubbel terug te keren. We gaan muziek maken, kondig ik aan. Ik laat het complete Orff instrumentarium aanrukken en we timmeren de dystopische visioenen voor even de wereld uit. Na een half uur zijn de leerlingen uitgeput en kan ik er weer even tegenaan. Het is een treurige boel, denk ik, terwijl ik het doel van de volgende les op het digibord schrijf. Juist nu het onderwijs bijna bezwijkt onder doelstellingen, opbrengsten en het geboekstaafde vooruitgangsdenken, dreigt de leiding in de wereld overgedragen te worden aan heersers zonder noemenswaardig doel en richting. Leiders die mensen vertegenwoordigen die ergens genoeg van hebben, terecht dan wel onterecht. Soms denk ik dat ze ook genoeg hebben van mij. Op het internet, vooral op Twitter, behoor ik beslist tot de verwerpelijke categorie van de goedmens, de linksmens. Voordat ik mij op de hoogte kan stellen van de contouren van het wereldbeeld van de rechtsmens, moet ik eerst door een haag verwijten, verzuchtingen en geschamper heen. Maar een goedmens doet dat. Zo is een goedmens. Alleen begrijp ik niet waarom het er zo negatief en destructief aan toe gaat in die bubbel. Zo, zeg ik tegen de klas, als ik aan het eind van de les ben gekomen. Pak je wisbordje. Ik ga eens even kijken wat jullie allemaal nog weten over deze les. Het resultaat valt me alleszins mee. Want opletten doen ze ook nog eens heel goed, deze lieverds. Maar als ik zelf bevraagd zou worden over wat ik nu geleerd heb over mijn getob over de toestand in de wereld zou ik niks op kunnen schrijven. Terwijl ik toch ook goed oplet. Straks maar eens naar het programma De kanarie in de kolenmijn kijken.
vrijdag 2 december 2016
Column. Onvermogen.
Ok. Sorry dan! Vanessa doet impulsief een stap naar voren en slaat de armen om Mirthe heen. Mirthe verandert acuut in een lappenpop en laat zich de knuffel, met haar armen strak langs haar lijf, met moeite welgevallen. Ze kijkt me bozig en ietwat verward aan. Ze is er nog niet aan toe om het goed te maken. Vanessa maakt het niet uit dat Mirthe wat onwillig aanvoelt. Het is weer goed wat haar betreft en daarmee uit. Voor mij komt deze afloop ook tamelijk onverwacht. Even daarvoor heb ik alles uit de kast moeten halen om de verwikkelingen rond hun slaande ruzie te doorgronden. Ik had bepaald niet het idee dat ik een geslaagde interventie aan het plegen was. Zoals zo vaak bij meidenruzies was de aanleiding diffuus, de escalatie groot en de oplossingsbereidheid minimaal. Vanessa loopt opgelucht van ons weg. Mirthe loopt aarzelend de andere kant op. Wat te doen als je plotseling geen tegenstander meer hebt? Het duurt even tot het tot me doordringt dat het ook dit keer Vanessa’s onvermogen om sociale processen te doorgronden is die tot deze plotselinge overgave heeft geleid. Mijn aanpak werkte averechts. Ik deed het licht niet aan maar maakte haar verwarring groter. Dan maar een dikke pakkerd en een snelle verdwijning. Meestal gaat het juist andersom. Dan is er met haar geen land te bezeilen als ze zich beledigd of afgewezen voelt. Dan volgen er langdurige wraakacties. Het is naar om te zien hoe haar van nature vriendelijke gezicht van het een op het andere moment verandert. Haar lippen versmallen zich tot spleetjes, in haar ogen verschijnt een donkere borende blik en al haar energie richt zich vanaf dat moment op het houden van een strafexercitie. Overal waar de vermeende daders zijn, duikt Vanessa ook op. Op een afstandje weliswaar maar hinderlijk in het blikveld. Dreigend aanwezig en iets duisters uitstralend. Wacht maar hoor, wacht maar! Waarom mag ze dan ook niet meedoen, vraag ik het ene moment aan haar klasgenootjes als de klachten over dit hinderlijke gedrag binnen stromen. Vanessa, ga daar eens weg, dirigeer ik een ander moment volkomen inconsequent. Want ook ik worstel met het onvermogen van Vanessa. De meest moeizame relatie heeft Vanessa met Mirthe. Vanessa aanbidt Mirthe. Ze wil niets liever dan bevriend met haar zijn. Mirthe kan die luxe niet altijd even goed aan. Dat is ook wel wat veel gevraagd van een achtjarige. Aan de ene kant vindt ze het wel eervol en interessant dat iemand haar zo geweldig vindt, aan de andere kant irriteert het haar en roept ze de ellende onbedoeld over zichzelf af. Op een dag zitten ze zusterlijk naast elkaar achter de computer met een opdracht om in Word een kort verhaaltje over zichzelf te schrijven. Vanessa vindt alles geweldig wat Mirthe doet. Ze praat net even te hard en laat zich om de haverklap hikkend van de lach tegen Mirthe aanvallen. Mirthe duwt haar regelmatig wat geërgerd van zich af. Dan zie ik dat de lichaamshouding van Vanessa verandert. Eerst vraagt ze vriendelijk of zij ook een stukje mag tikken, dan begint ze te duwen en even daarna mept ze er vinnig op los met haar ellenboog. Als ik op het computerscherm kijk, begrijp ik waarom. Mirthe schrijft over haar vriendinnen. Ze heeft er veel. Vanessa staat er niet tussen. Ben je echt verbaasd over de boosheid van Vanessa vraag ik. Huh? Mirthe wendt onbegrip voor. Kom op, dring ik aan. Ben je echt verbaasd waarom ze zo boos is? Mirthe zucht. Het is gewoon waar, probeert ze nog. Maar daarom hoef je het toch niet op te schrijven, zo pal voor haar neus? Nee juf, zegt ze zachtjes. Sorry hoor. Vanessa slaat opnieuw haar armen om Mirthe heen. Kom hier. Het is niet erg hoor.
Abonneren op:
Posts (Atom)