Dit zijn de kinderen van de rekening. Zij zullen bij de Cito-toetsen de Romeinse vieren en vijven halen. Ze zorgen ervoor dat er een ondergrens bestaat, dat andere leerlingen straks een gemiddelde score hebben of zelfs een hoge. Je kunt ze toetsen, analyseren, terug toetsen, met hulpplannen belagen, verlengd instrueren tot je een ons weegt en er zal ook beslist hier en daar vooruitgang geboekt worden maar veel leerstof zal ook weer vervagen en zelfs verdwijnen....ze maken kleine stapjes deze leerlingen van de ondergrens. Te klein om blijvend tot groene kleuren te leiden. Niet dat ze geen antwoord hebben op deze toetsterreur, o nee…vooral na de Cito-toetsen Rekenen en Begrijpend Lezen breekt de pleuris los. Moe zijn ze, wanhopig zijn ze, drakerig zijn ze. Je kunt amper nog wat met ze beginnen. En ik kan moeilijk met alle lessen stoppen. Het is pas half 11. Maar de aandachtsspanne is geknapt. De rest van het jaar stel ik ze gerust...je kunt het jongen...jee meid wat span jij je in! Dat gaat goed! Wacht, laat ik je het nog een keer uitleggen, je bent er bijna. Tijdens de toetsweken ben ik een ander persoon. Een oppermachtige despoot die niks meer uitlegt, die geen werkafspraken meer met ze maakt en geen vragen meer laat stellen, althans niet over het antwoord. Cito-toetsen zijn Ernstige Zaken. Als ik je help ben je af. Dan weet de juf namelijk niks. Juffen zien en horen kennelijk niks volgens de boven ons gestelden. Daarom maken jullie die toetsen. Het is nog een wonder dat al die leerlingen dertig jaar geleden zonder al die toetsen goed terecht zijn gekomen. Dat alles nu gewoon doordraait met al die ongetoetsten uit die tijd. De wereld van nu is maakbaar. Daarom meten we. Meten opdat we weten. Maar deze kinderen weten allang dat het vaak weer niet lukt. Dat er in een onbegrijpelijke tekst een som verstopt zit, dat in regel 4 tot en met 6 een antwoord te vinden is op vraag 10 maar waar, wààr dan toch verdorie? Er is een grote kans dat deze leerlingen naar zinvolle banen doorstromen: daken repareren, haren knippen, boodschappen afrekenen, winkels bevoorraden. De prijs voor een zinvol beroep is hoog. Deze juf weet daar alles van. Ze heeft zelf ook een zinvol beroep. Ze weet hoe het voelt om overvraagd te worden en aan onmogelijke eisen te voldoen. Maar zij kan zelf nog beslissen of ze weggaat of blijft. Deze leerlingen niet. Dus ga zitten kinderen. Er volgt nu een Woordenschattoets. Het is een vrij willekeurige toets en ik weet nu al dat jullie veel te weinig woorden weten maar dat doet er natuurlijk niet toe. Het is een Cito-toets. Dàt doet er toe.
dinsdag 3 maart 2020
dinsdag 4 februari 2020
Column. Achteruit.
