dinsdag 7 januari 2020

Column. Controle

Ik ben soms mijn eigen grootste vijand. Vooral op dagen dat ik mijzelf weer eens wijs heb gemaakt  dat de wereld maakbaar is. Dan schrijf ik het bord vol met consciëntieuze doelen, leg ik alles wat ik nodig denk te hebben in de juiste volgorde klaar, zoek ik op het Digibord vast alle lessen van de dag op en sta ik precies op tijd klaar om mijn leerlingen een hand te geven. Deze juf heeft alles onder controle. En dan komt er ineens de klad in. Eerst langzaam.. de moeder van Lars wil persé iets vertellen wat Heel Belangrijk is, de conciërge komt met de telefoon over iets dat Niet Kan Wachten, Tim en Zoran rollen met verhitte hoofden over de gang. Vervolgens zet de neergang in: er hapert iets bij de begeleiding van het Voortgezet Lezen, de WiFi valt uit, het Digibord wil niet meer voor of achteruit. En voor ik het weet verslindt de waan van de dag mijn hele effectieve planning met huid en haar. Qua haperingen kan ik er trouwens zelf ook wat van. Zo kan ik bijvoorbeeld rustig de komst van de schoolfotograaf vergeten hebben. Erg slim is dat niet want ik had haar komst goed kunnen aflezen aan al die net te strak getrokken scheidingen in het haar en de veel te uitvoerig opgemaakte kapsels maar de doelgerichtheid van een goede lesvoorbereiding benam mij het zicht op dat wat overduidelijk voor mijn neus lag. Ook de binnenkomst van een onderwijsassistent kan mij geheel overvallen. Wat? Nu? Ja het is dinsdag, ik kom voor de rekengroep. O ja. En daar gaat het groepje rekenaars dat de instructie die ik net had willen geven eigenlijk niet kan missen. Het kan ook zijn dat een deel van groep vijf bij de rekenles de voorkennis over ‘het aanvullen tot het volgende tiental’ helemaal kwijt is. Gisteren ging het nog prima maar vandaag is het weg. Mijn mooie doel ging  over honderdtallen. O, ze zien wel aan me dat ik dit verloop van de les niet in gedachten had: die net iets te ongeduldige toon, die lichte wanhoop in mijn stem. Nou ja vooruit dan maar, zeg ik, dan maar een stapje terug. Terug? In sommige ogen is paniek zichtbaar, andere leerlingen krijgen een bezweet neusje of besluiten naar de wc te glippen. Wie wil er nou terug? De les duurt te lang. De combinatiegroep is allang aan de beurt voor de les die staat te wachten in de taakbalk van het Digibord. Met enige weemoed kijk naar mijn keurige doelenbord. De werkelijkheid laat zich niet zo snel in een model gieten. ‘De landkaart is niet het gebied’, concludeerde Alfred Korzybski, grondlegger van de Algemene Semantiek, al. Nee vertel mij wat, denk ik, terwijl ik het bord uitveeg.






dinsdag 3 december 2019

Column. Betrapt.

