Op vrijdagmiddag komt Jasmine blij het lokaal in. Ik ben er weer juf! Ze zet een doos met snoepjes op mijn bureau. Voor bij de film, zegt ze stralend. Jasmine is sinds maandagochtend ziek geweest. Halverwege de citotoets Rekenen was ze vertrokken. Halsoverkop. Tjonge dat is goed getimed, denk ik onwillekeurig. Even later schaam ik mij voor die gedachte. Zou een kind van acht tot zo’n actie in staat zijn? Ik ben erg blij dat ik er weer ben juf, ik verheug me erg op de film! De film is een beloning. Een beloning omdat er een eind is gekomen aan al die citotoetsen. Het is ook een beloning voor mezelf. Dit deel zit er immers ook voor mij op. Januari is geen favoriete maand van mij. Het intensief toetsen van leerlingen hoort inmiddels onmiskenbaar bij dit vak maar vormt desalniettemin geen hoogtepunt in mijn leven. Vooral in een combinatieklas is het een logistieke nachtmerrie. Het bureau ligt in de toetsweken bezaaid met lijstjes: Rekentoets Tim niet af. Begrijpend Lezen: Anna deel 1 niet af, Yvette deel 2. Spelling Sem: onduidelijk ingevuld. Britt: in de war geraakt bij tweede deel. Uitzoeken! Caitlin: rekentoets E4 bij Interne Begeleider maken: niet vergeten! Christa: meer tijd nemen bij de Avi-toets. En ja…er zou een verbod op ziek worden moeten zijn in deze weken. Echt ziek, half ziek, ingebeeld ziek. Kan even niet mensen. Stuur die kinderen naar school. Anders komt er nooit een eind aan dit gedoe. Nu ik er zo over nadenk: februari is eigenlijk ook geen favoriete maand van mij. In die maand rollen de uitslagen van de citotoetsen uit het kopieerapparaat en raak ik er van overtuigd dat ik mijn diploma ooit eens naast een prullenbak moet hebben gevonden. Jee, wat een tegenvaller bij rekenen in groep 6. Tjonge wat heeft Britt een slechte uitslagen. Somberheid troef. Tot ik een analyse maak van alle gegevens en zie dat er niet zoveel nieuws is onder de zon. De rekentoets in groep 6 zet vrijwel elk jaar een vrije val in, later in het jaar trekt dat weer bij. Bij Spelling zijn sommige leerlingen zo doordrongen van het feit dat ze de spellingscategorieën moeten toepassen dat het gedrochtelijke antwoorden als reddden, gehaaktte en reuiken oplevert. Zo sneu. Bij Begrijpend Lezen in groep 5 wordt er waarschijnlijk ineens teveel gevraagd van achtjarigen die op zoek moeten naar antwoorden op akelige vragen als: wat kan in regel 3 het best op de opengevallen plaats staan of welke titel is het meest geschikt boven het verhaal. De Woordenschat toets is helemaal een draak omdat er at random naar woordbetekenissen wordt gevraagd. Ik geef zeker twee woordenschatlessen per week aan mijn leerlingen, alleen zijn het net deze woorden niet. Zijn er scholen die deze woorden inoefenen? Ik kan het bijna begrijpen. Bijna….want als je eenmaal begint de voorwaarden waaronder toetsen gemaakt worden te verzachten dan is het eind zoek. Voor je het weet lees je de teksten voor bij Begrijpend Lezen en even later ook de vragen, benoem je de onderhavige spellingscategorie bij de spellingstoetsen uitgebreid en loop je rond bij de rekentoetsen om terloops even op een rekenstrategietje hier en daar te wijzen. Er zijn veel manieren om een en ander te beïnvloeden en de verleiding is groot vanwege alle aandacht die de inspectie heeft voor deze resultaten maar het beste is toch echt om je verre van dit soort praktijken te houden en eventuele bloedbaden in de uitslagen maar voor lief te nemen. Februari eindigt doorgaans in een waar pandemonium vanwege de 24 groepsplannen en 26 tienminutengesprekken die voortkomen uit al dit toetsen. Maar als het allemaal voorbij is breekt maart aan. Maart is een favoriete maand van mij.
vrijdag 10 februari 2017
vrijdag 27 januari 2017
Column. Koffie.
