zondag 10 februari 2013

Pesten.

Ik doe mijn best om niet te knipperen en mijn ogen strak op het digibordscherm te houden maar het valt niet mee om zo koelbloedig te blijven. De presentator van het Jeugdjournaal heeft zojuist verkondigd dat de staatsecretaris van Onderwijs van mening is dat juffen en meesters niet goed met pesten om kunnen gaan en dat er daarom nieuw beleid ontwikkeld wordt. De klas heeft zich in een beweging omgekeerd om mijn reactie te peilen. Ze voelen heel goed aan dat het hier niet om een neutrale berichtgeving handelt maar om een heuse beschuldiging. Mijn reactie is in werkelijkheid heel wat minder cool dan het lijkt. Ook als er krantenberichten over de vermeende tekortkomingen van leerkrachten verschijnen of ouders de school binnenstormen met een duidelijk verwijt op dit gebied dan voel ik dezelfde mix van wanhoop, woede en –naarmate ik ouder word- doffe gelatenheid. Hoe halen de beschuldigende partijen het toch altijd opnieuw in hun hoofd dat de oeroude driften en neigingen die tot pestgedrag leiden als sneeuw voor de zon zullen verdwijnen op het moment dat leerkrachten zich competenter zouden tonen. School ze bij, breng ze aan de galg! Terwijl ik daar voor de ogen van mijn leerlingen in de hoek word gezet zie ik Richard zitten. Hij is de eerste aan wie ik denk als het over pesten gaat in deze klas en al mijn inspanningen hebben tot nu toe niet het door mij gewenste resultaat gebracht. Ik heb sancties ingesteld, klassengesprekken gevoerd, tijdens de pleinwacht ingespannen de ontwikkelingen op het veld gevolgd, ik ben zelfs een keer in razernij ontstoken. En o ja, niemand durfde op het laatst zomaar op hem te gaan zitten op het plein – een geintje juf, gewoon een geintje- of hem te weigeren bij het groepswerk (we waren met voldoende kinderen juf, er kon niemand meer bij). Ze passen nu wel op om massaal met sneeuwballen in de hand op hem af te lopen als ik daar oppermachtig sta te turen. En toch, en toch…ik ben er niet echt blij mee. Ze doen het voor mij. Sommigen vinden het oprecht vervelend als ik me er over opwind. Is dat pesten wat ik doe? O gut wat erg, ik wil helemaal niet pesten juf, zo ben ik niet. Anderen vrezen de sancties. Maar wat mij steeds opnieuw frappeert is dat dit gedrag sterker is dan henzelf. Ze worden aangestuurd door iets dat ze niet begrijpen maar hen wel drijft: angst om zelf uit de groep te vallen, angst voor te soft aangezien te worden. De jongens in deze groep worden aangevoerd door twee bully’s. De een wat zachtaardiger dan de ander. De anderen volgen, strijden, klimmen op in de hiërarchie, dalen soms weer plotseling. Het is allemaal goed en wel wat de juf wat over pesten beweert maar wat als zij zelf straks onderaan de hiërarchie bungelen in plaats van Richard? Je kunt - je moet zelfs- als leerkracht de leerlingen inzicht verschaffen in dit soort processen, je moet ze trainen in sociale vaardigheden, straffen uitdelen, verzoeningen tot stand brengen maar het is een illusie om te denken dat het mogelijk is om pesten de wereld uit te helpen. Wie dat denkt simplificeert.En dan heb ik het nog niet eens over Richard zelf gehad. Zijn gecompliceerde positie wordt nog eens ernstig bemoeilijkt door zijn eigen gecompliceerde reactie op het groepsgedrag van zijn klasgenootjes. Dat kan ook natuurlijk niet anders. Maar het maakt het ingrijpen van mijn kant nog ingewikkelder. Nee hoor, moppert hij als ik een plek voor hem in een groepje regel, nu hoeft het niet meer. En als hij eindelijk niet meer de pineut is bij het inpeperen op het veld zie ik dat hij het hardst op anderen inloopt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Een reactie plaatsen: