vrijdag 5 februari 2016

Column. Gebroken neuzen.

Vanaf mijn plek op de bank in de gymzaal zie ik Luca  op de kast klimmen en zijn groepje tot stilte manen. Wacht, roept hij, ik ga iets heeeeel moeilijks doen. Zijn groepsgenootjes kijken ingespannen toe. Luca loopt naar de rand, kijkt zogenaamd angstig in de diepte en springt dan voorzichtig op de dikke mat. Hij draait zich om en roept…applaus! Er breekt een oorverdovend gejoel uit. De gymleerkracht kijkt verstoord in hun richting. Hou daar eens mee op, schreeuwt ze. Even later zijgt ze boos naast me neer. Deze jongens nemen ook niets serieus, moppert ze. Nee, dat is waar, antwoord ik, misschien moet je het wat uitdagender maken. Het is een vergeefse opmerking. Zo geschikt ze is voor de onderbouw, zo ongeschikt is ze voor de middenbouw. En dus is iedere gymles in deze groep een strijd met de leerlingen en een strijd met mij want al praten de leerlingen minutenlang dwars door haar heen, ze wordt pas boos als ik mij ten langen leste verhef en ‘sssttt’ roep. Het is echter geen optie om niet bij de les aanwezig te zijn. De situatie zou teveel uit de hand lopen. Dat geldt ook voor de grote vriendelijke reus die de godsdienstlessen verzorgt. Het geduld waar hij over beschikt in zijn lessen nadert het onwaarschijnlijke. Niet een keer schiet hij uit zijn slof. Terwijl daar alle reden voor is. Zelfs de meest inschikkelijke meisjes ontpoppen zich in zijn les tot drakerige heksjes die rellerig en met rode koontjes dwars door alle Bijbelverhalen heen kwekken en luidkeels gewag maken van alle Whattsapp berichtjes die op hun telefoon binnenkomen. De jongentjes deinzen er regelmatig niet voor terug om de achtervolging in te zetten terwijl de vriendelijke reus met zijn pen op het whiteboard tikt om het volgende plaatje te laten zien van Daniël in de Leeuwenkuil. Toch lijkt hij pas een probleem te hebben als ik het niet langer aan kan horen en het lokaal binnenstap. Als ze jonger zouden zijn dan zouden ze geen aanstelling meer krijgen. Hun neus zou gewoon gebroken moeten worden wil het dezelfde kant op leren staan als de andere neuzen. Want het nieuwe adagium is: doen-wat-werkt. In teamverband wel te verstaan. Leren van elkaar door op bezoek te gaan bij elkaar in de klas. Ter wille van de doorgaande lijn en een mooi rijtje neuzen. En toch…en toch…en toch…de kans is groot dat we met deze moderne zienswijze niet alleen het badwater maar ook het kind weggooien. Mijn beste herinneringen heb ik aan leraren die buiten de kaders vielen: de lerares Geschiedenis die nooit een leerboek opensloeg en zich voornamelijk op zat te winden over de inbraak in het Watergategebouw en de teloorgang van de democratie. Ik heb er een levenslange fascinatie voor president Nixon aan overgehouden. Of de leraar Nederlands die zich zichtbaar aan al het contact met zijn collega’s onttrok maar die wel met veel passie de deur voor mij opende naar de boeken van Couperus en de gedichten van de vijftigers. Of de leraar muziek…een onmogelijke man voor collega’s en studenten maar een geweldig koorleider. Ik weet zeker dat veel  ex-leerlingen van mijn collega Kees ook warme herinneringen aan hem hebben. Hij stelde zich maar zelden coöperatief op in het team maar nam wel zijn leerlingen op eigen kosten mee naar het Concertgebouw. En ook collega Koen, die helemaal opleefde als hij het lokaal kon verlaten om zijn leerlingen mee te nemen naar het bos wordt ongetwijfeld gemist. Juist eigenzinnige docenten kunnen leerlingen iets unieks meegeven. Ook zij doen-wat-werkt. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Een reactie plaatsen: