dinsdag 5 maart 2019

Column. Speldje

Natuurlijk had ik niemand verteld dat ik een gouden Aob speldje op ging halen in de catacomben van
een Van der Valk restaurant. Als puber in de jaren zeventiger had ik destijds de tijdgeest feilloos willen volgen door veel rituelen en gebruiken uit die dagen als ‘stom’ weg te zetten. Modern wilde ik zijn. Deze hebbelijkheid was nooit helemaal uit mijn systeem verdwenen. Dus een speldje ophalen voor zoiets als een 40 jarig lidmaatschap? Pfff…kon eigenlijk niet. Omdat ik in de jaren zeventig heel veel dingen nogal stom vond had ik nooit leren stijldansen en woonde ik huwelijksplechtigheden met opgetrokken wenkbrauwen bij. Van beide overtuigingen heb ik spijt gekregen. Ik heb nog getracht mijn dansachterstand in te halen in de late jaren tachtig. De cursus werd georganiseerd door het plaatselijke Vrouwenhuis maar voor ik de chachacha onder de knie had waren de lessen al weer in duigen gevallen door gekrakeel en gekissebis zodat ik alleen de beginpassen nog weet. En getrouwd ben ik inmiddels ook, met alle toeters en bellen. Het ophalen van een speldje was echter nog een stap te ver om voor uit de kast te komen. Toch wist ik dat ik moest gaan want het zomaar wegdoen van rituelen en gebruiken leidt tot spijt. Vooral ook omdat er vaak niets nieuws voor in de plaats komt. Daar kwam bij dat ik wist dat de appeltaart in deze specifieke van der Valk onovertroffen is. Voor een lekker taartje zet ik veel standpunten opzij. De hoofdbestuurder van dienst haalde herinneringen op aan de jaren waarin de jubilarissen zich hadden aangemeld en zo belandde ik plotseling weer op dat prachtige congres in het zuiden des lands waar die kleine Onderwijsbond, toen nog ABOP geheten -een vliegenpoepje op de keukentafel- een druppeltje in de oceaan,  een hele dag lang de voorwaarden voor de Vrede en Veiligheid in de hele wereld ging vaststellen. Zo aandoenlijk lief en naïef. Ik deed op dat congres, achter het spreekgestoelte, ook nog een duit in het zakje. Een duit met feministische inslag. Want het kon natuurlijk niet zo zijn dat de vrede op aarde zou neerdalen voordat er het een en ander op het gebied van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen geregeld zou zijn. Ik herinner me dat iemand destijds tegen me zei dat het een mooi holistisch verhaal was. Daar was ik nog heel trots op al wist ik eerlijk gezegd niet wat het betekende. En zo doolden en mijmerden wij daar in die catacomben door de geschiedenis van onze loopbanen. Loopbanen die die nog maar net begonnen waren toen ze al weer (bijna) eindigden. Het is trouwens een mooi speldje hoor. En over tien jaar haal ik de volgende op. Maar dat vertel ik natuurlijk aan niemand. Zo stom.