Soms moeten we op school even op zoek naar de kluts. Dat is verklaarbaar want onze oude directeur is vertrokken, de nieuwe laat nog even op zich wachten en de interim-directeur heeft maar een beperkt aantal dagen tot haar beschikking om ons de weg te wijzen. En dan kan het maar zo zijn dat we ineens die weg even kwijt zijn. Zo kunnen we bijvoorbeeld de meter niet op laten nemen omdat niemand weet waar die meter zit. We hebben weliswaar nog wat vruchteloos heen en weer gesjokt en hier en daar wat deuren geopend maar de meter is niet getraceerd. Ook hebben we al eens op het allerlaatste moment en met een noodvaart de containers aan de weg gezet en met angst en beven afgewacht of ze wel meegenomen zouden worden omdat de deksels vrijwel rechtovereind stonden. En de koffie is steeds op. Dat is nog wel het ergste van een bestaan zonder vaste directeur. De dag beginnen zonder koffie. Nooit geweten dat een directeur daar ook zorg voor draagt. Ook roept er wel eens een collega dat er nu toch snel vergaderd moet worden. Vaak zijn dat jongere collega’s. Zij hebben geen idee hoe heerlijk zo’n nagenoeg vergaderloos tijdperk is en hoe weinig dit voorkomt in het bestaan van de gemiddelde onderwijzer. Moeten we niet eens bespreken…zullen we dan aanstaande dinsdag eens een keer…is er al nagedacht over… . en dan moet er dus een beslissing genomen worden. Alsmede een agenda worden opgesteld. En dan stokt de besluitvorming. Dan volgt er een voorstel tot het nemen van een beslissing of een voorzet tot een voorstel over het nemen van een beslissing. En daar blijft het bij. Kunnen we niet beter wachten, zo urgent is het toch niet, klinkt het vervolgens. Ja, ik kan niet op z’n korte termijn hoor, ik moet met mijn oude moedertje naar de dokter. Ik heb een bespreking, die staat al weken in mijn agenda. Ik heb geen oppas. Exit voorstel tot vergadering. Naarmate we langer op ons zelf aangewezen zijn, raken er meer klutsen zoek. Weet iemand hoe het met de inschrijving van het schaken zit? Neuh. Gaat die ene scholing nog door? Kweenie. Heb je mevrouw de Wit tekeer horen gaan tegen de invaller? Moet daar niet iets aan gebeuren. Is daar al iets mee gebeurd. Gebeurt er nog wat eigenlijk? Ja, dat weet ik niet. Ik geloof dat er een gesprek gepland staat. Iedereen ontwikkelt zo haar eigen prioriteiten over wat er moet gebeuren en hoe het moet gebeuren. Juhufff! De conciërge wil dit niet in de container zetten omdat het nog heel goed naar de Kringloop kan. Ok, laat hij het er maar naar toe brengen dan. Juhuff, de conciërge zegt dat hij op de fiets is. Ok, dan zit er niks anders op dan dat hij het in de container zet. Juhuff, het staat nog steeds niet in de container. Kunnen jullie het er zelf inzetten? Ja hoor, dat doen we! Juhuff, de conciërge loopt heel erg te mopperen hoor. Ok, dan doe ik het zelf wel even. Is er nu al eens uitgezocht wie steeds die fietsen vernielt in het fietsenhok? Nee, zo eenvoudig is dat niet. Maar er moet echt wat gebeuren want dit keer was het notabene mijn eigen fiets. Ja dat kan echt niet. De fietsen van de kinderen, dat is tot daar aan toe maar die van ons…Zullen we camera’s plaatsen? Ach joh, waar wil je dat van betalen. En toch, en toch…er gaat verbazingwekkend veel goed. De kinderboekenweek, de sterrenparades, het sinterklaasfeest, het kerstfeest, ze staan allemaal als een huis. Rapporten, verwijzingsgesprekken, tienminutengesprekken, zorgtrajecten, probleemloos wordt alles geregeld en uitgevoerd. Alleen die koffie….ik kan niet wachten tot we een nieuwe directeur hebben.
vrijdag 13 januari 2017
Column Welbehagen.
