Posts tonen met het label ADHD. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ADHD. Alle posts tonen

zaterdag 22 februari 2014

Dubio

Rutger slikt een hoge dosis. Om die reden maakt hij soms een versufte indruk. De dosering is zo ingesteld dat hij ’s morgens rustig sloffend de klas binnenkomt. Dat was ooit wel anders. Toen hij nog geen medicijnen slikte was zijn komst op school voor iedereen hoor-en zichtbaar. Schreeuwend en met zijn tas om zich heen slaand, een spoor van omgevallen stoelen en verschoven tafels achterlatend stormde hij de school binnen. Overal vlogen leerkrachten hun lokaal uit om hem tot rust te manen. Iets wat overigens maar amper lukte. Hij bracht tijdens de les meer tijd buiten de klas door dan er in. Dat is nu anders. Je merkt hem amper op als hij nu binnenkomt. Hij is zelfs zo rustig dat het bijna zielig is. Bijna….want toen onlangs zijn pil tijdens een voorstelling in de schouwburg uitgewerkt was zag ik mijzelf genoodzaakt de hele voorstelling achter hem aan te klauteren. Steeds opnieuw bereikten mij klaagzangen van andere scholen over zijn gedrag. Alsof het mijn schuld was dat Rutger daar als een aal door de rijen heen schoot om iedereen te ontregelen. Ik kon hem helaas niet vast binden en ook was ik niet gemachtigd om er desnoods tien pillen in te stoppen. En dat terwijl ik eigenlijk -als ik niet in een schouwburg zit en niet verantwoordelijk wordt geacht- tegen al die medicatie ben. Ik begrijp de moeder van Joanna best. Die hield radicaal op met de Ritalin toen ze zag dat haar dochter niet meer op zichzelf leek. Het resultaat is echter wel dat Joanna nu de hele dag op een vuilnisbelt leeft. Het is niet te geloven wat zij in korte tijd aan rotzooi om zich heen weet te verzamelen. Half afgekloven appels, half leeggedronken vruchtensappakjes, verfrommeld papier, stiften, pennen, potloden, boeken, schriften, atlassen, ze is zelf regelmatig onvindbaar tussen al die rommel. Als de vleesgeworden wrake toren ik steeds te midden van al die puinhoop op: wat is dit, gooi dat eens in de prullenbak, waar is je rekenboek, waar kan ik deze taalles terugvinden in je schrift? Joanna straalt altijd iets wanhopigs uit als ik probeer enige orde aan te brengen. O ja, dat wou ik net doen, mijn taalles is niet gemaakt want ik kon mijn boek niet vinden, ik was naar de wc dus ik heb u niet gehoord. Ook verkeert ze op voortdurende voet van oorlog met Maartje. Maartje is in alles haar spiegelbeeld. Ze is net zo springerig, chaotisch, aanwezig en rommelig als zij. Met dit verschil dat Maartje wel medicatie slikt en doorgaans in een ordelijke omgeving haar werk maakt. Ze kunnen elkaar niet luchten of zien. Ik moet ze minstens twee meter van elkaar af zetten anders brengen ze de hele tijd door met het organiseren van minuscule invasies in het territorium van de ander. Daar schuift een boek net even over de rand, daar wordt opzettelijk een voet in het gebied van de andere geschoven. Ah, juf Joanna tikt met haar voet op mijn stoel, Ah juf, Maartje tikt me steeds even aan als ik langs loop. Waarschijnlijk zou Joanna beter af zijn met medicatie maar ik verkeer in dubio of ik deze strijd met haar moeder op dit punt aan wil gaan. Ik ga niet overal over en ik wil ook niet overal over gaan. Er zijn beslissingen die buiten mijn invloedssfeer vallen. In deze klas van 27 leerlingen gebruiken vijf leerlingen Concerta of Ritalin. Dat is een kleine twintig procent. Dit percentage wijkt niet substantieel af van het percentage van vorige jaren. Dat is tamelijk onthutsend. Dat betekent dat een op de vijf leerlingen gedrogeerd in de klas zit. Daar wil ik geen steentje aan bij dragen. Ook al betekent dat misschien wel dat Joanna haar potentieel niet voldoende benut.