dinsdag 5 februari 2019

Column. Sorry



Aarzelend loopt Leila achter haar vijfjarige klasgenootje Levi aan. Levi heeft een Klacht. Een hele Ernstige. De klacht gaat over haar. Hij struikelt bijna over zijn woorden om de misdaad onder woorden te brengen. Leila staat er aangeslagen bij. Is het waar, vraagt hun juf. Ze knikt. Haar hele houding straalt schuld uit. Het is waar juf maar…, Leila aarzelt, ze weet niet goed hoe ze het zeggen moet maar dan komt er zachtjes een weerwoord uit haar mond. Ja maar jij deed het als eerst, zegt ze schuchter terwijl ze Levi recht aan kijkt. Hij kijkt haar verbaasd aan. Is dat ook waar, vraagt de juf. Ja, maar dàt was een grapje, antwoordt hij op hoge toon terwijl hij Leila boos aankijkt. Het blijft even heel erg stil. Dan zegt ze zachtjes: maar dat was wat ik deed ook hoor Leivi, ik deed gewoon met je mee. Langzaam dringt haar verpletterende gelijk tot hem door. Hij kleurt rood tot in zijn nek. Klopt dat, vraagt de juf. Het duurt even maar dan knikt hij. Ja, dat zou wel eens waar kunnen zijn. Dan maakt hij zich snel uit de voeten. Leila kijkt ons verlegen aan. Ze lijkt zich te verontschuldigen voor de overlast. Ging het maar altijd zo makkelijk. De meeste akkefietjes laten zich veel lastiger oplossen. Het woord ‘pesten’ valt vaak zo snel dat de hele betekenis van het woord verloren dreigt te gaan en alles veel te groot wordt. Een diep wanhopige huiler kan zo intimiderend overkomen dat er geen ingang voor een gesprek meer is. Er is alleen nog schuld. Het nemen van verantwoordelijkheid is voor sommige leerlingen ook een bijkans onneembare hindernis. Ze zuchten diep als ze voor je staan (wat-nu-weer), nemen een uitdagende houding aan (hoezo, wanneer dan?) en laten niemand laten uitpraten. Ook de uitgestrekte hand waarmee menig onverlaatje al bij voorbaat aan komt rennen kan de boel behoorlijk ophouden vanwege het repeterende en reuze irritante ‘ja maar ik zei toch sorry, ja maar ik maak het toch al goed!’ Een ander dieptepunt bij de besprekingen vormt het onwaarachtige excuus: nou sorry dan. Maar echt tricky zijn de momenten waarop je besluit meisjes uit de bovenbouw hun problemen zelf op te laten lossen. Ook al stellen ze dat zelf nog zo nobel voor. Het kan desastreus uitpakken. Je kunt er geweldig veel spijt van krijgen. Want het houdt soms nooit meer op. Echt nooit. Het kost je niet alleen de rest van de pauze maar ook de daarop volgende rekenles, de middagpauze en vaak een groot deel van de middag. En dan is er nog niks opgelost. Het gesnik en geschreeuw is niet van de lucht en als ze dan eindelijk naar huis gaan dan gaat de telefoon…

maandag 7 januari 2019

Column. Verwachtingsvol.

Er is in dit vak altijd veel over de toekomst te doen. Met grote ernst en gewichtigheid wordt regelmatig aangekondigd dat die toekomst van af nu gekenmerkt zal worden door gerichtheid en bestendigheid. Ik ben daar niet tegen hoor. Het is een beetje mal om te verkondigen dat je van af nu ongericht en driest de volgende ochtend in wil stormen. Maar raar is het wel. Want ik heb de afgelopen jaren toch echt al die inspanning niet geleverd om het verleden van dienst te zijn. Maar goed. Ik ben de flauwste niet en dus repte ik mij naar een brillenwinkel om het allerlaatste modelletje aan te schaffen zodat ik alles in het vervolg allemaal nog net iets scherper kon zien en de toekomst in veilige handen was. Voor ik echter ook maar één kek gevalletje uit het schap kon pakken werd ik gedwongen mij naar het verleden te richten door een medewerker die verheugd riep dat ze ooit bij mij in de klas gezeten had. Dus ging ik, zoals altijd wat onzeker, op zoek naar een Memory Lane waar ik haar ooit eens voorgoed had achtergelaten. Het was nog een geluk dat ik haar daar na enig diep peinzen op wist te duiken. Van het bestaan van ene Mariëlle, die mij laatst zo vriendelijk en professioneel bediende in een restaurant wist ik mij tot haar en mijn teleurstelling niets meer te herinneren. Ook niet dat we zo leuk dit en dat deden juf? Ehm.. Neen. En dat Koos en Johan plotseling de andere kant op vaarden met die kanotocht in de Weerribben en u zo geweldig tekeer ging terwijl u er als een speer achteraan ging? O zat je in die klas? Ja! Ehm..neen. Back To the Future. Getooid met een modern nieuw brilletje met de sterkte van een vergrootglas kan ik nu heel precies zien hoe mijn collega’s en ik met ‘breed, modern en goed’ onderwijs de toekomst bestendig gaan maken. Vanzelfsprekend met een ‘focus op een actuele context op leren en onderwijs’. Prachtige visie. Wie wordt daar niet blij van? Ik moet bij dit soort heilsboodschappen altijd denken aan dat  verwachtingsvolle liedje dat ik als klein meisje op de zondagsschool met zoveel overgave zong: stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde.  Wat jammer nou dat zo’n lerarentekort roet in het eten gaat gooien. De realiteit zal zijn dat ik in die, op papier zo prachtige, toekomst lesgeef aan 40 leerlingen uit drie groepen. Geholpen door de opa van Sven die in de jaren 80 nog een blauwe maandag les heeft gegeven, een lieve, aarzelende eerstejaarsstudent en buurvrouw Thea die heel vaardig kan pottenbakken al is ze al drie keer te vroeg naar huis gegaan omdat het ‘op deze manier niet leuk meer is’.