Er is weinig vrede op aarde in het hok waar een aantal meisjes uit groep vijf een zelfbedacht kerstlied inoefent. Kutkind, klinkt het achter de deur, luister dan ook eens! Je bent de baas niet, krijst het kutkind. Hou eens op met dat geschreeuw, schreeuwt een derde. Schreeuw zelf niet zo, klinkt het gelijktijdig. Ik hoor het al wel, zeg ik terwijl ik de deur openschuif, dit gaat echt het raarste optreden van het kerstfeest worden. Vijf rode kwade hoofdjes draaien in mijn richting. Ja en weet u hoe dat komt, juf? Mirthe doet een stap naar voren. Ze willen allemaal de baas zijn. Je bedoelt dat jij eigenlijk de baas bent, vat ik samen terwijl ik vermoeid op een kussen zijg. Ja, eh nee, ja eigenlijk wel! Want ik heb het namelijk verzonnen juf! Oooo, niet waar, dat van die koeien is mijn idee, knettert Tessa. Nietes! Welles! Kom maar gewoon weer naar de klas, zo gaat het niet, zeg ik terwijl ik mezelf weer overeind hijs. Verslagen sjokken ze achter me aan. Kunnen we echt niet nog een keer …juhuff…een keertje …puliese…? Ik zucht en knik. Natuurlijk geef ik ze nog een kans. Het is per slot van rekening bijna kerstvakantie. Ze zijn moe. Ik ben ook moe. En als je moe bent doe je soms raar. Dan ontbreekt het je domweg aan welbehagen. Niks aan te doen. Het is dan ook om die reden dat ik mezelf een uur later tierend aantref bij het instuderen van een kerstlied met de hele klas. Het oefenen van de Engelse tekst van Jingle Bells is met 8-jarigen een heel wat lastiger zaak dan het voorheen was met 11- jarigen. Het klinkt heel aandoenlijk wat ik hoor maar het lijkt nergens op. Het ‘misfortune’ van miss Fanny Bright begint haar sporen ook bij mij achter te laten, ik word steeds narriger als ik de uitspraak verbeter. Net als ik besluit om de merkwaardige uitspraak maar te laten voor wat het is en me op de melodie en de instrumenten te richten, constateer ik dat de helft van groep 6 niet meedoet. Jullie lijken net een stel karpers in een vijver, bries ik onredelijk, waarom komt er geen geluid uit jullie mond. (Stop, zegt een stem in mijn hoofd, stop nu maar.) Nou kom op, waarom staan jullie daar wat naar lucht te happen? (Wat verwacht je nou dat ze zeggen, toe zing eens door). De stilte is oorverdovend. Ook bij degenen die net nog vrolijk meezongen. Wil je dat we daar voor aap staan, donderdagavond? (Top vraag hoor.) Ze schudden hun hoofd. Nou kom op, zeg ik schuldbewust en dus een stuk milder. Doe alsjeblieft mee. Ik neem mijn gitaar opnieuw op schoot. Ik weet best waarom ze niet mee zingen. Ik vergeet het helaas steeds. Lang niet alle kinderen vinden liedjes zingen leuk. Dat is een groot misverstand bij een juf die denkt dat ze het muziekonderwijs moet redden en met haar verpletterende alt feilloos alle noten treft. Wat als er alleen gebrom opstijgt uit de plek waar bij haar al die leuke wijsjes opklinken. Wat als je er steeds net naast zit met je toon terwijl je zo je best doet en degene die naast je zit bevreemd naar je kijkt? Natuurlijk deel je dan niet in de lol. Als de melodie aardig klinkt wordt het tijd voor de instrumenten. Het heeft heel wat voeten in de aarde voordat iedereen een instrument gepakt heeft want de keuze kent een strenge hiërarchie. Bovenaan staat alles waarop hard geslagen kan worden, onderaan staan de belletjes en de ritmestokjes. Een paar jongens zien op deze wijze kans het hele lied kapot te hameren. Er komt geen belletje bovenuit. Voor de derde keer verlies ik mijn geduld. Er was veel oorlog bij het instuderen van ons zelfgemaakte kerstlied, vertelt Myrthe het publiek bij het officiële optreden,maar nu is er weer vrede tussen ons. Ook Jingle Bells klinkt daarna heel lief en eendrachtig. En zo eindigt alles toch nog in welbehagen.
vrijdag 16 december 2016
Column. Bubbel.
