vrijdag 16 juni 2017

Column. Imago

Veertig jaar geleden stond ik op een podium tijdens een congres van de voorloper van deze bond- de ABOP-en zong uit volle borst een feministisch actielied: Oli-oli-olaan het … moet van de baan. Ik weet niet meer precies wat er van de baan moest, de lijst was lang,  maar ik weet wel dat naarmate ik vaker op een podium meedeed aan dit soort gekweel ik steeds meer een hekel kreeg aan ludieke acties. Wilden er echt successen geboekt worden dan moest het serieuzer. Ik vond het echt iets voor vrouwen om het gezellig te willen houden. Sindsdien hanteer ik een andere filosofie: sla met de schoen op tafel, laat je niet met een kluitje het riet in sturen en timmer flink aan de weg. De groep PO in actie is tot mijn vreugde niet in de valkuil van de vrolijke, ludieke actie gestapt. Het is ook precies de reden waarom krantenredacties en praatprogramma’s op radio en tv de oprichters van deze groep weten te vinden. De boodschap is: het is slecht gesteld met het imago en het salaris van leraren, er wordt stelselmatig te veel van ze gevraagd en niemand moet verbaasd zijn als er in de toekomst niet genoeg leraren zijn. Met andere woorden: het is menens. Inmiddels heeft een derde deel van alle leraren zich aangesloten en haasten vakbonden, besturen en ouders zich om zich solidair te verklaren. Mooi. Voor het eerst in jaren wordt er flink een vuist gemaakt. Die vuist kan wat mij betreft niet stevig genoeg zijn. Maar net als het allemaal goed en wel op gang is begint het ondermijnende gezucht: ‘Al dat gemopper doet het imago van leraren al helemaal geen goed’, kopt Trouw 27 mei. Docent economie Ferry Haan, tevens lid van de Onderwijsraad, doet in de Volkskrant eenzelfde duit in het zakje: ‘In de media hoor je vooral docenten die klagen en zich miskend voelen. Ze hebben een passie voor het vak, maar mogen dat meer uitdragen. Er zit iets van slachtofferschap in’. Hoe nu? Wat moeten we nu met zulke verzuchtingen? Een groep invallers voor de camera zetten die a capella de tekst ‘het is een prachtig vak maar ik kom nooit aan de bak’ zingen? Een paar collega’s met een zware burn-out vragen  om een gedicht voor te dragen: hoe kon het toch gebeuren dat ik hier zo zit te zeuren? Blije dansjes door de vergaderruimte van een school: en van je hela hola houd er de moed maar in? Het imago van deze beroepsgroep komt eerder voort uit een neiging tot  opofferingsgezindheid dan aan een behoefte aan slachtoffergedrag.  Maar het een komt wel uit het andere voort. Er is een grens aan wat men op wil offeren. En die grens is allang overschreden. Iedere bakker die zich in opdracht van  talloze bazen over allerlei zaken druk dient te maken behalve over het bakken zelf zou ook in opstand komen. De nadruk in het onderwijs ligt teveel op bijzaken. Juist de bijzaken trekken de zaak scheef. Ook de feminisering en de hoge leeftijd van veel leraren worden in het verhaal van Trouw meegenomen als mogelijke verklaring voor het slechte imago. Pfff. Vrouwen op leeftijd voeren kennelijk geen zakelijke argumenten aan maar zeuren alleen maar. Het schoonmoedersyndroom als schampere verklaring voor terechte motieven om iets onder de aandacht te brengen. Conclusie: als zestigjarige vrouw ben ik zo ongeveer de hoofdschuldige aan het slechte imago. Nee, met dit soort krantenartikelen voorkomen we dat naderende tekort wel... dus volhouden collega’s.. die schoen, die acties, die vuist! Dit is een leuk vak, laten we zorgen dat we het uit kunnen voeren.

vrijdag 2 juni 2017

Column. Verbieden.