Ik zit al uren ingespannen te turen naar het scherm. Vandaag ben ik vrijgeroosterd in het kader van de taakverlichting. Naast mij ligt een to do lijstje van enorme proportie. Sinds mijn taken op deze wijze verlicht zijn heb ik ze uit eigen beweging weer verzwaard door alle administratieve werkzaamheden op te sparen. Gelukkig staan er plotseling drie schattige kleutertjes naast me. Jada is jarig. Terwijl ik de gebruikelijke bloem teken op haar verjaardagskaart, zie ik vanuit mijn ooghoek dat een van hen naderbij sluipt om mij aan een onderzoek te onderwerpen. Ik kijk op. Op het voorhoofd van het mij onbekende meisje hebben zich diepe rimpels gevormd. Jij bent, zegt ze peinzend terwijl ze me nogmaals nauwkeurig opneemt, wel heel erg oud hè? Ik slik. Ja, antwoord ik zuchtend, ik ben inderdaad wel heel erg oud. Ik begrijp haar. Ik kan soms zelf ook niet geloven wat ik zie als ik in de spiegel kijk. Ergens tussen de lessen over het voltooid deelwoord, de staartdeling, de klimaatzones en de ontdekking van Amerika ben ik ouder dan alle oma’s geworden. Ik heb het niet in de gaten gehad. Van binnen bleef alles hetzelfde: het plezier, de interesse, de verknochtheid aan dit vak. Forever young. Behalve in de ogen van deze vierjarige dus. Zij ziet een stokoud vrouwtje die kippig door haar leesbril naar een scherm tuurt. Om mijzelf af leiden van deze sombere gebeurtenis pak ik mijn telefoon en begin wat lusteloos door het nieuws te scrollen. Nooit een goed idee als je al wat zwartgallig bent. Natuurlijk was er weer wat te doen over het onderwijs. Dit keer betrof het de achteruithollende opbrengsten van het leesonderwijs. Het is raar maar zolang ik lesgeef holt er om de haverklap van alles achteruit. Technisch gezien kan dat dus niet wat dan komen we qua ijkpunt in het begin van de vorige eeuw terecht.
Zelfs op de HAVO liep ik al in de achteruit modus want alle onderzoeken wezen toen al uit dat er op de voormalige HBS meer geleerd werd. Als ik in de jaren negentig had geweten dat wij anno nu terug zouden verlangen naar de onderwijsprestaties van toen dan was ik daar destijds veel blijer mee geweest, maar nee, toen was het ook al nada niks en moest alles anders en beter. In 2079 is het opmerkzame meisje uit groep 1 net zo oud als ik nu ben. Als alles in het zelfde tempo achteruit blijft hollen dan wordt er in dat jaar niet meer geleerd. Dan zijn we voorgoed onder nul gezakt. Of moeten we misschien eens wat minder toetsen, vergelijken, meten en weten, interpreteren en afrekenen? Als leraar zou je dan beslist meer aan je leven hebben.
dinsdag 7 januari 2020
Column. Controle
Ik ben soms mijn eigen grootste vijand. Vooral op dagen dat ik mijzelf weer eens wijs heb gemaakt dat de wereld maakbaar is. Dan schrijf ik het bord vol met consciëntieuze doelen, leg ik alles wat ik nodig denk te hebben in de juiste volgorde klaar, zoek ik op het Digibord vast alle lessen van de dag op en sta ik precies op tijd klaar om mijn leerlingen een hand te geven. Deze juf heeft alles onder controle. En dan komt er ineens de klad in. Eerst langzaam.. de moeder van Lars wil persé iets vertellen wat Heel Belangrijk is, de conciërge komt met de telefoon over iets dat Niet Kan Wachten, Tim en Zoran rollen met verhitte hoofden over de gang. Vervolgens zet de neergang in: er hapert iets bij de begeleiding van het Voortgezet Lezen, de WiFi valt uit, het Digibord wil niet meer voor of achteruit. En voor ik het weet verslindt de waan van de dag mijn hele effectieve planning met huid en haar. Qua haperingen kan ik er trouwens zelf ook wat van. Zo kan ik bijvoorbeeld rustig de komst van de schoolfotograaf vergeten hebben. Erg slim is dat niet want ik had haar komst goed kunnen aflezen aan al die net te strak getrokken scheidingen in het haar en de veel te uitvoerig opgemaakte kapsels maar de doelgerichtheid van een goede lesvoorbereiding benam mij het zicht op dat wat overduidelijk voor mijn neus lag. Ook de binnenkomst van een onderwijsassistent kan mij geheel overvallen. Wat? Nu? Ja het is dinsdag, ik kom voor de rekengroep. O ja. En daar gaat het groepje rekenaars dat de instructie die ik net had willen geven eigenlijk niet kan missen. Het kan ook zijn dat een deel van groep vijf bij de rekenles de voorkennis over ‘het aanvullen tot het volgende tiental’ helemaal kwijt is. Gisteren ging het nog prima maar vandaag is het weg. Mijn mooie doel ging over honderdtallen. O, ze zien wel aan me dat ik dit verloop van de les niet in gedachten had: die net iets te ongeduldige toon, die lichte wanhoop in mijn stem. Nou ja vooruit dan maar, zeg ik, dan maar een stapje terug. Terug? In sommige ogen is paniek zichtbaar, andere leerlingen krijgen een bezweet neusje of besluiten naar de wc te glippen. Wie wil er nou terug? De les duurt te lang. De combinatiegroep is allang aan de beurt voor de les die staat te wachten in de taakbalk van het Digibord. Met enige weemoed kijk naar mijn keurige doelenbord. De werkelijkheid laat zich niet zo snel in een model gieten. ‘De landkaart is niet het gebied’, concludeerde Alfred Korzybski, grondlegger van de Algemene Semantiek, al. Nee vertel mij wat, denk ik, terwijl ik het bord uitveeg.