Sinds ik in de nacht van 8 op 9 november om 3 uur even een blik op mijn telefoon wierp om te kijken hoe Hillary Clinton er voor stond is er iets sombers in mij geslopen. Er lijkt zich iets duisters te ontwikkelen in de wereld. Het helpt niet om de krant te lezen of de televisie aan te zetten. Daar worden de ontwikkelingen op het wereldtoneel al net zo somber geduid. Het helpt wel om mijn klas binnen te lopen en de leerlingen te verwelkomen. Het is net alsof ik een andere bubbel binnen stap. Een aanpalend universum. Het is er licht en vrolijk. Er klateren watervallen. Er liggen lieve briefjes op mijn bureau, er klemmen zich armpjes om mijn middel en overal klinken vriendelijke begroetingen. Goedemorgen juf! Als ik de dag open met een kort klassengesprek buitelen de enthousiaste vertellingen over elkaar heen. Cas is naar Dinoworld geweest. Tjerk heeft een geweldig leuk boek gevonden. Mag hij het laten zien? Maartje showt trots haar nieuwe kleren. Anne is naar de film de GVR geweest. De lol en de levenslust knallen er van af. Als ik in de pauze mijn iPad openklap lees ik dat Stephen Hawking de wereld waarschuwt dat we ons op het gevaarlijkste moment in de geschiedenis van de mensheid bevinden. Ik klap de iPad resoluut dicht. Het kan vast geen kwaad om voordat de Apocalyps zich aandient nog even een les over de vierkante meter eruit te gooien. En al snel hangen er uitgelaten leerlingen op de kop in de wc, de keuken en de zandbak teneinde de oppervlakte van deze ruimtes zo nauwkeurig mogelijk te kunnen opmeten. Als de kinderen het klaslokaal verlaten, keer ik terug in die andere bubbel. ‘Er komt oorlog in 2020, reken maar na’ schrijft De Volkskrant naar aanleiding van een boek dat voormalig commandant Ingo Piepers schreef. In dit boek voorspelt Piepers de komende wereldoorlog door natuurkundige theorieën over chaos op de geschiedenis toe te passen. Oef. Het lijkt allemaal zo logisch als ik het artikel lees dat ik niet kan wachten om weer naar mijn klas-bubbel terug te keren. We gaan muziek maken, kondig ik aan. Ik laat het complete Orff instrumentarium aanrukken en we timmeren de dystopische visioenen voor even de wereld uit. Na een half uur zijn de leerlingen uitgeput en kan ik er weer even tegenaan. Het is een treurige boel, denk ik, terwijl ik het doel van de volgende les op het digibord schrijf. Juist nu het onderwijs bijna bezwijkt onder doelstellingen, opbrengsten en het geboekstaafde vooruitgangsdenken, dreigt de leiding in de wereld overgedragen te worden aan heersers zonder noemenswaardig doel en richting. Leiders die mensen vertegenwoordigen die ergens genoeg van hebben, terecht dan wel onterecht. Soms denk ik dat ze ook genoeg hebben van mij. Op het internet, vooral op Twitter, behoor ik beslist tot de verwerpelijke categorie van de goedmens, de linksmens. Voordat ik mij op de hoogte kan stellen van de contouren van het wereldbeeld van de rechtsmens, moet ik eerst door een haag verwijten, verzuchtingen en geschamper heen. Maar een goedmens doet dat. Zo is een goedmens. Alleen begrijp ik niet waarom het er zo negatief en destructief aan toe gaat in die bubbel. Zo, zeg ik tegen de klas, als ik aan het eind van de les ben gekomen. Pak je wisbordje. Ik ga eens even kijken wat jullie allemaal nog weten over deze les. Het resultaat valt me alleszins mee. Want opletten doen ze ook nog eens heel goed, deze lieverds. Maar als ik zelf bevraagd zou worden over wat ik nu geleerd heb over mijn getob over de toestand in de wereld zou ik niks op kunnen schrijven. Terwijl ik toch ook goed oplet. Straks maar eens naar het programma De kanarie in de kolenmijn kijken.
vrijdag 2 december 2016
Column. Onvermogen.