Ik bevind mij nog middenin het Pokemon rijk als de fidget spinners hun intrede doen. De laatste maanden heb ik iedere schooldag Pokemon-trommels en mappen van kasten en tafels verwijderd. Maar waar moet ik het dan neerleggen juf, klinkt het steeds verbolgen. Niet hier, antwoord ik dan onlogisch want ik heb geen idee, dit is een modern schoolgebouw dus mijn lokaal is klein.  Vooral in groep 5 zijn ze stapel verliefd op al die wonderlijke wezens van wie ik de namen maar niet  onthouden kan. Vindt u ze niet schattig juf, verzuchten vooral de meisjes keer op keer. Kijk juf, dat is…en dat is…en dan sta ik daar gezellig interesse voor te wenden. Aan het eind van iedere schooldag is er altijd wel een leerling die voorstelt even een kort You Tube filmpje op te zoeken. Ademloos kijkt iedereen dan mee naar de onnavolgbare verwikkelingen van deze onnavolgbare figuurtjes. Ik hoor er  niet bij op zulke momenten. Ik verveel me ook ernstig. Soms raakt er ineens een map of een trommel zoek en dan is de paniek groot. Het lag hier net nog, schreeuwt het slachtoffer hevig verschrikt, het is gestolen, iemand heeft het gestolen! Maar het is niet gestolen, het ligt gewoon ergens te wachten om weer opgelucht in de armen gesloten te worden. Op een dag ontvang ik een mail van collega waarin ze er op aan dringt fidget spinners niet meteen te verbieden omdat ze nuttig zijn voor kinderen met ADHD. Ik ben het onmiddellijk met haar eens. Ik houd ook niet van verbieden. Verbieden is een zwaktebod. Bah. Maar… wat zijn fidget spinners? Ik hoef niet lang op het antwoord te wachten. Ik blijk plotseling veel leerlingen met ADHD te hebben want tijdens de lessen klinkt er een vrolijk en massaal gezoem op. Binnen een week zit iedereen te spinnen. Ik besluit er toch maar snel wat regels aan te verbinden: niet tijdens de instructie en niet op je neus spinnen want dat leidt tot spectaculaire valpartijen. Dat gaat redelijk goed. Al blijven er momenten dat ik tijdens het werken aan de weekagenda moet vaststellen dat er plotseling, buiten mij om, een nieuwe opdracht bijgekomen is. Toch weet ik zeker dat er op de eerstvolgende personeelsvergadering een agendapunt over deze spinners zal worden opgevoerd want er is veel voorspelbaar in dit beroep. En ja hoor, tijdens een pleinwacht zijn de eerste tekenen zichtbaar. Ik word gek van die spinners, tandenknarst collega A. Anders ik wel, stemt collega B in. Heb jij er geen last van, vragen ze tegelijkertijd aan mij. Nee hoor, houd ik dapper vol, al is het iets bezijden de waarheid. Hoofdschuddend wenden mijn collega’s zich weer tot elkaar. En dus bespreken we de spinners op de eerstvolgende vergadering. Het is niks voor kleuters, voert de onderbouw collega aan, ze raken ze kwijt, ze maken ruzie omdat ze vergeten zijn welke van hun is. Ik wil er van af! Ja, het ligt misschien aan mij, argumenteert een ander maar ik kan dus echt niet tegen dat geluid! Ach, zegt nummer drie, het is allemaal zo weer voorbij. Je kunt er reuze leuke rekensommen mee doen, voert de volgende aan. Ja maar ze zitten er dus mee op hun neus, op hun hoofd, het leidt geweldig af. We moeten er echt paal en perk aan stellen! Na enig heen en weer praten komen we tot een vergelijk. Er komt hier een paal en daar een perk maar we gaan het niet verbieden. Mooi, mooi, mooi. De volgende dag hebben een aantal leerlingen lichtgevende spinners mee. Ik word werkelijk horendol van al die lichtflitsen in het lokaal. Maar verbieden… nee, ik hou er niet van.

zaterdag 20 mei 2017

Column. Stille wateren.