Naast me staat Marek. Hij legt het mapje met werk dat hij tijdens de lessen ‘werken aan de weekagenda’ gemaakt heeft, voor me neer. Ik controleer de inhoud. Hij wiebelt van zijn ene voet op de andere en zijn wangen zijn wat rood. Redenen voor een doorgewinterde juf om goed op te letten. Dus blader ik aandachtig door de map en kijk het zorgvuldig na. Bij het rekenwerk zie al in de eerste rij dat er niets van klopt. Het werk ziet er keurig uit maar de meeste antwoorden kloppen niet al zitten ze dicht tegen het juiste antwoord aan. Het is allemaal nogal geslepen gedaan en dat is des te onbegrijpelijker omdat Marek goed kan rekenen. Waarom heb je dit gedaan, vraag ik. Hij kijkt me uitdrukkingsloos aan. Ik herhaal de vraag. Het antwoord blijft opnieuw uit. Hij  draait zich zelfs half van mij af. Had je geen zin? Nee, zegt hij. In zijn ogen is geen enkel teken van verantwoordelijkheid, schuld of schaamte zichtbaar. Hij lijkt alleen te balen van het feit dat ik het ontdekt heb. Ik ken deze jongen niet, stel ik verward vast, al zit hij al tijden pal voor mijn neus. Ik heb in deze groep een paar notoire druktemakertjes succesvol in een groepje geïntegreerd maar met Marek maak ik geen noemenswaardige vorderingen. Steeds opnieuw moet ik hem zijn tafel apart laten schuiven omdat hij iedereen van het werk houdt. Niemand houdt het lang naast hem vol. Al zijn handelingen spelen zich in stilte af maar zijn uiterst irritant voor zijn omgeving, hij zoekt onophoudelijk contact: met zijn voet, met clowneske gebaren of door letterlijk de mouw van de buurman vast te pakken en daar steeds opnieuw aan te trekken. Ben ik niet leuk? Ben ik niet grappig? Kijk mij eens gek doen! Het helpt niet als zijn groepsgenootjes boos worden, of wanhopig of domweg bot de andere kant op staren. Zij hebben net zoveel moeite met het begrijpen van zijn gedrag als ik. Alleen hebben ze vaak wel wat meer geduld. Het wordt hem allemaal snel vergeven. Hij is beslist niet eenzaam en wordt nooit buitengesloten. Er valt alleen niet naast te zitten. Dat hij het Nederlands maar matig beheerst is ongetwijfeld deel van het probleem. Het verklaart echter niet alles. Er zitten meer leerlingen in de klas die in een diep gat tussen twee talen zijn gevallen maar die gedragen zich echt niet zo. Bij Marek speelt nog iets anders. Iets dat ik niet doorgronden kan. Hij is trots op zijn rekenresultaten maar niet trots genoeg om het werk naar behoren te maken. Ik wil dat je alles verbeterd, zeg ik boos. Hij knikt. Na 10 minuten ligt het op mijn bureau. Er zit geen fout antwoord tussen.

zaterdag 2 november 2019

Column. Slordig

Ik word soms een beetje vergeetachtig. Zo weet ik regelmatig niet meer in welke map ik iets moet bijhouden. Zorgmap hier, groepsmap daar, Parnassys op de computer, ik haal de hele boel door elkaar. In verband met de privacy moet ik ook nog het een en ander achter slot en grendel opbergen zodat ik regelmatig verwoed op zoek moet naar de sleutel die mijn collega kwijt gemaakt heeft. Althans dat denk ik, maar het kan ook zijn dat ik het zelf gedaan heb want dat ben ik dus vergeten. Vanwege de doorgaande lijn, de effectiviteit en de strenge ogen van de grote groep toezichthouders die achterin mijn klas op een denkbeeldige sofa hebben plaatsgenomen word ik geacht dagelijks bij te houden welk moeizaam lerend dan wel vreedzaam suffend lieverdje mijn doordachte en zeer effectieve instructie andermaal niet begrepen heeft. Gek genoeg hoor ik die bevindingen bij te houden in de map die voor de hele goegemeente zichtbaar op het bureau ligt. Zodat de schoonmaakster er elke dag een blik op kan werpen. Een van die toezichthouders adviseerde mij ooit eens om mijn observaties een beetje slordig te administreren. Sterker...het zou mij zelfs sieren als ik het waargenomene schots en scheef in de map zou pennen. Het getuigt immers van een grote toewijding om al slippend halt te houden bij het bureau om vliegensvlug te noteren dat Bart-Jan, Mila en Sam ander maal tobberig naar hun lege wisbordjes hebben zitten staren. En dus trek ik dagelijks sprintjes naar het bureau om maar geen tijd verloren te laten gaan. Tijd verloren laten gaan, stel je voor! Ik kalk hier en daar wat neer over de opbrengst van de les: bij de tafel van 6  halen Lars en Sjors alles door elkaar, bij het opzeggen van het alfabet hakkelen Stef en Luuk er maar wat op los. Daarna trek ik woeste pijlen van links naar rechts om geschikte momenten voor verlengde instructies aan te wijzen. Het kost me soms heel wat moeite om zo artistiekerig te kliederen want van nature ben ik nogal netjes maar ik maak deel uit van een lerende organisatie dus vooruit met die geit. Vooral in Parnassys ben ik regelmatig de weg kwijt. Er zijn schier oneindige mogelijkheden om het een en ander vast te leggen. Elke keer als ik door dit notitie-doolhof dwaal, denk ik: zou iemand dit ooit nog eens nalezen? En als dat zo is, wordt er dan één zode mee aan de dijk gezet? Ik hoop van wel maar denk van niet. Al dat administreren is allemaal gebaseerd op de aanname dat in dit leven alles ergens vandaan komt en altijd ergens naar toe moet. Opwaarts zullen wij gaan. Soms gaan we dat ook. Vaak ook niet.