Ok. Sorry dan! Vanessa doet impulsief een stap naar voren en slaat de armen om Mirthe heen. Mirthe verandert acuut in een lappenpop en laat zich de knuffel, met haar armen strak langs haar lijf, met moeite welgevallen. Ze kijkt me bozig en ietwat verward aan. Ze is er nog niet aan toe om het goed te maken. Vanessa maakt het niet uit dat Mirthe wat onwillig aanvoelt. Het is weer goed wat haar betreft en daarmee uit. Voor mij komt deze afloop ook tamelijk onverwacht. Even daarvoor heb ik alles uit de kast moeten halen om de verwikkelingen rond hun slaande ruzie te doorgronden. Ik had bepaald niet het idee dat ik een geslaagde interventie aan het plegen was. Zoals zo vaak bij meidenruzies was de aanleiding diffuus, de escalatie groot en de oplossingsbereidheid minimaal. Vanessa loopt opgelucht van ons weg. Mirthe loopt aarzelend de andere kant op. Wat te doen als je plotseling geen tegenstander meer hebt? Het duurt even tot het tot me doordringt dat het ook dit keer Vanessa’s onvermogen om sociale processen te doorgronden is die tot deze plotselinge overgave heeft geleid. Mijn aanpak werkte averechts. Ik deed het licht niet aan maar maakte haar verwarring groter. Dan maar een dikke pakkerd en een snelle verdwijning. Meestal gaat het juist andersom. Dan is er met haar geen land te bezeilen als ze zich beledigd of afgewezen voelt. Dan volgen er langdurige wraakacties. Het is naar om te zien hoe haar van nature vriendelijke gezicht van het een op het andere moment verandert. Haar lippen versmallen zich tot spleetjes, in haar ogen verschijnt een donkere borende blik en al haar energie richt zich vanaf dat moment op het houden van een strafexercitie. Overal waar de vermeende daders zijn, duikt Vanessa ook op. Op een afstandje weliswaar maar hinderlijk in het blikveld. Dreigend aanwezig en iets duisters uitstralend. Wacht maar hoor, wacht maar! Waarom mag ze dan ook niet meedoen, vraag ik het ene moment aan haar klasgenootjes als de klachten over dit hinderlijke gedrag binnen stromen. Vanessa, ga daar eens weg, dirigeer ik een ander moment volkomen inconsequent. Want ook ik worstel met het onvermogen van Vanessa. De meest moeizame relatie heeft Vanessa met Mirthe. Vanessa aanbidt Mirthe. Ze wil niets liever dan bevriend met haar zijn. Mirthe kan die luxe niet altijd even goed aan. Dat is ook wel wat veel gevraagd van een achtjarige. Aan de ene kant vindt ze het wel eervol en interessant dat iemand haar zo geweldig vindt, aan de andere kant irriteert het haar en roept ze de ellende onbedoeld over zichzelf af. Op een dag zitten ze zusterlijk naast elkaar achter de computer met een opdracht om in Word een kort verhaaltje over zichzelf te schrijven. Vanessa vindt alles geweldig wat Mirthe doet. Ze praat net even te hard en laat zich om de haverklap hikkend van de lach tegen Mirthe aanvallen. Mirthe duwt haar regelmatig wat geërgerd van zich af. Dan zie ik dat de lichaamshouding van Vanessa verandert. Eerst vraagt ze vriendelijk of zij ook een stukje mag tikken, dan begint ze te duwen en even daarna mept ze er vinnig op los met haar ellenboog. Als ik op het computerscherm kijk, begrijp ik waarom. Mirthe schrijft over haar vriendinnen. Ze heeft er veel. Vanessa staat er niet tussen. Ben je echt verbaasd over de boosheid van Vanessa vraag ik. Huh? Mirthe wendt onbegrip voor. Kom op, dring ik aan. Ben je echt verbaasd waarom ze zo boos is? Mirthe zucht. Het is gewoon waar, probeert ze nog. Maar daarom hoef je het toch niet op te schrijven, zo pal voor haar neus? Nee juf, zegt ze zachtjes. Sorry hoor. Vanessa slaat opnieuw haar armen om Mirthe heen. Kom hier. Het is niet erg hoor.
vrijdag 18 november 2016
Column. Schuldbewust.