maandag 3 december 2018

Column. Buikspreekpop.

Ik zie hem in een flits voorbij rijden op de fiets. Hij is een stuk ouder inmiddels natuurlijk maar ik herken hem meteen. Ramon. Over wie ik niet eerder schreef omdat het destijds te herkenbaar zou zijn voor mijn omgeving. Te specifiek. Vooral als ik ook zijn moeder in het verhaal had betrokken. Zonder de moeder van Ramon is het verhaal niet compleet. In die ene flits zie ik dat hij nog steeds zijn blik naar beneden richt. Hij ziet er nog even onbenaderbaar en in zichzelf gekeerd uit als toen. Een eenzame jongen. Hoezeer ik ook probeerde die leegte om hem heen te doorbreken, ik vond geen doorgang. Ramon had zijn moeder om met de wereld te communiceren. Zij stelde hem vrij van alle interactie en wierp zich op als zijn buikspreekpop. Ramon maakte daar dankbaar gebruik van. Een klein rukje aan een touwtje en hup daar stond zijn moeder op een onmogelijk tijdstip weer in de deuropening van het lokaal. Dwingende uitdrukking op haar gezicht, briefje in de hand. Heeft u even tijd? Het is belangrijk. Hij verveelt zich weer, zei ze dan verwijtend terwijl ze een voor een alle punten van zijn onvrede doornam. Dat extra rekenwerk daagt hem niet uit, die extra opdracht over de Egyptenaren interesseert hem niet. Hij kwam weer mopperend thuis. Maar hij heeft er nog niets van gemaakt, wierp ik tegen. Het rekenwerk ligt nog even maagdelijk in zijn kastje, van de opdracht over de Egyptenaren heeft hij nog amper iets uitgezocht. Nee, dat klopt, antwoordde ze, hij vindt het allemaal te makkelijk, dit werkt allemaal niet bij hem juf. En hoewel ik steeds genegen was om opnieuw extra werk voor Ramon te zoeken en ook de tijd nam om dit werk toe te lichten voerde hij nooit een spat uit. Een slim lui jongetje die zijn moeder de strijd liet voeren en zijn juf het werk liet doen terwijl hij achteroverleunend steeds alles van een vernietigend commentaar voorzag. Te makkelijk. Te saai. Teveel werk. Weg ermee. Ik kreeg daar op den duur genoeg van. Ok, zei ik op een goede dag, dan is het saai, dan is het makkelijk, dan is het teveel werk. Laten we er voor het gemak vanuit gaan dat hij gelijk heeft maar denkt u nou echt dat Ramon daar later ook steeds mee wegkomt? We moeten allemaal weleens saaie, domme en makkelijke dingen doen. U bent zijn juf, sprak ze me bestraffend toe, niet zijn werkgever. Ramon krijgt namelijk later geen werkgever, hij wordt er een. Ik weet nog dat ik knikte. Het drong plotseling tot me door. Natuurlijk wordt Ramon een werkgever. Hij oefent immers al zijn hele leven op zijn moeder en leerkrachten.

maandag 5 november 2018

Column. Heuvel.