Ties vertelt niet snel uit zichzelf een verhaal. Niet tegen de klas en niet tegen mij. Meestal neemt hij zijn moeder mee om het woord te doen. Als zijn moeder hem aanspoort om het zelf te vertellen aarzelt hij vaak lang. Het is dan ook een aangename verrassing als hij tijdens een wandelingetje van school naar een sporthal ineens naast me komt lopen en het woord neemt. Weet u dat ik vannacht om vier uur al naar Schiphol ga? Voor ik het weet vertelt hij ademloos over zijn plannen voor de vakantie. Het maakt niet uit dat ik intussen de groep twee keer een weg over laat steken en een keer flink tot de orde roep wegens gevaarlijk gedrag. Hij praat gewoon door. Na de vakantie blijkt dat deze woordenstroom beslist geen eenmalige actie was. Om half negen precies staat hij naast me om de klas te vertellen wat hij allemaal meegemaakt heeft. Hij is niet het enige stille water dat plotseling begint te stromen. Kathelijne is zo’n beetje het meest onopvallende meisje in de klas. Ze zal niet gauw toegeven dat ze het een en ander niet goed heeft begrepen, liever staart ze eindeloos in haar boek in de hoop op een wonder. Als ik echter een poppenkast in de ruimte naast het lokaal neerzet maak ik kennis met een hele andere kant van haar. Ineens staat ze in de pauze voor me met de vraag of zij binnen mag blijven om een verhaal in te oefenen. Ze heeft al iemand uitgekozen. Ik vind het goed. Na een week oefenen vraagt ze of de hele klas kan komen kijken. De hele klas, vraag ik verbaasd. Ja hoor, de hele klas. Als we binnen komen heeft ze alles klaar gezet. We kunnen zo gaan zitten. En dan begint het. Na een halve minuut zie ik het publiek verbaasde blikken uitwisselen. Wie zit daar in die poppenkast? Is dat Kathelijne? Ook ik kan het niet geloven en sluip zachtjes naderbij om een blik achter de poppenkast te kunnen werpen. Daar zit een onherkenbare Kathelijne vier poppen tegelijk te bespelen zonder de stemmetjes ook maar een keer door elkaar te halen. Het is topamusement. Topamusement is ook het woord dat de inhoud van de spreekbeurten van Ariane samenvat. Ariane is een heel rustig kind. Ze redt zichzelf goed, komt op de juiste momenten met een vraag en heeft altijd haar werk in orde. Totdat ze het tijd vindt om een spreekbeurt of een boekbespreking te geven. Dat doet ze zo graag dat ze zich vaak vrijwillig opgeeft. Als ze eenmaal op de hoge kruk voor de klas geklauterd is, ontpopt zich een groot verteller. Op precies het juiste moment springen de afbeeldingen die haar verhaal ondersteunen op het Digibord tevoorschijn. Ze kijkt niet eens achterom om te kijken of het wel goed gaat. Aimabel, goed geïnformeerd, boeiend, ze zou zo op achtjarige leeftijd een TED talk kunnen geven. En dan is Sacha er nog. Om Sacha maak ik me wel eens zorgen. Zo stil, zo tobberig met sommige lessen, zo in zichzelf gekeerd. Als ik vraag hoe het gaat, gaat het echter altijd goed. Sacha vraagt nooit aandacht behalve om te vragen of ze een klusje voor me mag doen. Die vraag heeft  een directe relatie met haar vriendelijke aard maar ook met het uitstellen van de grote klus waar ze mee bezig is. Op een dag zit ik ter voorbereiding van de muziekles zachtjes op mijn gitaar te spelen. Sacha legt een tekening op mijn bureau en kijkt me aan. Voor u, zegt ze lief, dan draait ze zich om en maakt zomaar uit het niets een sierlijk en blij dansje. 

vrijdag 5 mei 2017

Column. Werkdruk.

