De herrijzenis van de directe instructie is een zegen. Het slaat veel vliegen in een klap. Directe instructie is namelijk onze core business. Dat is het altijd geweest. Alleen leerkrachten die les geven aan getalenteerde leerlingen en ideologen die om geloofsredenen liever niet zien wat pal voor hun neus ligt gaan uit van het (veelal niet bestaande) vermogen van kinderen om alles tegelijk en het liefst door elkaar heen uitgelegd en verwerkt te krijgen. Directe instructie is niets anders dan klassikaal onderwijs in een nieuw jasje. Het is interactiever, coöperatiever en houdt meer rekening met verschillen maar de hoofdzaak is: de leraar doet voor, de leerling doet na en vervolgens wordt er een beperkt gedeelte veelvuldig ingeoefend. Vooral dat beperkte gedeelte stemt mij tot vreugde. Ik werd soms zoooo moedeloos van al die realistische rekenmethodes die de lastigste zaken lukraak aanboden, lukraak inoefenden en met de snelheid van het licht toetsten om het vervolgens pas maanden later weer opnieuw aan de orde te stellen. Niet zelden bonkte ik van frustratie met het hoofd tegen het bord als bleek dat in de allereerste rekenles ‘lenen bij de buren’ ook meteen een nul opdook. Er valt helemaal niks te lenen juf, klonk het dan gefrustreerd. Veel sommen hebben meer met begrijpend lezen te maken dan met rekenen en delen is in een realistisch rekenmethode je reinste siphysus arbeid. Veel van mijn leerlingen kunnen die grote stappen maar niet onder de knie krijgen. Dus houden ze het veilig en trekken er steeds tien keer eraf, en dan nog eens tien keer, en dan nog eens…op deze wijze kan de staart onder aan de deelsom al snel een halve meter lang worden, kijk daar gaat-ie het uitrekenblaadje af, de tafel op, de tafel af, de hoek om. Ergens halverwege wordt een aftrekfout gemaakt.. oeps.. de som komt niet uit juf..snik..ik kan dit niet! Directe instructie maakt een eind aan deze wanhoop. Directe instructie is de sluipmoordenaar van het realistische rekenonderwijs. Het is simpelweg niet effectief om alle rekenproblemen die in een taak aan de orde komen ook in de directe instructie van die dag terug te laten komen. Er moeten keuzes gemaakt worden. Het gevaar van die keuze is wel dat je de methodetoets als uitgangspunt neemt en van daaruit je rekenaanbod samenstelt…teaching to the test.. maar dat nadeel valt in het niet bij de voordelen die het oplevert: gestructureerd rekenonderwijs, zicht op uitval, oefenen, oefenen, oefenen. En wat mooier is: succeservaringen. Mijn leerlingen vinden rekenen leuk sinds de directe instructie opnieuw zijn intrede deed. Maar zoals zo vaak in het leven: hier win je wat, daar verlies je wat…nu het rekenonderwijs overzichtelijker wordt, wordt het taalonderwijs ingewikkelder. Zo wordt in de taalmethode in groep 4 al het bijvoeglijk naamwoord aangeleerd. Ik ben erg voor uitbreiding van de woordenschat maar het woord ‘bijvoeglijk’ in groep 4 is lariekoek. Dat kan nooit betekenisvol zijn. Het oefenen van zelfstandige naamwoorden in groep 5 is geen probleem maar laat alsjeblieft minder concrete woorden als bijvoorbeeld ‘de liefde’ en ‘de situatie’ nog even buiten beschouwing. De gekte neemt echter in groep 7 en 8 een hoge vlucht. Het wemelt er van de werkwoordelijke gezegdes, voorzetseluitdrukkingen, bezittelijke voornaamwoorden, zelfstandige werkwoorden, persoonlijke voornaamwoorden met als dieptepunt het omzetten van de bedrijvende zin in de lijdende zin. Waarom, waartoe, waarheen? In groep 7 is het bijvoorbeeld al lastig genoeg om de persoonsvorm ( is nooit een persoon, ga er maar aanstaan met je instructie), het onderwerp, het gezegde, alsmede de voorzetsels, zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en hooguit het lijdend voorwerp aan de orde te stellen. Daar heeft iedere leerkracht zijn handen al aan vol. Maar waarom zouden we het in het onderwijs makkelijk maken als het ook moeilijk kan? Gelukkig kan ik de directe instructie ook als sluipmoordenaar inzetten voor deze overdaad.