In de Volkskrant valt mijn oog op een kop boven een artikel over Tom Dumoulin. Ik zat mislukt op de fiets, staat er. Ik herken zijn verzuchting. Ik zit ook vaak mislukt op de fiets. Alleen probeer ik geen letterlijke bergtoppen te bedwingen maar overdenk ik op weg naar huis mijn jammerlijk falen na een dag onderwijs. O jee, vergeten het ziekteverzuim te registreren denk ik dan en Kasey was opnieuw veel te laat op school, ook vergeten in te vullen. Gelukkig heb ik bij de rekenles wel heel nauwkeurig het doel van de les meegedeeld stel ik mezelf gerust. Al was het bij de taalles wel weer heel erg op het randje zo aan het eind van de uitleg. Het klonk ook wel wat raar zo tussen twee voorbeeld zinnen in. Maar goed, het is meegedeeld. Beter iets dan niets. En bij wereldoriëntatie? Heb ik überhaupt wel iets meegedeeld over wat daar nu allemaal de bedoeling van was? Eh…nee. Gewoon aan de orde gesteld omdat dit onderwerp nu eenmaal aan de beurt was. Slordig hoor. En de evaluatie dan. Van rekenen deugt het, taal ook. Maar spelling…oef vergeten. En nu ik er zo over nadenk…zat er eigenlijk wel een coöperatief element in mijn les over het woord t ee n? Nee, ik heb daar zeker een uur eenzijdig tegen die arme stumperds aan zitten kwaken. Oef. Niet best. Maar daar staat tegenover dat ik in tegenstelling tot gisteren alle observaties over het al dan niet begrijpen van de leerstof in de klassenmap heb gezet. Al is het maar de vraag of iemand dat geklieder kan ontcijferen. Maar goed het staat er. En hoe zit het dan met het tempo, denk ik. Van schrik vergeet ik terug te schakelen zodat de heuvel die ik op moet onneembaar is en ik bijna tot stilstand kom. Nee met het tempo was het weer naadje niks. Ik weet dat pas sinds ik vorig jaar met een collega samen werkte die er een voorbeeldig tempo op na hield. Alle methoden waren aan het eind van het jaar helemaal uit. Dat was een novum voor mij. Ik haalde al die jaren maar zo’n 80 procent. Nu ik weer een klas voor mijzelf alleen heb, heb ik mij voorgenomen het tempo goed vol te houden. Maar nee hoor. De klad zit er nu al weer in. Teveel tekenopdrachten, danslessen, muzieklessen en voorleessessies. En dat buiten spelen aan het eind van de dag kan ook wel wat minder, bedenk ik mij. Och en dan ligt ook nog die opdracht van de intern begeleider om de onderwijsbehoeftes in kaart te brengen ergens op mijn bureau. Alhoewel…ligt het er nog wel? Enfin morgen weer een dag. Wie weet lukt het dan wel allemaal.

dinsdag 2 oktober 2018

Column. Verwarring.

Alicia uit groep 3 neemt plaats op de kruk voor de klas. Ik wil vertellen, zegt ze, dat ik deze vakantie heel veel leuke dingen heb gedaan maar dat ik niet meer weet welke dingen dat allemaal zijn. Het blijft stil als ze uitgesproken is. Doodstil. Niemand stelt een vraag. Dan ik maar. Ben je naar een pretpark geweest? Nee. Naar het zwembad dan? Nee. Naar…Alicia onderbreekt me zuchtend: ik zei toch dat ik het allemaal niet meer weet. Ik knik beschaamd. Dat is waar. Ga dan maar weer zitten. In groep 4, het andere deel van mijn nieuwe klas, zitten maar drie meisjes. Ze zitten zusterlijk naast elkaar. Als groep 3 met de onderwijsassistent meegaat naar een naastgelegen lokaal vragen Eva en Zara of ze even samen ergens anders mogen werken. Dat mag. Na een poosje schuift ook Anna aan. Tien minuten later staat Eva op en gaat in haar eentje ergens anders zitten. Daar zit ze niet lang alleen want Anna sluit zich bij haar aan. Zara blijft bozig achter. Waarom verhuizen jullie steeds, vraag ik verbaasd. Gewoon, zegt Anna. Dit is niet gewoon hoor, antwoord ik, dit is zelfs een beetje raar. Maar hoe ik ook aandring, de reden blijft in nevelen gehuld. Lars is klein. Klein maar ook  slim. Om die reden is hij wat snel door groep 1 en 2 geschoten. Maar zijn geringe lengte wreekt zich in de gymzaal. Hij blijft bij het eerste spel in de zaal dan ook wat doelloos heen en weer lopen. Het is duidelijk dat hij niet helemaal snapt wat er van hem  verwacht wordt. Wel kijkt hij heel alert en geamuseerd naar de bewegingen van zijn klasgenootjes. Ha, ineens zie ik zijn gezicht oplichten, nu weet hij het! Enthousiast stort hij zich op de verovering van het eerste blokje. Dan belandt er pardoes een bal op zijn borst. Verbijsterd stopt hij al zijn handelingen. Dan dringt het tot hem door…O ja…je kunt ook nog afgegooid worden. Jeetje. Aan het eind van de dag lees ik een verhaal voor. Ik heb als eerste boek een klassieker uit mijn jonge jaren genomen. Met de poppen gooien, van Guus Kuijer. Maar het verstrijken van de tijd heeft zijn sporen achter gelaten. In het verhaal dat ik voorlees fantaseren meester Cowboy en een leerling uit zijn klas over wie ze willen pesten als ze de baas van de wereld zouden zijn. Er is een reden voor deze overpeinzing want de dag ervoor is deze leerling voor gek gezet in de klas door de inspecteur. Het is snel duidelijk wie het ze allebei kiezen. Als het verhaal uit is zie ik een aantal leerlingen uit groep 4 peinzend naar de Kanjerregels staren. Stond daar niet iets over pesten.