Er is veel te doen over de werkdruk in het onderwijs. Dat is niet voor het eerst. Eigenlijk begon het al in de jaren tachtig en negentig toen onderwijs vooral heel leuk moest zijn. Dat leidde tot schoolrommelmarkten op zaterdag, veel sportactiviteiten op woensdagmiddagen en veel aandacht voor workshops, disco’s, slaapfeestjes op school. De eerste jaren van deze eeuw kwam daar een reactie op toen scholen met missies, visies en onderwijsconcepten in de weer moesten om vooral onderscheidend te zijn. Hetgeen natuurlijk niet iedere school even goed afging. Onderscheid leidt als vanzelf tot winnaars en verliezers. De verliezers kwamen in de loop van de tijd hevig onder vuur te liggen toen de inspectie steeds hoger ging inzetten op de opbrengsten. Kortom: de werkdruk in het onderwijs heeft een directe relatie met een doordrammende samenleving en een steeds massaler leger aan beste stuurlui. Er is getracht de laatste jaren iets te doen aan die niet aflatende druk op leraren. Zo werden er taakuren ingesteld die ervoor moesten zorgen dat de taken eerlijk verdeeld werden zodat niemand boven een gestelde norm uitkwam. Dat hielp maar even. Als bleek dat er op deze wijze zaken bleven liggen die het bestuursleger van belang vond, ging het aantal uren dat voor een taak vastgesteld was rustig naar beneden. Op de pabo waar ik een tijdje werkte gingen deze uren zelfs brutaal door de helft. Ook moet je over een tamelijk pittig –wat zeurpieterig- karakter beschikken om steeds maar te roepen dat je aan je taks zit. Exit taakbeleid. Minder werken dan? Ik ken behoorlijk wat collega’s die daar uiteindelijk maar voor kozen. Ook als ze geen kinderen hadden. Tegenwoordig is 0,8 fte zelfs het nieuwe 1,0. Een ontwikkeling die te schandelijk is voor woorden. Bapo opnemen op je oude dag? In twee jaar tijd is er van mijn groot- bapo alleen de woensdagochtend over gebleven. Ik had eerst, inclusief de inmiddels afgeschafte ADV, anderhalve werkdag vrij. Minder sturen op de opbrengsten? De inspectie heeft aangegeven, op last van een meerderheid in de Tweede Kamer, een andere weg in te slaan. Dit geldt alleen voor scholen bij wie de opbrengsten in orde bevonden zijn. De focus van de inspectie is ook meer naar de besturen verschoven. De inspecteur of het bestuur in de klas…het maakt voor de werkdruk geen verschil. Dan Passend Onderwijs. De moeder aller werkdrukvermeerderaars. Niet alleen qua werk in de klas, ook qua besprekingen en administratie. Het is vrijwel niet mogelijk invloed uit te oefenen op deze logge, autocratische instantie. De directie dan?  Is die misschien gevoelig voor de stortvloed aan directieven die op de hoofden van hun personeel neerdwarrelt? O zeker. Maar hoe invoelend een directeur misschien wel mee willen denken, iemand die zelf niet meer voor de klas staat heeft altijd andere prioriteiten, wensen en verlangens. Verlangens die hij of zij kenbaar maakt op momenten dat jij al een hele dag voor de klas hebt gestaan.  De samenleving zelf dan? Overal vind je immers begrip voor de positie van de hedendaagse leraar…bij journalisten, bij ouders, bij politici. Allemaal nep, vrees ik. Er hoeft maar een misstand aan het licht te komen, pesten, sexting, meidenvenijn of de gratis lesprogramma’s zeilen de school binnen. Los op! Regel deze week nog! Nee collega’s, ik ben bang dat we alleen elkaar hebben. Maar dan moeten we wel even iets afspreken. In vervolg geen gezucht meer van: gaat Laura nu al naar huis? Doet Klaas wel genoeg? Wil Jannie al weer niet zus of zo? En ook geen opofferingsgezindheid meer aan de dag leggen: ach, dan doe ik dat wel. Geef niet hoor. Ik vind dat leuk. We trekken vanaf nu een lijn en die volgen we verbeten tegen alle druk in: dit is belangrijk dit schooljaar en dat niet. En we weten van geen wijken.

vrijdag 14 april 2017

Column. Weekheid.