maandag 30 september 2019

Column. Ravage

Het speet me niks dat het een na het andere gezin de camping verliet omdat in andere regio’s de scholen weer begonnen, ik heb het namelijk niet zo op kinderen in de vakantie. Het betekende wel dat ik nu tussen de bejaarden zat. Lekker rustig, dacht ik aanvankelijk. Dan kan ik eens doorlezen in plaats van steeds mijn benen op te moeten tillen voor een langsscheurend fietsje of verschrikt op te kijken vanwege onverwacht gekrijs. Maar al snel zag ik wat het eigenlijk betekende om bejaard vakantie te vieren op een camping: traag op gang komen, precies om twaalf uur op de fiets stappen, puffend terugkomen met heldhaftige verhalen over de afstand die afgelegd is. Helemaal naar Raalte mijnheer? Ja helemaal naar Raalte mevrouw. En vervolgens allemaal gezellig tegelijk eten  met de pannen op tafel. Ik besloot dat ik er nog lang niet aan toe was om hier deel van uit te maken en spoedde me naar school. Onbekommerd, opgelucht en vastbesloten alleen nog maar bejaard te zijn op papier. Die opluchting verdween als sneeuw voor de zon toen ik de ravage aanschouwde die het schoonmaken van de vloeren ieder jaar met zich mee brengt. Kennelijk ben ik in staat om keer op keer te vergeten hoe erg het elk jaar weer is. Goed, tien jaar geleden was het erger, toen zat ik geen enkel systeem in de aanpak het schoonmaakbedrijf en waren alle stoelen, tafels en kasten lukraak terug gezet zodat we het schooljaar vrolijk begonnen met elkaar snibbig toe te spreken: je hebt mijn kast! Nee hoor, hoe kom je daarbij. Maar ik had helemaal niet zo’n gammel geval als nu in mijn klas staat! Zeg waarom heb je eigenlijk mijn plant gepakt? O, ik dacht dat ie van niemand was, hij stond in het kamertje. Dat is nu niet meer zo. De spullen zijn niet door elkaar geraakt maar wel torenhoog opgestapeld en we worden geacht dat terug te zetten met een team van alleen maar vrouwen. En terwijl ik daar stond te slepen, te trekken, te duwen en te tillen (zodat de vloer in een ommezien weer de oude vertrouwde aanblik bood vanwege dit gezeul) vroeg ik mij af: bij welk beroep gebeurt dit nog meer? Waar zet het personeel zelf de bureau’s en de kasten terug na een schoonmaak. Waarom accepteren we dit toch allemaal zo makkelijk? Na dagen slepen werd ik in het weekeind wakker met hevige spierpijn en een oververmoeid lijf en verlangde ik hevig terug naar de rust op de camping. Ik wilde naar Raalte. Jazeker. He-le-maal naar Raalte. Op identieke fietsen. En dan ‘s avonds gezellig met de pannen op tafel.