dinsdag 4 september 2018

Column. Tijdverspilling.

Er zijn zaken waarvoor ik geen geduld meer heb. In sommige gevallen heb ik dat geduld ook nooit gehad. De Avondvierdaagse bijvoorbeeld. Ik druk daar al vier decennia met succes mijn snor voor. Ik begrijp niet wat het nut van deze activiteit is voor leerlingen. Voegt dat massale gesjok door bos en veld ook maar iets toe aan hun Bildung? In de jaren achter mij waren de stiltes soms oorverdovend als er nog een teamlid tekort kwam als assistent bij de limonade tafel of erger: als meeloper. Maar ik ga het halen… over een paar jaar sluit ik mijn loopbaan af zonder ook maar een avond te hebben geofferd aan deze activiteit. Voor het offeren van avonden heb ik ook steeds minder geduld. Mijn leeftijd is daar waarschijnlijk debet aan. Ik slaag er na een avond op school doorgebracht te hebben steeds minder in om ‘s morgens weer fris en opgewekt leerlingen te begroeten en leerstof toe te lichten, ik heb liters koffie nodig om me een beetje te focussen, dus als het woord disco valt tijdens een vergadering dan moet ik veel moeite doen om niet met mijn hoofd op tafel te bonken of met mijn schoen op tafel te slaan. De meeste kinderen, ouders en collega’s zien een gezellig feest en horen leuke muziek waar ik alleen maar over de grond slierende jongetjes zie, dreunende herrie hoor en mijn tijd voornamelijk doorbreng met het wegsturen van giechelende en opgewonden meisjes uit toiletten. Ook hier zie ik de  Bildung in geen velden of wegen een rol spelen maar als je 60 geweest bent klinkt  alles al snel als gezeur van een oud wijf dus bonkte ik tot dusver ik alleen in gedachten met mijn hoofd en houd ik mijn schoen aan. Andere zaken waarvoor ik beslist nog eens gepeperde rekeningen in ga sturen wegens verloren tijd en levensvreugde zijn: vergaderingen en scholingen die bestaan uit het vol kliederen van gele post-it briefjes, op commando een oerdomme vraag moeten stellen aan een collega terwijl ik zinloos doch coöperatief door een ruimte zwerf, het invullen van onderzoeksaanvragen van 20 pagina’s waarbij zo vaak hetzelfde wordt gevraagd dat ik op het laatst alleen nog maar zie hierboven opschrijf in een steeds agressiever wordend handschrift, het opstellen van tientallen evaluaties per jaar die verwijzen naar trendanalyses die verwijzen naar Cito uitslagen die verwijzen naar conclusies die ik ook al zelf getrokken had. Verloren tijd en levensvreugde. Ik sta het vanaf nu minder toe dan ooit. Tijd is nu precies waar ik niet meer in grossier. Per slot hoef ik niet meer bang te zijn dat men denkt dat ik een oud wijf ben. Ik ben dat inmiddels ook gewoon.