Tygo is boos. Hij drukt zijn spiksplinternieuwe skateboard tegen zijn borst en vraagt voor de derde keer: waarom niet? Ik zucht. Omdat dat nu eenmaal een regel is hier op school. Geen wieltjes op het plein. Maar waarom dan juf? Je kunt vallen, je kunt tegen iemand op rijden, licht ik toe. Ja maar, ik kan het heel goed juf! Eerlijk gezegd doet dat er niet toe, zeg ik, de regel geldt voor iedereen. Ik ken Tygo niet als een dwars jongetje, dus ik ben er vrij zeker van dat hij mijn aarzeling bespeurd heeft. Mijn aarzeling of het wel in de haak is wat ik hier verdedig. Ik heb al mijn hele loopbaan een hekel aan al die veiligheidsvoorschriften voor kinderen. Het gaat tegen mijn natuur in en verloochent alles wat ik als vanzelf leerde toen ik klein was. Niet veel later bewonder ik het zakmes dat Jochem uit groep 8 aan mij laat zien. Het is een geweldig exemplaar. Ik zou er zo voor naar de winkel snellen. Wat een mogelijkheden! Naast mij hoor ik een collega naar adem happen. Het is een mes, zegt ze, hij heeft een mes mee naar school genomen! Het is een aardige jongen, zeg ik terwijl ik Jochem over zijn bol strijk, ik denk niet dat hij er vandaag iemand mee neersteekt. Dan loop ik geërgerd verder. Al die overdreven regelzucht heeft er onderhand voor gezorgd dat ik met mijn leesbril van +3 nog het druppeltje bloed niet kan zien waar veel van mijn leerlingen geschrokken mee aan komen lopen. Kijk, juf, bloed! Geknakte enkeltjes leiden regelmatig tot wekenlange uitval bij de gymnastieklessen. Om maar niet te spreken over al die tamelijk onbenullige verwondingen waarmee sommige ouders onmiddellijk de dokter frequenteren en de hele samenleving op kosten jagen. Mijn eigen jeugd lijkt door al die overdreven zorg een duistere episode uit een ver verleden. Ja ik viel. Hard en bloederig. Ook reed ik op mijn wieltjes wel eens tegen iemand aan. Ik sloeg over de kop met mijn fiets, viel keihard uit de ringen, kon weken niet goed zitten vanwege een gekneusd staartbeentje. Niemand vond dat noemenswaardig erg voor me. Niemand stelde maatregelen voor om een en ander veiliger te maken. Erger: ik was vaak compleet uit beeld bij mijn moeder. Ik kon al wel uren dood of op zijn minst verdwenen zijn voor  haar een licht op ging. En was het nou zo veilig in het dorp waar ik opgroeide? Welnee. Ouders zijn angstvalliger geworden. En dus leraren ook. Maar ik heb de strijd tegen deze angstvalligheid allang verloren: bomen klimmen, uit het wandrek zwaaien, het leren maken van een salto, het is uit mijn lessen verdwenen. De angst regeert. Elke leerling die boos het schoolplein afloopt is in gedachten meteen verongelukt of  voorgoed verdwenen. Elke hevige smak op het plein zorgt voor het opnieuw bekijken van de veiligheidsregels. En wat krijg je ervan: watjes, huilebalken, kinderen die voor alles bang zijn, die risico’s niet goed leren inschatten. Die niet leren hoe hoog of hoe diep iets is en dus ernstiger verwond kunnen worden dan wanneer ze naar hartenlust hadden kunnen oefenen. Vooral op harde ondergrond. Er is nu zelfs een landelijke campagne nodig om al deze weekheid te keren. Expertisecentrum VeiligheidNL heeft aan de bel getrokken en er voor gepleit het weer precies te doen zoals het vroeger ging: laat kinderen rennen, skaten en in bomen klimmen. Hou eens op met dit gepamper. Fantastisch initiatief! Ik ga weer onmiddellijk over die bomen, skaten en zakmessen beginnen op school. Onlangs had ik mijzelf buiten gesloten en zag ik me genoodzaakt over een tamelijk hoog hek te klimmen. Tot mijn plezier wist mijn lichaam nog precies hoe je dat snel en goed moet doen. Kijk, dat heb je nou aan een jeugd zoals de mijne!