Het is bijna onnatuurlijk stil in de groep waar ik een dictee aan voorlees. De pennen krassen driftig over het papier. Er wordt ingespannen gewerkt. Zin 3, zeg ik, terwijl ik in mijn handleiding kijk. Plotseling klinkt er een wanhopig stemmetje door het lokaal. Juhuff. Ik kijk op. Ja Sven? Je gaat te snel juf. Er klinkt een instemmend gemompel. Ja, het gaat veel te snel. Ik kijk de leerlingen schuldbewust aan. Sorry, zeg ik, ik zal het langzamer doen. Wie kan het niet bijhouden? De helft van de groep steekt de vinger op. Sommige leerlingen hebben rode blosjes. Dit is groep 5. Ik heb nooit eerder groep 5 gehad en dat is te merken. Het tempo dat ik aanhoud in de lessen is er ingeslepen tijdens dertig jaar lesgeven aan bovenbouwklassen. Het is een pittig tempo. Veel te pittig. Ik moet mijzelf steeds tot rust manen. Ook bij de vooronderstelde voorkennis van deze leerlingen gaat het nogal eens mis. 7 x 6 =, vraag ik regelmatig achteloos, 4 x 7=? Om vervolgens te constateren dat het van mij verwacht wordt dat ik de tafels juist aanbied en oefen en niet als bekend mag veronderstellen. De overgang van het niveau van eind groep 7 naar begin groep 5 is een grote. Maar als ik de stap eenmaal gemaakt heb, vind ik het heerlijk. Wat een overzichtelijke rekenlessen, wat een fijne kleine stappen bij spelling en taal. Het is prettig om eens aan de basis van de uitleg over tabellen, maateenheden, geldsommen, klokkijken alsmede persoonsvormen en zelfstandig naamwoorden te staan. In de bovenbouw ben je toch al snel van allerlei zaken aan het repareren. Het geven van zaakvakken is echter van een heel andere orde. Daar loop ik tegen onverwachte zaken aan. Net als groep 6 -het andere deel van deze combinatiegroep- op het puntje van de stoel zit als ik in 1566 de beelden in katholieke kerken naar beneden laat tuimelen en de ketters spectaculair op brandstapels laat belanden, dringt tot me door dat groep 5 natuurlijk onwillekeurig meeluistert. Juhuuf, piept er andermaal een stemmetje vanaf de andere kant van het lokaal, juhuuf! Ja Mirthe? Ik kan hier niet tegen juf. O gut. Ik kijk schuldbewust in haar richting. Tja, In groep 5 zijn ze natuurlijk wel heel erg jong voor deze vertellingen. Nog een geluk dat ik niet met de middeleeuwen ben begonnen en al die martelwerktuigen uit die tijd de revue heb laten passeren. Ach, het is al lang geleden, vergoelijk ik. Ik wil toch eigenlijk wel liever ergens anders zitten, vraagt Mirthe. Ja, dat is goed, zeg ik. Er staan nog een paar meisjes op om met haar mee te gaan. De jongens niet. Ik zie alleen dat ik niet moet verwachten dat ze hun taalles nog afkrijgen. Het is veel te spannend in groep 6. Wat aangeslagen vervolg ik mijn les. Ik besluit het droeve lot van Edmond, Hoorne en de prins van Oranje maar even voor een ander moment te bewaren. Het is een leuk vrolijk stel, deze groep 5-6. Ze kunnen alleen niet goed buitenspelen. Vooral de jongens kunnen niets anders verzinnen dan het het slaan met stokken, het gooien met stenen en het eindeloos omduwen van elkaar. Dat vinden ze zonder enige uitzondering allemaal een reuze leuk tijdverdrijf. Het is niet echt juf, roepen ze vrolijk, het is voor de lol. Maar die belofte maken ze nooit waar. En dan rent de hele club tegelijk naar me toe. Om vervolgens alles recht te praten wat krom is. Ja, ik duwde ook wel maar ik deed het niet zo hard. Ja, ik gooide ook wel maar de mijne was niet raak. Ja maar Sven huilt altijd meteen terwijl hij het zelf ook doet. Elk voorstel van mijn kant om een spel te spelen beklijft maar even. Binnen de kortste keren rollebollen ze weer over het veld. Dit keer gaat het goed juf. Dit keer is het echt alleen maar voor de lol.
zaterdag 5 november 2016
Column. Allergieën.