dinsdag 3 december 2019
Column. Betrapt.
Naast me staat Marek. Hij legt het mapje met werk dat hij tijdens de lessen ‘werken aan de weekagenda’ gemaakt heeft, voor me neer. Ik controleer de inhoud. Hij wiebelt van zijn ene voet op de andere en zijn wangen zijn wat rood. Redenen voor een doorgewinterde juf om goed op te letten. Dus blader ik aandachtig door de map en kijk het zorgvuldig na. Bij het rekenwerk zie al in de eerste rij dat er niets van klopt. Het werk ziet er keurig uit maar de meeste antwoorden kloppen niet al zitten ze dicht tegen het juiste antwoord aan. Het is allemaal nogal geslepen gedaan en dat is des te onbegrijpelijker omdat Marek goed kan rekenen. Waarom heb je dit gedaan, vraag ik. Hij kijkt me uitdrukkingsloos aan. Ik herhaal de vraag. Het antwoord blijft opnieuw uit. Hij draait zich zelfs half van mij af. Had je geen zin? Nee, zegt hij. In zijn ogen is geen enkel teken van verantwoordelijkheid, schuld of schaamte zichtbaar. Hij lijkt alleen te balen van het feit dat ik het ontdekt heb. Ik ken deze jongen niet, stel ik verward vast, al zit hij al tijden pal voor mijn neus. Ik heb in deze groep een paar notoire druktemakertjes succesvol in een groepje geïntegreerd maar met Marek maak ik geen noemenswaardige vorderingen. Steeds opnieuw moet ik hem zijn tafel apart laten schuiven omdat hij iedereen van het werk houdt. Niemand houdt het lang naast hem vol. Al zijn handelingen spelen zich in stilte af maar zijn uiterst irritant voor zijn omgeving, hij zoekt onophoudelijk contact: met zijn voet, met clowneske gebaren of door letterlijk de mouw van de buurman vast te pakken en daar steeds opnieuw aan te trekken. Ben ik niet leuk? Ben ik niet grappig? Kijk mij eens gek doen! Het helpt niet als zijn groepsgenootjes boos worden, of wanhopig of domweg bot de andere kant op staren. Zij hebben net zoveel moeite met het begrijpen van zijn gedrag als ik. Alleen hebben ze vaak wel wat meer geduld. Het wordt hem allemaal snel vergeven. Hij is beslist niet eenzaam en wordt nooit buitengesloten. Er valt alleen niet naast te zitten. Dat hij het Nederlands maar matig beheerst is ongetwijfeld deel van het probleem. Het verklaart echter niet alles. Er zitten meer leerlingen in de klas die in een diep gat tussen twee talen zijn gevallen maar die gedragen zich echt niet zo. Bij Marek speelt nog iets anders. Iets dat ik niet doorgronden kan. Hij is trots op zijn rekenresultaten maar niet trots genoeg om het werk naar behoren te maken. Ik wil dat je alles verbeterd, zeg ik boos. Hij knikt. Na 10 minuten ligt het op mijn bureau. Er zit geen fout antwoord tussen.