vrijdag 31 maart 2017

Column. Lolletje

Ze praat zo zachtjes dat ik mij onwillekeurig steeds verder naar haar toe buig. Ze springen soms zo maar op mijn rug bij de kapstok, vertelt ze, en soms denk ik dat ze me uitlachen want dan kijken ze zo lacherig. Haar wangen zijn donkerrood geworden tijdens deze ontboezeming. Liever had ze het niet verteld maar ik had flink aangedrongen. Wie doen dat?  Anne noemt vier namen. Ik loop het plein op en roep Tim bij me. Ik wil even met je praten over Anne.  Ik weet het al, ik weet het al, roept hij meteen, ik zag dat Sam op haar rug sprong en dat ze dat niet leuk vond. Dat doet hij ook bij mij maar mij maakt het nooit uit. O, en weet u juf… Sharon vond het gisteren leuk dat Anne een onvoldoende voor haar spelling had. De beschuldigingen buitelen over elkaar heen. Hij hijgt ervan. Ik laat even een stilte vallen. Jouw naam is ook gevallen, zeg ik dan. Tim kijkt me wanhopig aan. Mijn naam? Ik doe echt niks hoor. Maar weet u wat? Ik zal haar wel helpen in het vervolg. Is dat goed juf, vindt u dat een goed idee? Hij durft me niet goed aan te kijken. Ik knik. Dan zoek ik Sharon op. Het gaat over Anne, zeg ik. Nou dat verbaast Sharon niks. Ja, ze lacht wel eens om  Anne maar ach, ze lacht ook wel eens om anderen en anderen lachen ook wel eens om haar. Het hoort er gewoon bij. Het is voor de grap. Weet u wat het is juf, zegt ze samenzweerderig, Anne kan eerlijk gezegd nergens tegen. Ze is meteen bang of een beetje boos. Maar goed, ik houd er wel mee op hoor. Geen probleem juf. Ook de derde aangeklaagde, Thomas, weet zeker dat Anne zelf een hoofdrol speelt in het veroorzaken van haar leed. Dan doen we gewoon even een lolletje bij elkaar juf en dan kijkt ze meteen heel erg bang en zo. Terwijl het niks voorstelt. Zegt ze ook ‘stop’, vraag ik langs mijn neus weg. Thomas kijkt peinzend voor zich uit. Ja, nu u het vraagt… maar, relativeert hij, dat zegt ze veel te snel, we zijn nog maar net begonnen en dan zegt zij alweer stop. En vind je dat een reden om gewoon door te gaan, informeer ik. Nu moet Thomas nog langer nadenken. Ehm, nee eigenlijk niet, besluit hij plechtig. In de verte komt Daria met ferme pas op me aflopen. U wilt mij zeker ook spreken juf? Ze zet nog net haar handen niet in haar zij als ze voor me staat. Je hebt begrepen waar het over gaat Daria? Ja, het gaat over Anne maar dat ligt toch allemaal echt aan Anne zelf hoor juf. Ze kan echt niks hebben, ze is meteen in tranen. Maar waarom houd je daar dan geen rekening mee, vraag ik. Omdat…omdat… Daria staat even op het verkeerde been. Ja waarom eigenlijk niet? Dan haalt ze diep adem en kijkt me plotseling met een hele andere blik in haar ogen aan. Omdat het zo gemakkelijk is juf. Dan kan ik het gewoon niet laten. Maar ik ga ermee stoppen hoor, voegt ze er onmiddellijk aan toe. We beloven het, he jongens? Ze sloffen bij me weg.  Even later zie ik ze samen overleggen. Tien minuten na schooltijd komt Anne de klas in. Het viertal loopt om haar heen alsof ze een kroongetuige is die streng bewaakt moet worden. O, daar is je tas Anne! Zal ik ‘um voor je dragen…nee, laat mij het maar doen. Daria zoekt mijn blik. We beschermen haar nu juf, zegt ze stralend. Dat is mooi, zeg ik. Als ze weg zijn vraag ik me nog een tijdje af tegen wie of wat ze haar eigenlijk beschermen.