Posts tonen met het label directe instructie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label directe instructie. Alle posts tonen
vrijdag 1 april 2016
vrijdag 27 november 2015
Column. Luisteren.
John Hattie, een Nieuw-Zeelandse onderwijsonderzoeker kijkt vrolijk de camera in. Wat echt werkt in
het onderwijs, zegt hij, is: luisteren naar kinderen. Dat heeft hij namelijk uitgebreid onderzocht. Ik
zucht als ik de krant weg leg. Hij zou best gelijk kunnen hebben -ik ben nooit te beroerd om
uitspraken en bevindingen over onderwijs in overweging te nemen- maar op dit moment is het
belangrijker om de leerlingen van mijn groep naar MIJ te laten luisteren. Dat valt namelijk niet mee
met dit impulsieve stel. Daarnaast is er een Sterrenparade op komst, alsmede een najaarsstorm en
ook de Goedheiligman is van plan een duit in het zakje te doen. Tijdens de Sterrenparade bijten
Maartje en Derek de spits af. Ze dragen een gedicht voor en dat doen ze goed. Iets in die grote massa
voor hen schijnt hen toch te ontregelen want na elke strofe zetten ze aarzelend een stap achteruit.
Gelukkig is het gedicht net op tijd klaar, nog een stap en ze waren de diepte ingetuimeld. Vervolgens
is het tijd voor de onvermijdelijke dansjes die, al even onvermijdelijk, met het nodige gedoe zijn
ingestudeerd. Ik heb Sophie al drie keer snikkend uit het toilet moeten halen en Kim en Anne hebben
zelfs even een optreedverbod aan hun broek gehad wegens hun eindeloze gesnib tegen elkaar. Het
groepje van Sophie danst voorbeeldig maar Kim en Anne zetten hun geruzie ( nee, je moet naar links!
Hier draaien, hier draaien!) onverminderd voort zodat ik de muziek na ruim een minuut weg laat
draaien. Maar het is nog niet klaar juf! O jawel! Tim, Thomas en Jonathan doen een dans uit
Minecraft. Ze zien er prachtig uit met hun grote vierkante hoofden maar helaas ze durven niet uit te
voeren wat ze afgesproken hadden: dansen met een kleutertje uit het publiek. De rest van het
programma wordt uitstekend uitgevoerd. Het wordt tijd om weer gewoon aan het werk te gaan, zeg
ik na afloop, het is hier per slot wel een school. Omdat ik nooit te beroerd ben om uitspraken en
bevindingen over onderwijs in overweging te nemen geef ik de les Begrijpend Lezen tegenwoordig
volgens de modernste principes: ik ga modellen. Hardop denken in de ik-vorm. Ik geef keurig de
denkstappen aan. Waar in de tekst…Hoe weet je.. Waarom… Ook geef ik willekeurig beurten. Voor
mij zit echter een groep kinderen die het allemaal wel best vindt. Hoe? Weet ik veel. Waar kun je?
Huh? Oh, er worden beslist ook goede antwoorden gegeven maar ik vermoed dat de leerlingen die
deze vragen goed beantwoorden dit ook wel hadden geweten als ik niet zo overdreven op die kruk
had zitten modellen. Luisteren valt leerlingen het zwaarst als ze het maar saai vinden. Net als ik denk:
nog even en dan is het weekeind, komt Thomas woedend binnen. Maartje heeft hem in een hoek
gedreven en zijn hele hoofd overladen met kussen. Met kussen, vraag ik verbijsterd. Ja! Waarom dat
dan Maartje? Ik vind hem leuk, grinnikt Maartje. Maar je kunt iemand niet zomaar tegen zijn zin
zoenen, zeg ik kwaad. O sorry, mompelt ze. Daar komt bij dat je ook nog onder de krentenbaard zit
Maartje, vervolg ik. O jee. Thomas grijpt naar zijn hoofd. Mag ik mijn hoofd wassen juf? Even later
komt Thomas met zijn blote buik en natte haren de klas in. Ik wil je zo echt niet in de klas hebben
Thomas, zeg ik. Ja maar mijn t-shirt is nu nat, antwoordt hij. Het wordt mij droef te moede. Ik moet
vandaag nog twee directe instructies geven, bedenk ik me. Geheel volgens de laatste inzichten. Ik
moet lesdoelen delen, voorkennis activeren, alles begeleid inoefenen en zelfstandig laten verwerken
en vervolgens ook nog verlengd instrueren. En o ja, ik moet niet vergeten te luisteren naar mijn
leerlingen volgens de regels van mijnheer Hattie.
Abonneren op:
Posts (Atom)