dinsdag 3 september 2019

Column. Oud

Het is erg aan te bevelen om oud te worden in dit vak. Zelfs de grootouders van mijn leerlingen zijn tegenwoordig een stuk jonger dan ik en dat gegeven biedt beslist nieuwe handelingsmogelijkheden. Het zijn namelijk op mijn leeftijd allemaal (voormalige) leerlingen geworden. Dus adviseer ik de ene keer een ouder moederlijk: het is niet handig om zo boos binnen te komen mevrouw de Wit, voor u het weet krijgt u niets meer voor elkaar bij mij. De andere keer sla ik mijn armen over elkaar op een wijze die ik voorheen niet voor mogelijk hield: als u echt denkt dat dit waar is mijnheer Bakker moet u beslist een klacht indienen. Dus loop maar door naar de directeur. Misschien moet u ook nog even langs het bestuur en de burgemeester! Daar waar ik vroeger nog wel eens voor de gevolgen van irrationeel opererende ouders vreesde, trek ik nu een dikke streep. Tot hier en niet verder. Al dat gedoe komt na al die jaren ook allemaal veel minder hard binnen. Grappig genoeg trek ik ook steeds meer een streep onder mijn eigen gedrag. Waarom steeds narrig worden over hetzelfde? Dus toen de intern begeleider mijn lokaal binnen stapte op het moment dat er een grootscheepse interne verhuizing van start zou gaan en ze een stapeltje gele post-it briefjes op mijn bureau legde, bleef ik doodkalm zitten. Ze vroeg of ik voor 12 uur nog even een aantal ‘successen’ van het vorige schooljaar en ‘kansen’ voor het nieuwe schooljaar op wilde schrijven zodat zij haar werkzaamheden af kon ronden. Een jongere versie van mij zou haar beslist duidelijk gemaakt hebben dat het raadzaam was om snel met succes het lokaal te verlaten aangezien ze de kans liep de post-it briefjes op haar hoofd terug te vinden. Maar tot mijn verbazing deed ik niets van dit alles. Ik pakte de gele papiertjes rustig aan en pende ze achter elkaar vol. Een beetje obligaat weliswaar en met de diepgang van een platbodem, de horden tafelverhuizers en kasten-uitruimers rammelden al aan de poort, maar ik deed het. Per slot moet zij ook haar werk doen. Kortom, ik laat mezelf om de haverklap versteld staan nu ik oud word in dit vak. Ik kan het dan ook iedereen aanraden om het flink vol te houden. Het wordt op deze manier beslist leuker. Nou ja..een reactie blijft helaas hetzelfde: verhuizen met groep 3 is het allerergste dat bestaat. Niks horen ze. Niks brengen ze. Chaotisch dribbelen ze van het kastje naar de muur en verdiepen ze zich alleen in de bijzaken. Honderd keer moet je hetzelfde vragen en nog blijven die laatjes vol. Ik beschik nog steeds maar over een antwoord op dit gedrag: dikke wanhoop.

donderdag 4 juli 2019

Column. Wonderlijk.

Het is prachtig om te zien. Vooral omdat het zo groot in beeld komt op het scherm. De leerlingen kijken er doodstil na. Gefascineerd zien we hoe een doodgewoon rupsje, zo eentje die regelmatig met boomblaadjes en al de klas ingesleept wordt, zich ontpopt in een prachtige vlinder. Ah….klinkt het het hier en daar vertederd. De mond van Dave valt zelfs even open. Dan zie ik Tara. Ze gaapt, rekt zich uit en kijkt verveeld naar buiten. Tara, let eens op, gebied ik. De klas schrikt op. De betovering is verbroken. Ik heb er meteen spijt van. Het is een Pavlov reactie, ik zou beter kunnen doen alsof ik het niet gezien heb. Maar ik vind het zo wonderlijk. Je bent 7, ziet zoiets moois en je gaapt..je gaapt!  Maar verwondering laat zich niet op commando oproepen. Dat zou ik nou eens moeten weten. Wonderlijk is ook het eerste woord dat me te binnen schiet als ik naar het gedrag van Dave en Donnie kijk. Uit een sociogram blijkt dat ze geen connectie hebben met de rest van de klas. Het is niet moeilijk om te zien waarom dat zo is. Dave en Donnie zitten opgesloten in een wereld die alleen zij zijzelf kennen. Een vrolijke, kleurrijke wereld maar voor invloed van buiten is niet veel plaats en autoriteit wordt maar moeizaam erkend. Het heeft even geduurd voor ik dit doorhad want het zijn slimme knaapjes met lieve toetjes en echt tarten doen ze me nooit. O jee moet dit werk af dan? Vandaag nog? Goh, helemaal niet gehoord. Oh, hadden we eigenlijk moeten rekenen…echt? Er zit niets anders op dan hardnekkig in beeld staan. Deze inbreuk in hun dromerige, eigenzinnige en ondoorgrondelijke wereldje is een grote schrik voor beiden. Tranen wellen op, beloftes worden gedaan maar beklijven doet het amper. Ik ben een hinderpaal en wordt doorlopend stilletjes ondermijnd. Maar de eerste plaats voor wonderlijk gedrag is toch voor Lars. Lars heeft namelijk nooit wat gedaan. Ook niet als we zojuist met ons vierentwintigen gezien hebben dat hij wel wat gedaan heeft. Pardoes. Voor onze neus. Hij kan er echter niet over uit dat hij tegengesproken wordt en blaast zich op terwijl een repeterend ‘niet waar’ ons om de oren vliegt. En daar zitten we dan met ons allen. Licht verbijsterd, lacherig maar toch ook wel resoluut: geef nou maar toe. We zagen het zelf. Maar nee, daar laait de wanhoop over deze vermeend onterechte beschuldiging weer huizenhoog op. ‘Ik deed dat niet’. Ga maar aan het werk, maan ik de klas. Dan wacht ik vijf minuten. Was je het? ‘Een beetje juf’. Nog eens vijf minuten later. Had je het gedaan? ‘ Ja juf’.