Ik heb al een tijdje de app Beter Spellen op mijn iPad staan. Elke dag worden in deze app vier vragen over spellingsregels gesteld. Er zijn drie niveaus. Ik heb zonder mankeren het hoogste niveau ingesteld want spellen kan ik. Denk ik. Als ik toch fouten maak dan verbaas ik mij hogelijk. Is dat zo? Jeetje. Hoe dat zo? Onmiddellijk verdiep ik mij in de aard van deze fouten om vervolgens gerustgesteld te bedenken dat mijn fouten.. A niet zo erg zijn omdat ik te gehaast was, B veroorzaakt worden door de absurditeit van sommige spellingsregels, C ontstaan zijn omdat enkele spellingsregels even aan mijn aandacht waren ontsnapt. Ik betrek deze fouten nooit op mijzelf. Ik kan immers spellen. Het is dan ook bepaald schokkend om te ervaren hoe anders het gaat als ik de app Beter Rekenen installeer. Om te beginnen besluit ik meteen om niet het hoogste niveau in te stellen. Ergens klinkt vanuit een ver verleden een stem dat het beter is om dit niet te doen. Die stem komt veel duidelijker door dan de meer voor de hand liggende overweging dat het dag in dag uit geven van rekeninstructie toch niet voor de poes is, qua kennis en zelfvertrouwen. Het is ook een tamelijk wanhopige stem die opklinkt uit de diepste krochten van mijn herinnering. Pfff. Rekenen dat kan ik niet. Denk ik. Elke keer als ik een fout maak, sla ik mezelf voor het hoofd. Stom, stom, stom. Om me daarna aangeslagen te realiseren dat ik deze fout gemaakt heb omdat ik… A niet goed nagedacht had, B de regel heb vergeten, C nog te stom ben om voor de duivel te dansen op dit gebied. En hup…daar gaat de app…weg ermee. In de prullenbak. Hier heb ik geen zin in. Daar ga ik niet aan beginnen. Ik heb me in al die veertig jaar echt wel gerealiseerd dat mijn geduld met zwakke rekenaars voortkomt uit mijn eigen moeizame ervaring op dit gebied maar dat deze ervaring nog zo rauw onder de oppervlakte ligt, nee dat wist ik niet. Een dag later installeer ik de app opnieuw. Kom, zo snel laat ik me niet kennen. Nadat ik deze app er nog zeker drie keer resoluut afgegooid te hebben en vervolgens onmiddellijk weer opnieuw geïnstalleerd, vallen me een paar dingen op. Mijn allergieën betreffen: redactiesommen, oppervlakte berekeningen en het omrekenen van maat eenheden. Eigenlijk wel voor de hand liggend. Elke keer als ik bij mijn lesvoorbereidingen deze sommen zie staan in de handleiding wordt het mij droef te moede. Getverderrie. Wat een narigheid. Zou ik het over kunnen slaan? Het is precies dezelfde reactie die deze sommen ook bij sommige van mijn leerlingen oproept. Weerstand. Geen zin. Bahbahbah. Moet het of mag het? Elke keer als deze sommen opduiken bij de oefeningen van de dag, laat ik na wat ik mijn leerlingen altijd leer. Ik pak bijvoorbeeld geen uitrekenpapier en ik laat er geen oplossingsstrategie op los. Ik raad er soms maar wat na, in de hoop dat er een wonder gebeurt. Ik wil er namelijk van af. Ik ben een juf met veertig jaar ervaring in het rekenonderwijs die onmiddellijk in alle valkuilen kukelt waar ze haar leerlingen voor wil hoeden. Het is me wat. Ik ben er wat confuus van. Sinds ik dit weet reken ik driftig door. Elke dag vier sommen. Ik wou dat ik kon zeggen dat ik vorderingen maak, dat ik het minder persoonlijk opneem en dat ik er rustig voor ga zitten. Maar ik ben bang dat dat nog wat langer gaat duren. Wel begrijp ik mijn leerlingen beter dan ooit tevoren. De zwakke rekenaars dan. De zwakke spellers niet. Hoe bestaat het dat je een woord als ‘wakker’ nou met een k kan schrijven. Dat zie je toch zo?
Abonneren op:
Posts (Atom)