zaterdag 17 november 2012

Het spoor bijster

Een paar maand geleden kwam hij ‘s morgens regelmatig met veel lawaai de trap opgerend maar zijn medicatie heeft daar nu een eind aangemaakt. Meestal merk ik het niet eens dat Rutger al binnen is. Hij lijkt een beetje op een kuikentje dat net uit het ei is en wat verdwaasd rondstapt. Wat doe ik hier toch, lijkt hij te denken, waarom moest ik hier ook al weer zijn? Hij loopt wat onzeker naar zijn tafeltje, rommelt in zijn kastje, loopt in de richting van het groepje van Tijmen, aarzelt, keert om, spreekt Stephen aan, stopt halverwege in de zin, fladdert wat met zijn handen en blijft dan besluiteloos om zich heen staan kijken. Hoewel het oppervlak van het lokaal klein is en er 27 leerlingen in zitten, lijkt Rutger op een eiland te wonen. Het is om een of andere reden altijd wat leeg om hem heen. Het leven is niet altijd even makkelijk voor hem. Hij moet zich inspannen om de sociale interacties te doorgronden en ook bij de instructie en het zelfstandig werken raakt hij het spoor snel bijster. Als ik dat niet op tijd door heb, verdwijnt hij naar de wc. Tjonge, jonge jonge wat heb jij een lastige blaas, mopper ik dan terwijl ik vergeefs op de deur van het toilet klop, hoe langer je hier zit, hoe groter je achterstand wordt, kom er nu af, we maken gewoon een nieuwe werkafspraak. Aan de andere kant van de deur wordt er dan vervolgens hartgrondig gezucht. Ik moet gewoon plassen hoor, klinkt het verongelijkt. Hij heeft een kort lontje. Dat zit hem zelf nog wel het meeste dwars. Ik weet soms niet wat er met mijn hoofd gebeurt, zegt hij als ik hem na een korte felle vechtpartij vraag hoe dit nou zo gekomen is. Er ploft iets, legt hij verontschuldigend uit, ik wil het eigenlijk niet maar het gebeurt gewoon. Als het over is heb ik altijd hele erge hoofdpijn juf. Vervolgens biedt hij zijn excuses aan. Aan het slachtoffer, aan mij, aan de hele wereld. Sorry hoor. Sorry, sorry, sorry. Hij blijft nog uren in de war na een uitbarsting. Ik ben zo misselijk juf, ik wil graag naar huis. Maar dat kan niet. Daar kan ik niet aan beginnen. Zijn moeder ook niet. Hij heeft de pest aan ons op zulke momenten. Laat me nou naar huis gaan juf. Zeg nou tegen mijn moeder dat ik ziek ben. Nee, je gaat gewoon aan je werk jongen, het is over, we gaan gewoon weer verder. Rutger heeft de pech dat alle jongetjes in de klas willen voetballen in de pauze. Dus doet hij ook mee. Zijn inspanningen zijn groot. Hij volgt de bal met grote vasthoudendheid. Alles in hem staat op scherp. Als de bal in zijn buurt komt zet hij een sprintje in. Hij doet verwoede pogingen iets te betekenen op dat moment, iets van waarde, iets waardoor ze straks zullen juichen en hem op de schouder kloppen. Maar meestal zijn deze inspanningen vruchteloos. Een onhandige uithaal, een bal die naar rechts gaat in plaats van naar links. In de beste gevallen zeggen zijn klasgenoten er niks van. In de slechtste gevallen raakt hij het been, de buik, de rug van een tegenstander en stromen de verwijten van alle kanten op hem af. Loser! Hoewel het oppervlak van hun speelveld niet groot is en alle jongens en een enkel meevoetballend meisje op een kluitje bij elkaar staan, lijkt Rutger ook hier op een eiland te spelen. Hij is alleen. Toch geeft hij niet op. Steeds opnieuw probeert hij te begrijpen welke handeling de beste resultaten oplevert. O kijk, daar komt de bal weer aan. Even een sprintje trekken. Schoppen nu! O jee. Weer het been van Tijmen geraakt. Sorry hoor, sorry, sorry, sorry.