maandag 3 juni 2019

Column. Woorden.

Er wervelt een nieuwe hype over de scholen: maak leren zichtbaar. Sindsdien tuimelen de woorden van alle muren in de klaslokalen. Er worden monsterlijk grote whiteboards opgehangen, vele taal posters besteld en ingelijst en vanzelfsprekend  wordt er ook veel zelf geknutseld en geplastificeerd want dat we leerkrachten zijn dat zullen we weten. Om maar zoveel mogelijk woorden op die whiteboards kwijt te kunnen worden ze met tape in kleine vakken verdeeld. Deze vakken worden vervolgens helemaal volgeschreven en daar waar de zijkant onherroepelijk in beeld dreigt te komen golft het geschrevene vaak naar beneden want het is ondenkbaar dat men zich bij het zichtbaar maken zou beperken. Wellicht gaat er anders een heel Belangrijk Woord verloren. Er zijn databorden,lesdoelenborden, kanjerregelsborden, leesmeterkaarten, schrijfstapborden,  leessleutelborden, kaarten met spellingsregels. Borden voor succeservaringen, motivatiemeters, hoe-voel-ik-mij-vandaag en ..jawel..hier is ‘tie weer: borden voor eigenaarschap. Ook worden er tips opgehangen voor zelfevaluatie en wat-doe-ik-als-ik-vastloop. Je hoeft maar even wat rond te klikken op Pinterest of je stuit al op een wildgroei van woorden..want na verloop van tijd is het alleen nog maar dit: een verzameling lidwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, zelfstandige naamwoorden en  werkwoorden. Bij zo’n overvloed gaat de betekenis verloren. Alexander Pope schreef: ‘Woorden zijn als bladeren en waar ze het dichtst groeien, treft men er zelden veel vruchten van verstand onder aan’. En zo is het. Wat moeten onze leerlingen ermee? Maken we onszelf niet maar wat wijs met al die holpraat die doelgerichtheid suggereert maar chaos bewerkstelligt. Waar moeten die kinderen het eerst kijken, en hoe vaak en wanneer? Je hangt het hele lokaal vol met taal en denkt dat er geleerd wordt. Er wordt een doorgaande lijn gecreëerd die niks betekent. Die hooguit wat niets in de leegte giet. Het Ergste Bord dat ik tegen kwam was het complimentenbord: geef ieder  kind minstens een compliment en kruis dit aan, stond er plompverloren, kruis ook aan van wie je nog geen compliment ontvangen hebt. (Zeg Anne, je hebt me nog geen compliment gegeven. Mooie broek Kim. Dank je, dan kan ik een kruisje zetten.) Nee, met zoveel kunstmatigheid komt het wel goed met de wereld. Want wat is de uitkomst? Holle vriendelijkheid. Maar ik geef het toe, je kunt het als doel aanmerken. En aan alle doelen, hoe mal ook, kun je een doorgaande lijn verbinden en die dan fijn gaan monitoren, bewaken en protocolleren. En dat is natuurlijk een zegen voor derden. Zij die hun geld verdienen met deze taken kunnen nu heel mooi alles in kaart brengen vanuit hun positie achter in de klas. Zij kunnen heel veel woorden verzamelen: bemoedigende, strenge, dolende en lukrake en die ‘borgen’ in dossiers. Opdat wij ons ontwikkelen, zowel als eigenaar als in gezamenlijkheid. Heel doelmatig, in opwaartse lijn, tot in de eeuwigheid.