vrijdag 17 maart 2017

Column. Ontsla me maar

Ik zou het allang eens over het Lerarenregister moeten hebben op deze plaats. En over Onderwijs2032. Het enige dat ik tot nu toe gedaan heb is de vogel Bisbisbis op de bedenkers afsturen. Dat is wat summier alsmede wat weinig inhoudelijk en genuanceerd. Maar dat heeft een reden. Het zit zo: ik ben onlangs volkomen verweesd achter gebleven op school. Zat ik een jaar geleden nog tussen een grote groep leeftijdsgenoten, nu zit ik kalm te verkommeren in mijn eentje. Ze zijn weg, de eind vijftigers, de zestigers. Foetsie. Er zijn jonge collega's voor in de plaats gekomen. 23 jaar, 28 jaar ...hier en daar loopt nog een veertiger en een prille deeltijd vijftiger maar verder ben ik alleen. Het is gek maar ineens zie ik de grijze haren, de rimpels en die afzichtelijke plooien in mijn hals ook beter als ik in de spiegel kijk. En ik klink hol en een beetje meelijwekkend met mijn verhalen over vroeger toen we nog dit en dat en zus-en-me-zo deden. Ha, dat waren nog eens tijden, dik ik aan, toen lieten we ons niet door al die hele en halve opperhoofden alle kanten op sturen. Ik zie ze rekenen de lieverds...want aardig zijn ze...mijn nieuwe collega's met hun jonge enthousiasme en hun frisse energie, ik zie ze dus rekenen, was het nu net voor of na de oorlog? De koude oorlog, roep ik dan, ik ben van de koude oorlog, maar dat helpt niet veel. Het was gewoon lang geleden, heel lang geleden. Dus besluit ik ze dan maar eens met de neus op de feiten te drukken, zoals we dat vroeger deden, gewoon koude feiten: hebben jullie wel eens naar dat lerarenregister gekeken, vroeg ik langs mijn neus weg. Gewoon gekeken, beetje scrollen en zo, kijken of het je wat lijkt. Nee dat hadden ze niet. Nou dat moeten jullie dan maar eens snel doen, drong ik aan met de snerpende stem van buurman Boordevol (die ze natuurlijk ook nergens van kennen want die verscheen op tv  in de jaren zestig). Maar dat deden ze niet. Niemand. Je moet echt kijken hoor, riep ik opruiend, je moet straks ontzettend veel verplicht doen wat je anders misschien vrijwillig gedaan had. Dus verzet je! Het kan nu nog. Je hebt er de rest van je loopbaan mee te maken. Maar er gebeurde niks. Want verzet... zooo jaren zeventig. Anti dit en anti dat… suf hoor. Ze waren veel te druk voor verzet. De rapporten moeten klaar. De schriften nagekeken. Niemand kwam ook maar een beetje in beweging. Dan moet iedereen het zelf maar weten, dacht ik terwijl ik bezadigd oud en wijs achterover ging hangen. Er moet toch een keer een eind komen aan mijn loopbaan en als ik op de regering moet wachten dan gebeurt dat nooit. Ik kan er wel mee leven om in 2026 ontslagen te worden want registreren…ik peins er niet over. En zo kwam het dat ik besloot ook de discussie rond onderwijs2032 aan mij voorbij te laten gaan. In andere tijden zou ik me kwaad gemaakt hebben over weer zo’n loos plan. Op Twitter vielen veel twitteraars over elkaar heen van verontwaardiging over het al dat niet opnieuw ontbreken van draagvlak voor deze zoveelste blauwdruk voor beter onderwijs maar ik dacht alleen: dood. In 2032 ben ik dood of op zijn minst zieltogend. En dat is ook goed hoor. Iedereen gaat een keer dood. Maar om nu mijn gezonde, fitte jaren door te brengen met mopperen over een plan dat ik niet meer mee zal maken.....ik had er geen zin in. Liever breng ik mijn laatste jaren voor de klas door met leuke lessen, aantrekkelijke projecten en cursussen die ik geheel en al vanuit intrinsieke motivatie wil volgen. Ik behoor nu tot de generatie die verdwijnt, kalm verkommerend, spiegels vermijdend.