zaterdag 2 november 2019
Column. Slordig
Ik word soms een beetje vergeetachtig. Zo weet ik regelmatig niet meer in welke map ik iets moet bijhouden. Zorgmap hier, groepsmap daar, Parnassys op de computer, ik haal de hele boel door elkaar. In verband met de privacy moet ik ook nog het een en ander achter slot en grendel opbergen zodat ik regelmatig verwoed op zoek moet naar de sleutel die mijn collega kwijt gemaakt heeft. Althans dat denk ik, maar het kan ook zijn dat ik het zelf gedaan heb want dat ben ik dus vergeten. Vanwege de doorgaande lijn, de effectiviteit en de strenge ogen van de grote groep toezichthouders die achterin mijn klas op een denkbeeldige sofa hebben plaatsgenomen word ik geacht dagelijks bij te houden welk moeizaam lerend dan wel vreedzaam suffend lieverdje mijn doordachte en zeer effectieve instructie andermaal niet begrepen heeft. Gek genoeg hoor ik die bevindingen bij te houden in de map die voor de hele goegemeente zichtbaar op het bureau ligt. Zodat de schoonmaakster er elke dag een blik op kan werpen. Een van die toezichthouders adviseerde mij ooit eens om mijn observaties een beetje slordig te administreren. Sterker...het zou mij zelfs sieren als ik het waargenomene schots en scheef in de map zou pennen. Het getuigt immers van een grote toewijding om al slippend halt te houden bij het bureau om vliegensvlug te noteren dat Bart-Jan, Mila en Sam ander maal tobberig naar hun lege wisbordjes hebben zitten staren. En dus trek ik dagelijks sprintjes naar het bureau om maar geen tijd verloren te laten gaan. Tijd verloren laten gaan, stel je voor! Ik kalk hier en daar wat neer over de opbrengst van de les: bij de tafel van 6 halen Lars en Sjors alles door elkaar, bij het opzeggen van het alfabet hakkelen Stef en Luuk er maar wat op los. Daarna trek ik woeste pijlen van links naar rechts om geschikte momenten voor verlengde instructies aan te wijzen. Het kost me soms heel wat moeite om zo artistiekerig te kliederen want van nature ben ik nogal netjes maar ik maak deel uit van een lerende organisatie dus vooruit met die geit. Vooral in Parnassys ben ik regelmatig de weg kwijt. Er zijn schier oneindige mogelijkheden om het een en ander vast te leggen. Elke keer als ik door dit notitie-doolhof dwaal, denk ik: zou iemand dit ooit nog eens nalezen? En als dat zo is, wordt er dan één zode mee aan de dijk gezet? Ik hoop van wel maar denk van niet. Al dat administreren is allemaal gebaseerd op de aanname dat in dit leven alles ergens vandaan komt en altijd ergens naar toe moet. Opwaarts zullen wij gaan. Soms gaan we dat ook. Vaak ook niet.
maandag 30 september 2019
Column. Ravage
Het speet me niks dat het een na het andere gezin de camping verliet omdat in andere regio’s de scholen weer begonnen, ik heb het namelijk niet zo op kinderen in de vakantie. Het betekende wel dat ik nu tussen de bejaarden zat. Lekker rustig, dacht ik aanvankelijk. Dan kan ik eens doorlezen in plaats van steeds mijn benen op te moeten tillen voor een langsscheurend fietsje of verschrikt op te kijken vanwege onverwacht gekrijs. Maar al snel zag ik wat het eigenlijk betekende om bejaard vakantie te vieren op een camping: traag op gang komen, precies om twaalf uur op de fiets stappen, puffend terugkomen met heldhaftige verhalen over de afstand die afgelegd is. Helemaal naar Raalte mijnheer? Ja helemaal naar Raalte mevrouw. En vervolgens allemaal gezellig tegelijk eten met de pannen op tafel. Ik besloot dat ik er nog lang niet aan toe was om hier deel van uit te maken en spoedde me naar school. Onbekommerd, opgelucht en vastbesloten alleen nog maar bejaard te zijn op papier. Die opluchting verdween als sneeuw voor de zon toen ik de ravage aanschouwde die het schoonmaken van de vloeren ieder jaar met zich mee brengt. Kennelijk ben ik in staat om keer op keer te vergeten hoe erg het elk jaar weer is. Goed, tien jaar geleden was het erger, toen zat ik geen enkel systeem in de aanpak het schoonmaakbedrijf en waren alle stoelen, tafels en kasten lukraak terug gezet zodat we het schooljaar vrolijk begonnen met elkaar snibbig toe te spreken: je hebt mijn kast! Nee hoor, hoe kom je daarbij. Maar ik had helemaal niet zo’n gammel geval als nu in mijn klas staat! Zeg waarom heb je eigenlijk mijn plant gepakt? O, ik dacht dat ie van niemand was, hij stond in het kamertje. Dat is nu niet meer zo. De spullen zijn niet door elkaar geraakt maar wel torenhoog opgestapeld en we worden geacht dat terug te zetten met een team van alleen maar vrouwen. En terwijl ik daar stond te slepen, te trekken, te duwen en te tillen (zodat de vloer in een ommezien weer de oude vertrouwde aanblik bood vanwege dit gezeul) vroeg ik mij af: bij welk beroep gebeurt dit nog meer? Waar zet het personeel zelf de bureau’s en de kasten terug na een schoonmaak. Waarom accepteren we dit toch allemaal zo makkelijk? Na dagen slepen werd ik in het weekeind wakker met hevige spierpijn en een oververmoeid lijf en verlangde ik hevig terug naar de rust op de camping. Ik wilde naar Raalte. Jazeker. He-le-maal naar Raalte. Op identieke fietsen. En dan ‘s avonds gezellig met de pannen op tafel.
dinsdag 3 september 2019
Column. Oud
Het is erg aan te bevelen om oud te worden in dit vak. Zelfs de grootouders van mijn leerlingen zijn tegenwoordig een stuk jonger dan ik en dat gegeven biedt beslist nieuwe handelingsmogelijkheden. Het zijn namelijk op mijn leeftijd allemaal (voormalige) leerlingen geworden. Dus adviseer ik de ene keer een ouder moederlijk: het is niet handig om zo boos binnen te komen mevrouw de Wit, voor u het weet krijgt u niets meer voor elkaar bij mij. De andere keer sla ik mijn armen over elkaar op een wijze die ik voorheen niet voor mogelijk hield: als u echt denkt dat dit waar is mijnheer Bakker moet u beslist een klacht indienen. Dus loop maar door naar de directeur. Misschien moet u ook nog even langs het bestuur en de burgemeester! Daar waar ik vroeger nog wel eens voor de gevolgen van irrationeel opererende ouders vreesde, trek ik nu een dikke streep. Tot hier en niet verder. Al dat gedoe komt na al die jaren ook allemaal veel minder hard binnen. Grappig genoeg trek ik ook steeds meer een streep onder mijn eigen gedrag. Waarom steeds narrig worden over hetzelfde? Dus toen de intern begeleider mijn lokaal binnen stapte op het moment dat er een grootscheepse interne verhuizing van start zou gaan en ze een stapeltje gele post-it briefjes op mijn bureau legde, bleef ik doodkalm zitten. Ze vroeg of ik voor 12 uur nog even een aantal ‘successen’ van het vorige schooljaar en ‘kansen’ voor het nieuwe schooljaar op wilde schrijven zodat zij haar werkzaamheden af kon ronden. Een jongere versie van mij zou haar beslist duidelijk gemaakt hebben dat het raadzaam was om snel met succes het lokaal te verlaten aangezien ze de kans liep de post-it briefjes op haar hoofd terug te vinden. Maar tot mijn verbazing deed ik niets van dit alles. Ik pakte de gele papiertjes rustig aan en pende ze achter elkaar vol. Een beetje obligaat weliswaar en met de diepgang van een platbodem, de horden tafelverhuizers en kasten-uitruimers rammelden al aan de poort, maar ik deed het. Per slot moet zij ook haar werk doen. Kortom, ik laat mezelf om de haverklap versteld staan nu ik oud word in dit vak. Ik kan het dan ook iedereen aanraden om het flink vol te houden. Het wordt op deze manier beslist leuker. Nou ja..een reactie blijft helaas hetzelfde: verhuizen met groep 3 is het allerergste dat bestaat. Niks horen ze. Niks brengen ze. Chaotisch dribbelen ze van het kastje naar de muur en verdiepen ze zich alleen in de bijzaken. Honderd keer moet je hetzelfde vragen en nog blijven die laatjes vol. Ik beschik nog steeds maar over een antwoord op dit gedrag: dikke wanhoop.
Abonneren op:
Posts (Atom)